Stof, swarte ierde, sinne, rein en wyn.
Eten en slapen (May)
Tent, trekkershut en hotel als slaapgelegenheid hebben we al voor de
pauze gehad. Het was ons plan om vanaf dag 2 op onze Camino in
Albergues of Refugio’s te
slapen.
Het wordt steeds drukker, ook
op de minder bekende routes.
De Spanjaarden en
Portugezen maken gretig
gebruik van die Camino-hype.
Behalve de Refugio’s heb je er
genoeg hotels en privé
herbergen. Deze
overnachtingsplekken zijn wel
wat duurder, maar bieden je wel je beste plekken om de nacht door
te brengen.
De openbare herbergen zijn de
goedkoopste en daarom ook fel
begeerd. Wijzelf hebben het wel
niet meegemaakt maar in het
hoogseizoen is het daar vechten
om een plaatsje. Na ja, vechten
doen de pelgrims natuurlijk niet,
en wie het eerst aanklopt bij de
herberg komt het eerst aan de
beurt. Als de herberg nog
gesloten is bepaalt je rugzak de
volgorde waarmee je bent gearribeerd. Je zet je rugzak in de rij en je
kan dan eventueel al naar de winkel gaan voor proviand. Als er
natuurlijk een winkel is.
De bedden worden in volgorde toegewezen. Wie eerst is of wat
ouder is (zoals wij) krijgt het onderste bed. Als je later toekomt wordt
het klimmen. Er staan veel stapelbedden op de kamer, soms wel
meer dan 40 stuks. Heuse slaapzalen zijn het.
Om hygiënische redenen hebben de matrassen een plastiek
overtrek. Dat is even wennen want het kraakt geweldig als je je
omdraait in je slaapzak. En je moet houden van dansmuziek, want ‘s
nachts speelt het snurkers orkest altijd, of je het leuk vind of niet.
Gelukkig had ik smartphone en oortjes bij en viel ik in slaap met
zachte klassieke muziek. Eenmaal in slaap hoor je dat snurkers
orkest toch niet meer.
Privacy is nauwelijks
aanwezig. Een
kattenwas en tanden
poetsen kan je doen in
de ruime of soms
minder ruime
waszalen. Douches
zijn met een deurtje of
soms maar met een
gordijntje en als je
geluk hebt kan je zelfs
douchen met warm
water.
Na het douchen is je kleding aan de beurt.
Zonder wasverzachter natuurlijk, enkel met
een
klein
stukje zeep. Daarna probeer je een waslijntje te vinden waar je je
spullen te drogen hangt. Of je spant zelf een lijntje aan je bed, of
hangt de was te drogen aan je rugzak.
Dan komt de verzorging van de
innerlijke pelgrim. In de buurt
van de meeste herbergen wordt
wel ergens een pelgrimsmaaltijd
aangeboden. “Menu de
Peregrinos’. Dat is een simpele
driegangen maaltijd voor zo
rond de 8 Euro. Wij hebben hier
dankbaar gebruik van gemaakt.
Eén keer kwamen we bedrogen
uit en hebben we ons noodrantsoen moeten aanspreken.
En ook hadden ze ons niet dood laten gaan van de honger. De taxi’s
stonden klaar om je terug te voeren naar Ponte de Lima om daar te
gaan eten. Maar teruggaan staat niet in het woordenboek van Wino
en mij.
In sommige herbergen kan je in een keuken zelf je maaltijd maken.
Soms ontbreken potten en pannen en dan wordt spaghetti maken
een beetje moeilijk. Als het wel lukt en er een restje over is van jouw
brouwsel is er altijd wel een mede pelgrim aanwezig die je van dat
restje wil afhelpen. Restjes bewaren doen pelgrims niet. Het wordt
een stinkzooi in je toch al volle rugzak.
Bij eten hoort natuurlijk ook
drinken. En dat wordt heel
wat gedaan. Overdag langs
de route en ‘s avonds in de
herberg. Drinken moet je
voldoende. Veel drinken, ook
al is het wijn.En niet boos
worden als die dronken
Amerikaan je zijn bezweete
sokken onder je neus duwt
als hij met zijn zatte kop
probeert het stapelbed boven je te bereiken.
Een wekker moet je niet zetten want de zaklampjes van je
medesnurkers schijnen je wel wakker om kwart over vijf. Ze
vertrekken vroeg in de duisternis om een plaatsje in de volgende
herberg te verzekeren. Wij zijn altijd als laatste blijven liggen. Laat ze
maar doen. Wij wilden vooral iets zien onderweg, en genieten van het
landschap. En dat kan niet om half zes in de morgen. Wij vertrokken
meestal roind zeven uur.
Ontbijten doe je in bars. Als je er geen
tegenkomt, peuzel je het lunchpakketje dat je
gisteren klaargemaakt onderweg op. Als je
geen brood kon smeren dan eet je de koekjes
die je toch al een paar dagen meezeult.
Natuurlijk met een slok water.
Soms bof je geweldig. Net als wij toen we
neerstreken in de privé herberg van Jorge. Bij
de prijs van acht euro zat het avondeten
inbegrepen. Met alle gasten aan tafel, en
maar zien wat de pot schaft. Voor ons was dat
een of andere soep, gevolgd dooor een
lekkere Tortilla. En natuurlijk wijn om de
maaltijd door te spoelen.
Je kon ook drank uit de koelkast
nemen. Alles voor een donativo.
Dat betekent geef wat je het
waard vind. De volgende
morgen kon je ontbijten in de
keuken. Aan alles was gedacht.
De betaling was weer simpel,
een donativo.
Als je een paar dagen in een
openbare of privé herberg hebt geslapen dan komt iets meer luxe
vanzelf op je verlanglijstje te staan. Af en toe sliepen we in een
hotelletje. Wel iets duurder maar dat was het ons wel waard. Eigen
toilet en douche,. Wat een Luxe. De volgende morgen konden we
ons dan fris en uitgeslapen weer tussen de pelgrims mengen.
Mijn Camino