Meknès, een van de vier koningssteden rn is de vijfde grootste stad van Marokko De stad straalt een rustige grandeur uit te midden van zijn oude stadsmuren en historische monumenten. Het is er heel wat rustiger dan in het drukker Marrakesh. Het centrum van Meknès staat op de Unesco Werelderfgoedlijst.Eind 9e of begin 10e eeuw vestigde een nomadische berberstam, Miknasa, zich in het gebied, daarna waren het de Almoraviden, de Almohaden, de Meriniden, de Wattasiden en de Saadi, die het voor het zeggen hadden. Maar de grootste verandering vond plaats eind 17e eeuw toen Ismail ibn Sharif (niet onze Ismail) de cepter zwaaide. Ismail werd Sultan Moulay Ismail toen zijn broer Moulay ar Rashid van zijn paard donderde en overleed. Naar het schijnt had Ismail ibn Sharif 83 broers en half-broers. Iedereen die het niet eens was met zijn benoeming liet hij vermoorden. Onder zijn leiderschap wist hij de Ottomanen buiten Marokko te houden en bracht hij de berberbevolking van de Altlas onder bewind van een staat die we nu Marokko noemen. Moulay Ismail maakte van Meknes zijn koningsstad en liet op zeer grote schaal dure mooie bouwwerken verschijnen in zijn stad. helaas zijn veel van deze juweeltjes verwoest door een aardbeving in 1755.Sultan Moulay Ismail heeft een discutabele reputatie. Zo staat hij te boek als een bloeddorstige en wrede heerser, omdat hij volgens de overlevering eens de muren van de stad Meknès vol hing met tienduizend afgehakte hoofden van zijn tegenstanders. Hij staat in het Guinness Book of Records vermeld als de man die de meeste kinderen ooit heeft verwekt. Naar het schijnt had hij ruim 500 concubines en had hij maar liefst 1024 kinderen.Genoeg over de wrede Sultan. Tijdens het ontbijt in hotel le Musee werd pianospel via een TV gepresenteerd. De koffers stonden al geparkeerd bij de receptie, bewaakt door de hotel-eigenaar. Op weg naar Meknes ging een lijst rond waarin je een kruisje kon zetten bij de lunch die je graag wou hebben. De keuzes van de groep werd daarna doorgestuurd naar her het restaurant zodat er geen lange wachttijden zouden ontstaan. Dat systeem werkte, zoals later bleek, prima. Een goed idee van onze moederkloek.De eerste stop in koningsstad nummer twee. Meknes was voor de koffie (of thee of cola). Anneke, die had gedacht dat Richard en ik twee homo’s waren, wist precies hoe je thee moest inschenken. Gelukkig was de thee nog niet bevroren na een reis van een meter vanuit de pot naar het theekopje.Achter me was een deur zichtbaar. De patronen in de bewerkte deur gaven alvast een voorproefje op de mooie deuren die we nog zouden zien. Ik had geen wandelingen gepland in Meknes en Volubilis. Ik denk dat we gaan wandelen met de hele groep. We logeren de komende twee nachten in Fez, daar hebben we onze eerste vrije dag en daar heb ik zelf een dagwandeling uitgezet. Na de koffie was de gids nog niet verschenen, dus begon de toer door de stad zonder gids. De eerste stop was een kijkje bij de Bab el Khemis, een van de prachtige stadspoorten van Meknes. Daar was de gids ook niet, en zelfs bij een derde plek waar we éffe’ mochten kijken was de gids nergens waarneembaar. Waar we naar keken bij die derde plek weet ik niet meer, ik vond aan die plek trouwens niks aan. (Haras de Meknes?)Bingo. Op plek vier, de toegangspoort tot het mausoleum van Moulay Ismail stond de gids op ons te wachten. Een vrouwelijk lid van het Meknes toeristengilde. De entree tot het mausoleum was solide en mooi. In de grote deuer waren twee kleine deurtjes aangebracht waardoor je naar binnen kon. Dat deden we dan ook natuurlijk, de gids en entree hadden we al betaald aan Mirjan.Het is prachtig in het mausoleum. Moulay Ismail had goed voor zijn necrologie gezorgd. Overal trapjes, belegd met allerlei soortoen mozaïek. Oodelen van de muren waren met mozaïek versierd, zelfs de fonteinen in het mausoleum. En wat je zeker niet moest vergen was omhoog te kijken. Niet alles