© Made by Wino 2019 (all rights reserved)
Over de duinen
16 februari 2005
Een flinke wandeling op een koude winterdag. De route liep over en langs de duinen van
Walcheren. En over het brede strand.
Zeven uur, wassen en scheren, en de koffie klaarmaken. En
deze keer ook nog de boterhammen, want er was genoeg tijd
om dit te doen. Rond 8 uur begon, na de ruiten van de auto
ontdooit te hebben, de rit naar Vlissingen. Eerst naar het graf
van Martie. In de koude ochtenzon zag alles prima verzorgd
uit. Er moeten alleen nieuwe steentjes gelegd worden op het
graf.
Om 9 uur had ik een afspraak met Frans Wondergem, het
duurde een poos voordat Frans opendeed. Frans had een
programma voor mij. Daarna ging het richting Vlissingen. De
auto werd bij Van Belle geparkeerd, en daarna begon de
wandeling.
Langs de sportvelden liep ik rchting noord, naar Papegaaienburg via het Baskenburg- en
Weyenvlietpad. Bij de scholengemeenschap Weyenvliet was een kudde schapen aan het grazen
in de half bevroren weide. Het water langs de sloeweg, welke de wei omzoomde was bevroren.
Het wolletje van de schapen zag er prima uit. Het was juist 10 uur geweest. Voor de
scholengemeenschap Weyenvliet ging ik linksaf over het Bossenburgpad. Aan het einde ging het,
over het bruggetje rechtsaf. Ik stak de Nieuwe Zuidbeekse weg over, en vervolgde de wandeling
noordwaards over de Zuidbeekseweg.
Op de splitsing met de Jacoba van Beierenweg ging ik linksaf,
de boerderij welke op deze splitsing te vinden is kon je goed
zien door de kalle takken van de bebossing langs de Jacoba
van Beierenweg. De schuur van deze boerderij had nog een
oud raam, dat opviel doordat de rest van de schuur er modern
uitzag. Ik passeerde Meliskerkse Watergang, precies op de
plaats waar deze de grens vormt tussen de gemeente
Vlissingen en Veere.
Op de splitsing met de Vlissingse Straat ging ik linksaf, en
passeerde Hus Ter Schelde. Hier hadden Annie en ik 15 jaar
geleden onze 25 jarige bruiloft gevierd met een groots diner. Ik passerde het huis met de ganzen,
en juist voor het bord Vlissingen, ging ik rechtsaf, de Vlissingse Kleiweg in. Bij de splitsing met de
Paauwenburgweg ging ik rechtsaf en kwam uit op de Galgeweg. Hier ging de wandeling linksag,
en weer liep ik langs de gemeentegrens Vlisisngen/Veere. Bij de kruising met de Zwaanweg ging
ik rechtdoor en bleef op de Galgeweg. Deze weg liep ik uit tot aan hotel Westduin, waar ik tegen
de hoge duinen aanliep.
Er lag veel stuifzand op de weg naar de top van de duinen.
Boven aan de duintop gekomen ging het rechtsaf het pad
volgend dat over de duintoppen loopt. Dat pad was het
hoofddoel van deze winterse wandeling. De wind maakte het
onguur, zoals het weerbericht had voorspeld. Gelukkig
verscheen de zon regelmatig waardoor het op plaatsen waar
de wind geen vrijspel had, zelfs aangenaam was om te
wandelen. Regelmatig zag ik passeerende zeeschepen terwijl
ik over het kronkelende pad liep. Na een poos scheen de zon
volop. Een rij palen beneden op het strand, welke als
golfbreker dienst deden, wierp een mooie schaduw op het
gladde strand. Het leek wel alsof iemand potloodstreepjes had getrokken. Het was afgaand water,
en het zou niet lang duren voordat het eb was.
Voor Klein Valkenisse houd het duinpad op, je kunt dan niets
anders doen dan linkaf het strand op, of rechtsaf aan de voet
van de duinen verdergaan. Ik koos voor dit laatste, dus
rechtsaf en bij het eerste paadje weer naar links. Op de open
vlakte, bij het pompstation, liep ik deze keer eens langs de
bosrand. Ik kwam een aantal waterpoelen tegen die er sereen
bijlagen. Deze had ik bij voorgaande wandelingen in dit gebied
nog nooit eerder gezien.
