© Made by Wino 2019 (all rights reserved)
De Wouwse Vierdaagse
127-30 juni 2005
De Wouwse wandelvierdaagse was groots aangekondigd in een regio-blad. Vijftien km per avond,
dat leek me wel wat om aan mee te doen. Een goed besluit.
Zes, tien en vijftien km per avond kon je lopen. Voorinschrijving koste € 2.50, en anders € 3.00.
Voorinschrijven lukte me niet op de vrijdag voorafgaande aan de vierdaagse. Dus maandag op tijd
aanwezig, en drie euro betaald. Het lawaai dat de Wouwse jeugd in het startlokaal, cafe
Donkenhof in Wouw, produceerde was oorverdovend. Ik zag slechts een handvol wandelaars die
ook de vijftien km hadden uitgekozen. Route C was dat. Er waren ook een aantal lopers van
wandelclub St.Jansstappers uit Essen aanwezig. Bij die club had ik me ook als lid opgegeven.
Voor de 36e keer ging de vierdaagse van start. Route C telde slechts 27 deelnemers. Dag 1 was
de Vroenhout-Stokroute, welke volgens de routebeschrijving, 14.5 km lang was. Dag 2 werd de De
Maai-route genoemd. Ook Moerstarten werd aangedaan, de route was 15,6 km lang. Beide routes
werd ook gedeeltelijk door de 10 km lopers gevolgd. Op woensdag kregen de C-lopers een extra
sportieve uitdaging, De Plantageroute, 19.6 km lang. Via de bossen ging het naar Wouwse
Plantage en Plantage-Centrum. Dankzij de eigenaren van het landgoed, mochten de C-
wandelaars langs het buitenverblijf open, Daar was ook de controlepost gestationeerd.
De Plantageroute was enkel voor de 'doorgewinterde lopers', zoals in het regio-blad de C-lopers
genoemd werden. De 6 en 10 km wandelaars bleven in de buurt van Wouw. Dag 4, de Anker-
Donkenroute was slechts 9 km. lang. De organisatie van de vierdaagse hoopte dat met deze korte
afstand, de C-wandelaars ook konden genieten van de fleurige intocht (met muziek) van de vele
deelnemende kinderen.
Maandag- en dinsdagavond was het bloedheet. Mooie doorkijkjes en rustige wegen waren ons
beloofd in de aankondiging. En mooie plekjes in de dorpen Wouw en Heerle. De organisatie had
niet gelogen, het Brabantse landschap lag er zinderend bij, en wie oog had voor de omgeving kon
die mooie plekjes ook makkelijk vinden. Maar van rustige wegen kon niet altijd gesproken worden,
gelukkig hield het grootste deel van het verkeer rekening met die ploeterende wandelaars, jong en
oud.
De C-wandelaars kregen een routebeschrijving mee, want de route was niet of slechts gedeeltelijk
op de te volgen weg aangegeven. De beschrijving was duidelijk en goed, je kon van aanwijzing tot
aanwijzing lopen. Nadat ik de derde aanwijzing -Bij kapelletje links aanhouden- (Spellestraat) had
gevolgd, kreeg ik hulp van twee andere C-lopers, Jack of 'Sjarel' en Frans. Ik had mijn
inschrijfkaart onderweg verloren, en gelukkig waren zij de eerlijke vinders.
Beide heren hadden een flink tempo, eigenlijk iets te hoog voor mij. Normaal loop ik bij
georganiseerde wandeltochten gemiddeld 5.9 km, maar door deze 'trekkers' kon ik een stuk
meelopen en werd dit gemiddelde opgeschroefd tot 6.2 km per uur. Tot zwembad 'De Stok' in
Roosendaal, kon ik beide mannen, die uit Steenbergen kwamen, bijhouden, maar daarna was het
over. Heel langzaam werd de afstand tussen ons groter en groter. Pas bij het eindpunt zag ik ze
weer terug.
Op de Heirweg, dichtbij het kapelletje waar we eerder langs waren gekomen, vroeg een jongen of
ik wat drinken voor hem had. Dat had ik, en hij dronk een paar slokken uit mijn veldfles. Zijn
kameraden (ze waren met z'n vieren) bleken ook dorst te hebben. Ik bood ze en halve liter
fruitdrank aan. De voorwaarde was wel dat ze de lege fles mee naar de finish zouden nemen. Tien
minuten later zat de eerste dag van de Wouwse Wandelvierdaagse erop.
Bij de start op de tweede dag zag ik de twee mannen uit Steenbergen weer. Er werd weer op tijd
vertrokken, nadat de startkaarten afgestempeld waren. Het eerste deel van de wandeling, tot cafe
De Maai liep ik in een gezapig tempo voorop. De snelheid lag duidelijk onder de 6 km per uur.
Vanaf de start liep Fred met ons mee, een kennis van de mannen uit Steenbergen. Bij cafe 'De
Maai' werden we voorbijgestoken door een in het zwart geklede jonge vrouw.
Na een poos besloot ik mijn tempo te verhogen. Heel langzaam haalde ik de jonge vrouw in. Net
toen ik haar voorbijging werd ik op mijn beurt door 'Sjarel', een van de twee snelwandelaars uit
Steenbergen ingehaald. Het leek wel alsof ik stilstond. In Moerstraten zag ik hem terug, hij zat
achter een glas bier, en was duidelijk aan het wachten op zijn maten. Zijn uitnodiging ook een
pilsje mee te drinken sloeg ik af. Eerst over de streep en dan pas het genoegen, dat is mijn motto.