was versierd met die steentjes. Het verhaal dat de gids vertelde heb ik maar laten gaan. Ik was te druk bezig met foto’s maken.Na het mausoleum van de Almachige Moulay viel ons een stadswandeling te beurt. Door de kasbah. Wat al direct opviel was de tamelijke rust in de steegjes. Veel minder toeristen als in Rabat of de andere koningssteden die we nog kregen te zien. Soms kon ik, zonder te wachten, foto’s zonder toeristen maken. Je moest wel oppassen dat die niet door brommers ondersteboven gereden werd. Wat je wel overal zag waren poezen. Van allerlei soort. zelfs poezen met een baard. (Ik lieg niet hoor). De kasbah was een plezier om door te lopen en daar (waar het mocht) foto’s te maken. Behalve de vele kleurigige verkoopwinkeltjes van anderhalve meter breed kwam je ook de winkeltjes (van dezelfde afmetingen) tegen van de slager, de bakker, de kleermaker of de ‘open’ winkel van de houtbewerker tegen. Teveel soorten winkeltjes om ze allemaal op te noemen. Buiten de kasbah konden de luie mensen onder ons (gelukkig niemand) een één PK voertuig huren voor een rondritje door de stad. Even later werden we afgeleverd op Place el Hedime. Gelukkig weer niet zo druk zodat we een topattractie van Meknes, de Bab Mansour rusig konden bekijken. Ik kon zelfs een foto van deze poort maken waarop ook een politieman te zien is. Fout natuurlijk, want dat mag niet in Marokko. Ook geen miltairen of gendarmes, daar waren we voor gewaarschuwd door Mirjan. Wat dat kon wel eens het einde van ‘Marokko hoogtepunten’ betekenen, en het begin van ‘Marokko dieptepunten’.Op het plein, dat ten tijde van ‘Heer’ Ismail gebruikt werd om gestolen goed uit Volubilis op te slaan voor eigen Meknesse doeleinden, waren slangenbezweerders bezig om ons zover te krijgen dat we van hun foto’s maakten. Niet doen had onze moederkloek gezegd, dan moet je betalen. Dus geen foto’s van die lui maar wel van de Soukh (of is het Souq, of Soek?)Lees verder op pagina Volubilis
Meknès, een van de vier koningssteden rn is de vijfde grootste stad van Marokko De stad straalt een rustige grandeur uit te midden van zijn oude stadsmuren en historische monumenten. Het is er heel wat rustiger dan in het drukker Marrakesh. Het centrum van Meknès staat op de Unesco Werelderfgoedlijst.Eind 9e of begin 10e eeuw vestigde een nomadische berberstam, Miknasa, zich in het gebied, daarna waren het de Almoraviden, de Almohaden, de Meriniden, de Wattasiden en de Saadi, die het voor het zeggen hadden. Maar de grootste verandering vond plaats eind 17e eeuw toen Ismail ibn Sharif (niet onze Ismail) de cepter zwaaide. Ismail werd Sultan Moulay Ismail toen zijn broer Moulay ar Rashid van zijn paard donderde en overleed. Naar het schijnt had Ismail ibn Sharif 83 broers en half-broers. Iedereen die het niet eens was met zijn benoeming liet hij vermoorden. Onder zijn leiderschap wist hij de Ottomanen buiten Marokko te houden en bracht hij de berberbevolking van de Altlas onder bewind van een staat die we nu Marokko noemen. Moulay Ismail maakte van Meknes zijn koningsstad en liet op zeer grote schaal dure mooie bouwwerken verschijnen in zijn stad. helaas zijn veel van deze juweeltjes verwoest door een aardbeving in 1755.Sultan Moulay Ismail heeft een discutabele reputatie. Zo staat hij te boek als een bloeddorstige en wrede heerser, omdat hij volgens de overlevering eens de muren van de stad Meknès vol hing met tienduizend afgehakte hoofden van zijn tegenstanders. Hij staat in het Guinness Book of Records vermeld als de man die de meeste kinderen ooit heeft verwekt. Naar het schijnt had hij ruim 500 concubines en had hij maar liefst 1024 kinderen.Genoeg over de wrede Sultan. Tijdens het ontbijt in hotel le Musee werd pianospel via een TV gepresenteerd. De koffers stonden al geparkeerd bij de receptie, bewaakt door de hotel-eigenaar. Op weg naar Meknes ging een lijst rond waarin je een kruisje kon zetten bij de lunch die je graag