Deze 1947 DXpedition had alle kenmerken en mystiek
welke behoren bij een bioscoopfilm zoals "Out of Africa".
Radio was niet het hoofddoel van deze expeditie, maar
voor de twee zendamateurs W6PBV en W0LHS was dit
duidelijk wel het geval.!
gepubliceerd in Electron, sep. 2003, door PA0ABM
Het kampleven
Het leven in een kamp was erg georganiseerd, vaak verschilde de ene dag nauwelijks van de andere.
Het eten werd opgediend op vaste tijden door Asmani hun campboy, om 8 uur, 13 uur en 20-21 uur
(lokale tijd). Commander Gatti zorgde zelf voor vers vlees, regelmatig ging hij op jacht voor vers vlees,
er was genoeg wild vooradig. Bill en Bob namen nooit deel aan deze jachtpartijen, zij hadden elke dag
genoeg ander werk.
Regelmatig kreeg het kamp bezoekers, vaak waren dat de lokale bevolking, nieuwsgierig naar alles wat
was uitgestald. De fotografen hadden het dan druk met hun foto-reportages, tenslotte was het een
commercieële expeditie. Er werd ook nog meegedaan aan een DX contest, het gemiddelde aantal
QSO's was 24 per uur.
Op 17 maart 1948 werd de hulp ingeroepen van Dokter Noe uit Arusha. Ondanks de kokende hitte
binnen de trailer had Bob het koud, had kippevel, krampen was duizelig enz.. De nederlandse dokter
stelde Kilima dysenterie als diagnose. Het resultaat was dat Bob 4 dagen mocht uitrusten in het
ziekenhuis van Arusha. Pechvogel Bob kreeg ook nog, tijdens een simpel klusje, de punten van een
buigtang in zijn linkeroog toen een spandraad het plotseling begaf. Bob herstelde snel en hield er geen
nadelige gevolgen aan over.
Op 3 april stonden 77 landen en 30 zones in het log van VQ3HGE. Die 77 landen waren in een
tijdsbestek van nauwelijks 1 maand gemaakt, vanuit San Mateo had Bob 11 jaar nodig gehad voor het
werken van 71 landen. Bob moest nu alle verbindingen zelf maken, want Bill werd, direct na de
beklimming van de Kilimanjaro, door Gatti ontslagen. VQ3HGE was weer 8 uur per dag in de lucht. Gatti
keek altijd boos en reageerde onbeschoft als er weer een QSO met Californië werd gemaakt. Niet
reageren op de aantijgingen van de Commander scheen nog het beste te werken, volgens Bob.
Ngorongoro en Serengeti
Om van basiskamp 3 Bamboo Flats naar basiskamp 4, Narwa te komen, 200 mijl verderop, had de
expeditie 5 dagen nodig. Allerlei dingen liepen verkeerd, teveel om op te noemen. De konstante klim
zorgde ervoor dat de motor konstant kookte. Bob verwonderde zich elke keer met welk gemak de
"Shack on Wheels bergopwaarts, door de truck van 1,5 ton kon worden voortgetrokken. De gemiddelde
snelheid lag tussen 2 en 6 mijl per uur in de laagste versnelling. Toch
kwam de Shack on Wheels vast te zitten op een heuvel, en er volgde
nog een gedwongen rustpauze toen de brandstof van Bob's truck
opraakte. Er was genoeg te eten, en je kon goed slapen in de Shack
on Wheels, maar toen een truck arriveerde met brandstof werd toch
besloten om de karavaan achterna te gaan. Om 1 uur s'nachts werd,
ondanks de altijd aanwezige mist en nat gras, de Ngorongoro Crater
bereikt. Hier werd besloten om 1 dag te bivakkeren, zodat
noodzakelijke werkzaamheden aan het wagenpark uitgevoerd konden
worden.
Na het oponthoud bij de Ngorongoro Crater vertrok de karavaan de volgende morgen om half 8. Het
regende natuurlijk weer (er valt jaarlijks 1400 mm water in de krater). Regelmatig kwam de Shack on
Wheels vast te zitten, en was een 3-tons truck nodig om het gestrande voertuig weer vlot te trekken. Tijd
voor de sneeuwkettingen, of beter de modderkettingen. Bob had intussen geleerd die dingen snel aan
te brengen. Gedurende de lange afdaling klaarde het weer op, en voor de eerste keer in al die maanden
kon de expeditie grote aantallen dieren, Gnoes, voorbij zien trekken. Na de Gnoes kwamen de eland-
antilopen, kleine vossen , impala's enz.. aan de beurt. De Serengeti-vlakte was weer een nieuw
hoogtepunt, ook al moest voortdurend gestopt worden omdat er steeds zand in het brandstofsysteem
terecht kwam. Stoppen, schoonmaken, en weer verder, want de moderne truck had natuurlijk een
brandstoffilter ingebouwd. De wegen waren slechts karrensporen, gevuld met scherpe rotsen, een
klapband kon dus niet uitblijven. En als er weer eens een heuveltje niet te nemen was, dan moest er
maar een andere weg door de Serengeti gezocht worden. En nadat een groep sierlijk rennende
langnekken de ploeterende karavaan had gepasseerd, kwam de truck van Bob weer vast te zitten in het
zand. Toe werd maar besloten het kamp op te zetten. Die dag werd 24 mijl afgelegd.