De jongens, die gisteren van mij de fruitdrank hadden gekregen, kwam ik ook weer tegen.
'Meneer, dank u wel voor het drinken, U hebt mij gisteren het leven gered' kreeg ik te horen. Een
welgemeend dankjewel. Die tweede dag van de Wouwse wandelvierdaagse was ik de eerste C-
loper die zijnj startbewijs liet afstempelen. Net nadat ik een pilsje had gedronken (loon na
prestatie), en naar de vlakbij geparkeerde auto liep, finishte ook de jonge vrouw.
Op dag 3 mochten de C-wandelaars eerder vertrekken. Een routebeschrijving hadden we al
gekregen. Ik was vergeten te vragen hoe laat we mochten vertrekken, maar toen ik Wouw
binnenreed om 17.20 zag ik dat de 3 leden van de St.Jansstappers al onderweg waren. Cafe
Donkenhof was nog gesloten, en wandelaars waren niet te bekennen. Ik besloot daarom maar
direct te starten, en tien minuten later liep ik Wouw uit, richting Huijbergen.
Het was behoorlijk afgekoeld en het donderde in de verte. Toen ik de eerste twee C-lopers
passeerde begon het flink te regenen. Dus regenkleding aan. Ik was juist de autoweg
overgestoken. Aan het einde van de lange Akkerstraat passeerde ik nog twee wandelaars. In de
verte zag ik er nog een aantal lopen, ik had een behoorlijk tempo. In de Bleijdenhoeksestraat
passeerde ik de eerste mannelijke loper, toen hij even bleef stilstaan bij een boerderij waar drie
coniferen tegen een zijgevel stonden. De bomen waren hoger dan het dak van de boerderij.
Even voorbij Wouwse Plantage passeerde ik een echtpaar, en weer even later had ik de drie Sint
Jansstappers ingehaald. Een babbeltje met hun maakte me duidelijk dat ik met het lidmaadschap
van hun club, een juiste beslissing had genomen. Gezelligheid staat voorop in deze club, en
wandelen kon je zeker elke week, en soms zelfs elke dag.
Na het praatje passeerde ik het echtpaar opnieuw, en zag daarna een inmiddels bekende
wandelaar. Het was de jonge vrouw, voorzien van een paraplu, en samen met haar liep ik naar
Plantage-centrum. Voortdurend werden we lastig gevallen door zwermen vliegen, en met
spastische bewegingen probeerden we ons te verlossen van deze insectenplaag. Ze bleek in
Roosendaal te wonen, en ze was aan het trainen voor de Vierdaagse van Nijmegen. Dit jaar zou
ze voor de tweede keer meedoen. Bij het kasteeltje van Plantage-Centrum was inderdaad de
controlepost te vinden. De kaart werd afgestempeld, en in de stromende regen kon ik genieten van
een lekker kopje koffie. Tijdens het opdrinken van de koffie kwamen nagenoeg alle gepasseerde
wandelaars ook hun opwachting maken bij de drie kontroleurs.
Ik kreeg te horen dat al twee wandelaars gepasseerd waren. Die Steenbergenaren natuurlijk,
dacht ik. Samen met de Roosendaalse werd het tweede deel van de wandeling volbracht, en
tegen half negen die avond bood ik mijn wandelkaart aan bij de eindstreep. 'Sjarel' en Frans zaten
al te genieten van hun biertje. Ook ik bestelde een lekkere dubbel, en genoot van de drank in
bijzijn van de twee road-runners.
Dag vier was een makkie, slechts 9 kilometer. Deze keer vertrokken we met z'n vieren, de mannen
uit Steenbergen, de Roosendaalse en Wino uit Huijbergen. De regen stopte abrupt, dus nat
worden kon niet meer. In de Bulkstraat kwam ik tot mijn eigen verrassing nog iets bekends tegen.
Mijn oude zendmast uit Vlissingen. Wim, PA3GLU, de koper van mijn mast, had een mooi stukje
werk geleverd. De mast was kantelbaar gemaakt, alleen zat er nog geen antenne in de mast. Het
volgende wandelkwartier kreeg ik heel wat vragen over zendamateurs en over zenden te
beantwoorden.
Daarna ging de wandeling over bekende wegen, en werden plaatsen aangedaan waar we dag 1
en 2 ook al geweest waren. Bij de Hazelaar was een hond driftig bezig zich te baden in de Smalle
beek. Daarna kwam nog een klein stukje van dag 3, en was de eindstreep in zicht. Hier stonden al
een grote hoeveelheid mensen klaar met bloemen.
Op de eindstreep moest er nog even gepauzeerd worden voor een foto. We waren met z'n vieren
tenslotte de eerste C-wandelaars die over de streep kwamen. Na het ophalen van de
herinneringsmedalje werd de Roosendaalse succes in de Vierdaagse toegewenst. En voor mij
bleef er niets anders over dan de twee van Steenbergen op een verfrissing te trakteren in cafe
Donkenhof, het echte eindpunt van de Wandelvierdaagse van Wouw. Jammer dat mijn fototoestel
in de reparatie was, anders had ik beslist een aantal foto's gemaakt.
Nu blijft er niets anders over dan de routes nogmaals te verkennen en dan foto's te maken.