wou hebben. De keuzes van de groep werd daarna doorgestuurd naar her het restaurant zodat er geen lange wachttijden zouden ontstaan. Dat systeem werkte, zoals later bleek, prima. Een goed idee van onze moederkloek.De eerste stop in koningsstad nummer twee. Meknes was voor de koffie (of thee of cola). Anneke, die had gedacht dat Richard en ik twee homo’s waren, wist precies hoe je thee moest inschenken. Gelukkig was de thee nog niet bevroren na een reis van een meter vanuit de pot naar het theekopje.Achter me was een deur zichtbaar. De patronen in de bewerkte deur gaven alvast een voorproefje op de mooie deuren die we nog zouden zien. Ik had geen wandelingen gepland in Meknes en Volubilis. Ik denk dat we gaan wandelen met de hele groep. We logeren de komende twee nachten in Fez, daar hebben we onze eerste vrije dag en daar heb ik zelf een dagwandeling uitgezet. Na de koffie was de gids nog niet verschenen, dus begon de toer door de stad zonder gids. De eerste stop was een kijkje bij de Bab el Khemis, een van de prachtige stadspoorten van Meknes. Daar was de gids ook niet, en zelfs bij een derde plek waar we éffe’ mochten kijken was de gids nergens waarneembaar. Waar we naar keken bij die derde plek weet ik niet meer, ik vond aan die plek trouwens niks aan. (Haras de Meknes?)Bingo. Op plek vier, de toegangspoort tot het mausoleum van Moulay Ismail stond de gids op ons te wachten. Een vrouwelijk lid van het Meknes toeristengilde. De entree tot het mausoleum was solide en mooi. In de grote deuer waren twee kleine deurtjes aangebracht waardoor je naar binnen kon. Dat deden we dan ook natuurlijk, de gids en entree hadden we al betaald aan Mirjan.Het is prachtig in het mausoleum. Moulay Ismail had goed voor zijn necrologie gezorgd. Overal trapjes, belegd met allerlei soortoen mozaïek. Oodelen van de muren waren met mozaïek versierd, zelfs de fonteinen in het mausoleum. En wat je zeker niet moest vergen was omhoog te kijken. Niet alles was versierd met die steentjes. Het verhaal dat de gids vertelde heb ik maar laten gaan. Ik was te druk bezig met foto’s maken.Na het mausoleum van de Almachige Moulay viel ons een stadswandeling te beurt. Door de kasbah. Wat al direct opviel was de tamelijke rust in de steegjes. Veel minder toeristen als in Rabat of de andere koningssteden die we nog kregen te zien. Soms kon ik, zonder te wachten, foto’s zonder toeristen maken. Je moest wel oppassen dat die niet door brommers ondersteboven gereden werd. Wat je wel overal zag waren poezen. Van allerlei soort. zelfs poezen met een baard. (Ik lieg niet hoor). De kasbah was een plezier om door te lopen en daar (waar het mocht) foto’s te maken. Behalve de vele kleurigige verkoopwinkeltjes van anderhalve meter breed kwam je ook de winkeltjes (van dezelfde afmetingen) tegen van de slager, de bakker, de kleermaker of de ‘open’ winkel van de houtbewerker tegen. Teveel soorten winkeltjes om ze allemaal op te noemen. Buiten de kasbah konden de luie mensen onder ons (gelukkig niemand) een één PK voertuig huren voor een rondritje door de stad. Even later werden we afgeleverd op Place el Hedime. Gelukkig weer niet zo druk zodat we een topattractie van Meknes, de Bab Mansour rusig konden bekijken. Ik kon zelfs een foto van deze poort maken waarop ook een politieman te zien is. Fout natuurlijk, want dat mag niet in Marokko. Ook geen miltairen of gendarmes, daar waren we voor gewaarschuwd door Mirjan. Wat dat kon wel eens het einde van ‘Marokko hoogtepunten’ betekenen, en het begin van ‘Marokko dieptepunten’.Op het plein, dat ten tijde van ‘Heer’ Ismail gebruikt werd om gestolen goed uit Volubilis op te slaan voor eigen Meknesse doeleinden, waren slangenbezweerders bezig om ons zover te krijgen dat we van hun foto’s maakten. Niet doen had onze moederkloek gezegd, dan moet je betalen. Dus geen foto’s van die lui maar wel van de Soukh (of is het Souq, of Soek?)Lees verder op pagina Volubilis