Deze 1947 DXpedition had alle kenmerken en mystiek
welke behoren bij een bioscoopfilm zoals "Out of Africa".
Radio was niet het hoofddoel van deze expeditie, maar
voor de twee zendamateurs W6PBV en W0LHS was dit
duidelijk wel het geval.!
gepubliceerd in Electron, sep. 2003, door PA0ABM
Operating
Tijdens de Gatti Hallicrafters Expeditie werden de volgende calls gebruikt: VQ3HGE (Tanganyika),
VQ4EHG (Kenya), VQ5GHE (Uganda) en VQ5HEG (mobiele contacten). Op 20 november 1947 had
Bob nog een onderhoud met Bill Halligan in Chicago, en had operatingtijden en frequenties
afgesproken. Veelal waren Bob en Bill 8 uur per dag QRV, meestal van
13.00-15.00 GMT en van 16.00-22.00 GMT.
De voorgestelde frequenties waren 14,160 en 28,030 voor CW, en
28,375 en 14,380 voor AM. SSB moest nog uitgevonden worden.
Hallicrafters liet een brochure drukken welke pas werd verspreid toen
de Expeditie in volle gang was. De radiowagen "Shack on Wheels" was
uitgerust met een echte VFO, de HT-
18, maar Bob kan zich niet herinneren
dat hij de VFO heeft gebruikt. De pile-
ups waren er natuurlijk ook, dag in dag
uit. De aanroepende stations waren overe de HELE band verdeeld,
haast iedereen maakte in 1948 gebruik van kristalgestuurde zenders.
De zender was een HT-4E, welke door zijn gewicht (250 kilo)
nauwelijks te vervoeren was. De Hallicrafters Modellen SX-42, SX-43
en S-38 ontvangers waren ook in de radiowagen ingebouwd. De
antenne was een 'pre-fabricatet'
rhombic voor 40-20-10 meter. Deze
antenne kon volgende de ingenieurs van Hallicrafters, in 1 uur worden
opgezet.
Ingenieurs van Hallicrafters maakten ook propagatie-voorspellingen,
afgeleid van 'the Bureau of Standards Data', zodat de Amerikanen
konden zien wat de beste tijden waren om een QSO met een van de
VQ-kampen te maken. Ook de beamrichting vanuit Chicago werd op de
brochure weergegeven.
De meeste AM QSO's werden door Bill (W0LHS) op 10 meter gemaakt, terwijl Bob (W6PBV) de CW
virtuoos was met zijn mechanishe bug. Logs werden bijgehouden met de hand, de type-machine in de
shack werd enkel voor het typen van brieven en verslagen gebruikt. Regelmatig werd post van thuis
ontvangen, en tijdens de laatste maanden zaten daar ook QSL-kaarten bij. De "Shack on Wheels" werd
behangen met deze QSL-kaarten. Uitgaande QSL-kaarten werden beplakt met een postzegel van 1
cent. Zelfs de postzegel werd afgestempeld met een speciale Gatti Hallicrafters stempel, een soort van
eerste-dag-van uitgifte stempel.
De Kilimanjaro
Een van de doelen gedurende de expeditie, was het beklimmen van de Kibo, een van de drie
vulkaankraters van de Kilimanjaro. Op 25 februari bereikte de karavaan de voet van de Kilimanjaro. Vijf
man werden aangewezen om de berg te beklimmen, behalve Bob waren dat Norman, Jim, Errol en
Weldon. Bill was de achterblijvende operator, ook de Gatti's bleven in het kamp achter. Het was geen
technische beklimming, maar meer een trektocht welke 7 dagen duurde. Vertrokken werd vanaf het
Kibo-hotel waar 2 gidsen, 15 dragers en een kok waren ingehuurd. Alles werd meegesjouwd op de
hoofden van de dragers, en na een adembenemende dagwandeling werd Bismark Hut bereikt. Het dal
beneden hun was goed te zien, en die avond werd portabel gewerkt met kamp 2. Ook werd de zaklamp
gebruikt voor een QSO tussen Bob en Bill, het idee om dit experiment uit te voeren kwam van Bill.
Tijdens de klim moest er had gewerkt worden Er werd heel wat 16 mm
film gedraaid van fraaie vergezichten en van bosjes vreemd uitziende
bomen welke enigzins vergelijkbaar waren met bananenbomen. Nacht 2
werd doorgebracht in Peters Hut, op een hoogte van 12,500 feet. Op dag
3 werd The Saddle aan de voet van de Mawenzi bereikt. Bob beschrijft
"The Saddle" als een stukje maanoppervlak, overal lagen allerlei
rotsblokken. Uiteindelijk bereikte de klimmers Kibo Hut, op een hoogte
van 16,000 feet (4737 meter).
De 5 blanken begonnen last te krijgen van hoogteziekte, daarom werd
dag 4 gepauseerd in de kleine Kibo Hut, en er werd weer gefotografeerd
en gefilmd. De nacht duurde maar kort, want om 1 uur liep de wekker al af. Er lag 10 cm sneeuw, het
was volle maan, en de steenslag op de laatste klim naar de top was nog bevroren. Jim, Bob en Johanna
de gids gingen voorop, maar na een poos moest Jim Powers afhaken en bleef achter in een grot om
weer krachten op te doen. De hellingshoek was meer dan 45 graden, de hoeveelheid haarspelbochten
ontelbaar, en door de losse steenslag was wegglijden voortdurend een probleem. Na een paar
langzame stappen voorwaarts was het weer rusten geblazen.
Bob bereikte, na 5 uur klimmen, om 8 uur s'morgens als eerste Gillman's Point op 5681 meter (19.400
feet), precies op de rand van de vulkaankrater. Het uitzicht vanaf het hoogste punt van Afrika, over het
ijs en de gletchers vanaf Gillman's Point was adembenemend. Eigenlijk bestaat de Kibo uit twee pieken,
Gillman's Point en Uhuru Point, deze laatste ligt op 5895 meter, 3 mijl verderop. Bob schreef in een brief
aan zijn zuster: I couldn't see much point in going that far, just to go a few feet higher'. Jim arriveerde
om half tien op de top, Errol om half elf, en Norman klaarde de klus rond de middag. Iedereen in
basiskamp 2 werd via de FM-portables (van Motorola) op de hoogte gebracht. Voor Weldon bleek de
Kibo helaas een paar stappen te ver. Tijdens de terugtocht, welke om 1 uur s'middags begon, werden
de dalers nog getrakteerd op een sneeuwstorm. Twee dagen later, op 4 maart 1948, waren ze terug in
basiskamp 2
© Wino, PA0ABM
De eerste Commerciële DXpeditie
1947-1948