De volgende dag liet de crew zich niet meer leiden door de sporen,
achtergelaten door vroegere safari-gangers. De karresporen werden
verlaten, en verkenners werden vooruitgestuurd om de minst glooiende
helling te vinden. Over het vernietigen van natuur werd in 1948 nog niet
zo diep nagedacht. Na het verlaten van de vlakte werd het terrein golvend
en erg ruw, met diepe groeven.
Dit was teveel voor de Shack on Wheels. Het bevestigingsmechanisme
van de trailer ging kapot, en er bleef niets anders over dan een bewaker
bij de oplegger achter te laten, en alleen met de truck verder te rijden. Met
nog 55 mijl te gaan naar het volgende basiskamp bij Loliondo, werd nogmaals kamp gemaakt. Het
begon weer te regenen, en toen Weldon terugreed om de arme bewaker van eten en drinken te
voorzien kwam hij ook nog vast te zitten in de modder. Dus Bob er weer achteraan om Weldon weer te
bevrijden.
Het laatste stuk naar Loliondo verliep voorspoedig. Goeie wegen en niet eens steil. De vlakte strekte
zich weer tot de horizon uit maar er was wat meer begroeing dan voorheen. Er waren weer genoeg
dieren te zien, giraffen, gnoes, struisvogels, en zelfs Thompsons Gazellen, met hun prachtige kleuren.
Om 5 uur s'avonds bereikten ze de plaats waar basiskamp nummer 4 zouden worden opgezet. De
enige blanken in Loliondo waren Districts Commisioner Thorne en zijn vrouw. Natuurlijk moest de Shack
on Wheels nog worden opgehaald. Deze klus werd geklaard door Errol en Bob, waarbij nu eens de
rollen waren omgedraaid. Errol was de chauffeur, en Bob was de fotograaf, die met de Leica camera
van Errol maar niet genoeg dieren kon fotograferen.
Kamp Narwa
Ze bleven een paar dagen in Loliondo en vertrokken toen voor het opzetten van een nieuw basiskamp,
5 kilometer verderop. Kamp 4, Narwa, was midden in Masai gebied. Vroeger waren de Masai geduchte
krijgers, maar in 1948 was hun veestapel het belangrijkste in hun bestaan. Ze kwamen in grote getallen
naar het Narwa-kamp om hun nieuwsgierigeheid te bevredigen. In hun originele kleding zagen ze er erg
imposant uit, droegen allemaal een lange speer en een lang mes bij zich, en hadden hun haar met
modder ingesmeerd. Sommigen hadden versierselen in hun oren. Bob kreeg het sterke vermoeden dat
ze na het vertrek van de expeditie hun oren zouden versieren met flitslampjes en radiobuizen, want de
Masai vonden die dingen prachtig.
Het kamp was min of meer permanent, er werden extra hutten neergezet,
kompleet met rieten daken. De hutten deden dienst als eetzaal, als foto-
laboratorium en als magazijn. De rhombic werd direct de eerste dag
opgezet, maar de condities waren slecht. De QSO-teller was op 18 april
1948 de 2000 gepasseerd, de landenteller stond op 86 en er waren 43
staten gewerkt. Kamp Narwa was niet zover van Nairobi, Kenya vandaan,
eens per week werd post ontvangen. En bij die post zaten honderden
QSL- en SWL-kaarten.
De dagelijkse 8 uur aktiviteit als VQ3HGE vonden meestal plaats van 15.30 to 18.45 en 20.15 tot 01.00
lokale tijd, op 14 Mc. Bob was ook nog druk bezig om in een van de kleinere trucks een mobiel station in
te bouwen. Hij en Jim Powers, de verslaggever, zouden een trip maken naar Uganda, naar de
"Mountains of The Moon". Plannen voor dit uitstapje namen steeds vastere vormen aan, de reis
daarheen zou waarschijnlijk 4 dagen duren.
Het gewerkt aantal landen liep nog steeds omhoog, op 23 mei 1948 stonden 116 landen in het log, en
Nevada was als nieuwe staat aan de lijst toegevoegd. Er werd een extra antenne opgehangen voor het
Midden Oosten, de resultaten waren voortreffelijk. Siberië, India, Palestina, Oman, Iran, Irak waren geen
probleem. Een QSO met zijn vader in Saudi Arabië, HZ1AB, wilde maar niet lukken. Tibet was nog
steeds nodig voor WAZ, en de staat Montana was nog nodig om WAS kompleet te maken. Steeds vaker
was op de banden de vraag te horen wanneer de Expeditie QRV zou zijn als VQ5GHE (Uganda). De
ontvangen rapporten op 14 Mc waren uitstekend, 599 vanuit Europa. Vaak kreeg VQ3HGE te horen dat
hij de enige DX waren op de band. Praktisch iedere Europeaan was op de hoogte van de aktiviteiten
van de Gatti Hallicrafters Expeditie. En de vele aanroepen voor VQ3HGE veroorzaakte steeds weer een
verschrikkelijke QRM op de band !!!
© Wino, PA0ABM
De eerste Commerciële DXpeditie
1947-1948