Het bospad werd gevolgd,
en bij Klein Valkenisse
hield ik links aan. Ik wist dat ik zo voorbij de cementblokken uit
de tweede Wereldoorlog zou komen, en aan het einde bij het
pad zou ik bij de Valkenisse-trap uitkomen. Ik ging weer
richting duintop de trap omhoog. Al snel moets ik mijn tempo
vertragen. Die trap neem je niet zomaar, dat moet je niet al te
snel doen. Eenmaal boven gekomen herstelde mijn
ademhaling zich snel. Gelukkig maar want bovenaan de trap
kon je rechtsaf, nog hoger. Nu ging het weer richting
Zoutelande, over het hoogste gedeelte van de Walcherse
Duinen. Bij de Hommel aangekomen kon ik rechtsaf en
linksaf. Linksaf was ik nog nooit gegaan, daarom was dit de keuze. Lang het pad stond een bank
waarop stond "Fuer Thomas". Een speciale schenking deze bank, maar was was het verhaal
achter deze bank?". Kronkelend liep het duinpad halfweg de duintop, om verderop een 90 graden
bocht te maken, rechtsaf richting duintop.
Eenmaal bovengekomen kon ik weer linksaf mij weg richting
Zoutelande vervolgen. Het duurde niet lang of het dorpje lag
voor me. Ik passeerde hotel ‘De Tien Torens ‘en even later
liep ik op het strand van Zoutelande. Waterstaat was druk
bezig de zandverstuivingen in bedwang te krijgen, getuide de
enorme hoop takken welke klaarlagen als
verdedigingswapen. Bij de duinovergang bij de kerk van
Zoutelande besloot ik dat dit het keerpunt was van de
wandeling. Tijd voor een boterham en de meegbrachte koffie.
En daarna tijd om even naar huis te bellen.
Iets na een uur begon ik
aan te terugtocht naar Vlissingen. Ik had ongeveer 20 minuten
gepauzeerd. De terugtocht ging langs het strand, waarbij ik
zoveel mogelijk langs de vloedlijn liep. Ik kon het niet laten
een paar foto's (met tegenlicht) van twee vissers te maken.
Beide hadden een constructie met twee hengels opgezet. De
tweede visser was van een sigaretje aan het genieten.
Het water had zich erg ver teruggetrokken, ik kon op meerdere
plaatsen om de palen heenlopen, iets wat ik nog nooit eerder
had kunnen doen op mijn
strandwandelingen op
Walcheren. Het strand was soms meer dan 200 meter breed.
Ik vond het heerlijk om zo te wandelen in het zonnetje. Dit
zou echter niet lang duren, het wolkendek begon dicht te
trekken. Op enkele plaatsen kon je zien dat de zee weer wat
zand van de duinen had meegesleurd naar zee. Duinafslag.
Bij Dishoek aangekomen was de omheining van het pad
waarop ik s'morgens had gelopen, goed zichtbaar. Midden op
het strand had ik zin om de rest van de koffie op te drinken.
Er was niemand in de buurt. De palen van de golfbrekers ,
soms versierd met rode-nijlondraad, en soms met blauwe,
leverden mooie foto's op.
Het begon aardig koud te worden, de zon was verdwenen, en het steeds opnieuw afdoen van de
rugzak was de oorzaak dat mijn huid geirriteerd raakte. Ter hoogte van de Galgeput (de strandkant
van Westduin, bij de Galgeweg) verliet ik de vloedlijn, en ging onder langs de lage duinen lopen.
Er was behoorlijk wat duinafslag daar, en de reparatie was duidelijk zichtbaar.
Bij het Nollestrand aangekomen liep ik weer het strand op, deze keer richting windorgel. Ik kon
aan de zeekant om het windorgel heenlopen, het was nog steeds laag water. Vanaf het windorgel
liep ik schuin richting Boulevard. Bij het Arion hotel kon ik de Boulevard op en liep deze af tot het
einde Boulevard Bankert. Bij de kannonnen ging ik rechtsaf en liep onder langs Boulevard de
Ruyter tot het einde bij de Koopmanshaven. Ik had geen zin meer om nog foto's te maken. De zon
was nu definitief verdwenen.
Bij de gevangentoren was iemand aan het vissen. Ik vond het scooter-karretje, waarmee de
vissers-spulen werden getrasporteerd een leuke kleur hebben. Her en der was het karrtje voorzien
van een alarm-kleur, en diezelfde kleur was ook zichtbaar op de scooter, en op de helm die op de
scooter lag. Achter de Koopmanshaven liep ik de Oranjedijk op, langs de kanonnen, langs het
Arsenaal en langs de Oranjemolen. Voor het station stak ik de sluizen bij de Binnenhaven over,
waarna ik langs het station ruchting Keersluis liep. Bij de Keersluis werd nog een laatste foto
gemaakt van een bootje van Rijkswaterstaat. Nog maar een paar honderd meter lopen langs de
Nieuwe Vlissingse Weg en ik was weer terug bij Van Belle. Hier haalde ik een stoelzitting op
(reparatie brandgaatje), en reed langs de Sloeweg om benzine te tanken.
Op de A58 werd de auto lekker warm gestookt. Het werd tijd om die verkleumde beenderen van
me weer op normale temperatuur te brengen.