De lente was nog maar net begonnen toen we uit Porto vertrokken. Eerst door het hartje van de stad, daarna door de voorsteden. Maar toen de drukke stad eenmaal voorbij was konden we met volle teugen genieten van de natuur. Ik had mijn hoorapparaten in. Geregeld maakte het gekwetter en gezang van een vogel me opmerkzaam. Slechts één keer kon ik de lawaaischopper fotograferen. De wijnranken waren alom langs ons pad aanwezig. Ze begonnen weer blad te krijgen. En meer dan eens ging onze weg onder de wijnranken door. Dat moet in de herfst, als de druiven rijp zijn, een geweldig mooi gezicht zijn. Wat me opviel was de oneconomische manier waarop de wijnranken geplant waren. Zou daarom Port zo duur zijn?Ondanks de vroege lente waren er genoeg planten en bloemen die in bloei stonden. Heel wat van dat spul zijn op de foto gezet. De verzameling aronskelken die als onkruid langs de weg welig tierden vond ik prachtig.Honden en katten waren er genoeg. Niet zoveel dat je aangevallen kon worden, zoals beschreven in het boek van Shirley MacLaine. Honden zaten steevast achter hoge hekken en lieten onze komst aan iedereen horen. Hun geblaf stopte na 50 meter vanzelf. Meer dan eens kwam het geluid van meerdere honden. Toch raar dat Citroenbomen en Sinasappelbomen vol vruchten zaten, maar dat niemand de moeite nam de vruchten te plukken. Ik vond het jammer dat gedurende de hele Caminho slechts een keer een hek open stond en ik een sinaasappel kon stelen en opeten.Katten waren een stuk rustiger. De meesten lagen in de zon te soezen. Zij hadden natuurlijk al genoeg pelgrims gezien. Maar je moet je niet met die dieren bezig houden. Want dat kan fout aflopen. Daar kwam ik achter toen ik een deel van mijn lunchpakket opofferde aan de vragende ogen van een poes. Als dank kreeg ik een haal met de poot van het monster. Het gevolg was dat ik een blarenpleister moest gebruiken nadat ik de wond had uitgezogen en het bloed had uitgespuugd. Dit was overigens de enige keer dat ik een blarenpleister moest gebruiken.
De lente was nog maar net begonnen toen we uit Porto vertrokken. Eerst door het hartje van de stad, daarna door de voorsteden. Maar toen de drukke stad eenmaal voorbij was konden we met volle teugen genieten van de natuur. Ik had mijn hoorapparaten in. Geregeld maakte het gekwetter en gezang van een vogel me opmerkzaam. Slechts één keer kon ik de lawaaischopper fotograferen. De wijnranken waren alom langs ons pad aanwezig. Ze begonnen weer blad te krijgen. En meer dan eens ging onze weg onder de wijnranken door. Dat moet in de herfst, als de druiven rijp zijn, een geweldig mooi gezicht zijn. Wat me opviel was de oneconomische manier waarop de wijnranken geplant waren. Zou daarom Port zo duur zijn?Ondanks de vroege lente waren er genoeg planten en bloemen die in bloei stonden. Heel wat van dat spul zijn op de foto gezet. De verzameling aronskelken die als onkruid langs de weg welig tierden vond ik prachtig.Honden en katten waren er genoeg. Niet zoveel dat je aangevallen kon worden, zoals beschreven in het boek van Shirley MacLaine. Honden zaten steevast achter hoge hekken en lieten onze komst aan iedereen horen. Hun geblaf stopte na 50 meter vanzelf. Meer dan eens kwam het geluid van meerdere honden. Toch raar dat Citroenbomen en Sinasappelbomen vol vruchten zaten, maar dat niemand de moeite nam de vruchten te plukken. Ik vond het jammer dat gedurende de hele Caminho slechts een keer een hek open stond en ik een sinaasappel kon stelen en opeten.Katten waren een stuk rustiger. De meesten lagen in de zon te soezen. Zij hadden natuurlijk al genoeg pelgrims gezien. Maar je moet je niet met die dieren bezig houden. Want dat kan fout aflopen. Daar kwam ik achter toen ik een deel van mijn lunchpakket opofferde aan de vragende ogen van een poes. Als dank kreeg ik een haal met de poot van het monster. Het gevolg was dat ik een blarenpleister moest gebruiken nadat ik de wond had uitgezogen en het bloed had uitgespuugd. Dit was overigens de enige keer dat ik een blarenpleister moest gebruiken.