Alles wat je thuis laat is mooi meegenomen
Dag 09 - Paredes (Arcade) naar Portela (22 km)
Het is nog donker als we om tien voor acht vertrekken uit het hotel. Het ontbijt was een debacle. Alle
schalen waren leeg, er waren enkel een paar stukken zoete koek over. Pas nadat ik op jacht ging naar
een serveerster werd de jus de orange aangevuld. Maar daar bleef het bij. Waarschijnlijk was ons
ontbijt opgegeten door de vele arbeiders die in het hotel verbleven.
We zitten iets buiten de route. Dat betekent dat we op zoek
moeten naar de goede weg. De zwarte stier steekt helder af
tegen het licht van de opkomende zon. Het verkeer dendert langs
ons heen. De eerste weg rechts voert ons omhoog, boven het
hotel, en na een poosje klimmen vinden we een weg door het
bos. Die weg moet ons op de goede route brengen.
Twintig minuten na ons vertrek vinden we de Caminho Portuguez
Interior route weer terug. We zijn weer op weg naar Santiago de
Compostela.
Een paaltje geft aan dat we nog 76 kilometer voor de boeg hebben. De grote
stenen op de weg makenheel duidelijk dat we ons weer op de Romeinse weg
XIX bevinden. .De wijnstokken beginnen al uit te lopen. Er verschijnt steeds
meer groen op de takken. Een pelgrim staat bij een kilometerpaaltje het bos in
te kijken. Als we dichterbij komen zien we dat we voor de gek zijn gehouden.
Het is een stuk metaal dat de vorm heeft van een pelgrim.
Ik maak ook wat video’s op deze vroege morgen. Deze keer om te laten zien
hoe je bergaf loopt. Eerst film ik May als ze voor me loopt. Ik loop haar voorbij.
Een paar minuten later film ik haar terwijl ze op met toe komt lopen. Op het
moment dat ze me passeert geeft ze een gil. Losse stenen langs de kant zijn
de oorzaak ervan dat haar gebroken teen een flinke optater krijgt. Vanaf dat
moment heeft May pijn aan haar voet. Pijn die niet mee over gaat.
Een steengroeve langs de weg maakt duidelijk war de Romeinen
de stenen vandaan hebben gehaald. We dalen nu weer
voortdurend. De tand des tijds heeft hier toegeslagen, ik voel
gewoon de Romeinen die met me meelopen. Er beginnen een
paar honden te blaffen als we voorbij lopen. Een trapje in een
muur nodigt me uit omhoog te lopen. Maar ik kom niet ver. Het
trapje eindigt boven op de muur.
Het verschil tussen rijk en arm is in Spanje goed zichtbaar. De
ene keer lopen we langs een mooie villa met een smeedijzeren
hek voorzien van allerlei ornamenten. De andere keer is er enkel een ruïne te zien en zijn de bewoners
blij dat ze een dak boven hun hoofd hebben.
Maar waar is dat Camino gevoel?
We lopen nu al dagen te wandelen en ik heb het reuze naar mjn zin. Er is tijd te over om na te denken
als de omgeving je aandacht niet opvraagt. Maar waar blijtf dat Camino gevoel? Waar blijft die
ervaring waar al die Camino kuieraars het over hebben? Heb ik
soms de verkeerde “mindset” meegenomen?
Weer zien we wijnranken die bezig zijn om dit jaar druiven te
produceren. Even later zijn het geen wijnstokken die langs de weg
staan maar de lange Eucalyptusbomen. Om half tien passeren we
een oud kapelletje, Capela da Santa Marta staat op een bordje te
lezen. Ano 1617. We zijn in Vilaboa, en even later lopen we
Pontevedra binnen. Het is intussen half tien geworden. We hebben
honger.
Hé daar staan twee paaltjes met afstanden. Raar. We volgen de extra omleiding, die schijnt mooier te
zijn. Waarom zouden ze anders dat tweede paaltje geplaatst hebben? In ieder gevel komen we een
half uur later een paar oude zuilen tegen. Op een heuvel staat een niet
afgebouwde villa. Eerst moet nog wat gespaard worden. Een korenschuur,
midden in een wei trekt mijn aandacht. Het schijnt een kinderspeelhuisje te zijn,
dat dat denk ik tenminste.
Casa Pepe nodigt ons uit om halt te houden en onze magen wat te vullen
Verderop in de stad staat een houten standbeeld van een pelgrim. We lopen
langs het station van Pontevedra en duiken een straat in
die gerenoveerd wordt. Pontevedra denkt vooruit.
Pontevedra weet ook dat er veel pelgrims voorbij
komen. De kerk is open, en dat nodigt uit tot een
bezichtiging. Een kaarsje aansteken doe ik niet. Het is
weer zo’n electrisch ding. Het Mariabeeld in de kerk is erg
mooi. Natuurlijk moet ik een foto maken van de
gebrandschilderde ramen. We vervolgen onze weg dwars
door Pontevedra, en zetten wat markante gebouwen op de foto. Ook May doet
dat.
Op een schoolplein zijn kinderen aan het spelen. Ze hebben allemaal dezelfde
kleding aan. Wit is de kleur van hun schooluniform. Met blauwe hesjes, dat wordt
duidelijk als ik inzoem met de camera. We vervolgen onze Camino door
Pontevedra. Een fontein staat water te spuwen. Een Galiciaanse wegwijzer geeft
nog 65 kilometer aan. Pfft. Even later moeten we de rivier
oversteken over de oude brug. Die is versierd met
Jacobsschelpen. Het is tien over elf. We gaan lekker.
Voordat we Pontevedra verlaten zoeken we nog een supermarkt
op. Eerst ga ik boodschappen doen, daarna May. Winkelen met
een boodschappenwagentje is hier heel gewoon. De wagentjes
staan netjes geparkeerd, ze mogen blijkbaar niet mee in de
supermarkt. Na het winkelen zien we dat we alweer de Romeinse
weg XIX volgen. Deze keer is de weg echter van asfalt voorzien.
Geen echte oude weg meer. Tegen de gevel van een huisje zie ik
een tegel met een beeltenis van van een pelgrim bevestigd. Galicia laat duidelijk zien dat we op weg
zijn naar Santiago.
Graffity beschilderingen zijn ook in Spanje aanwezig. Alweer zet
ik een korenschuur op de foto. In de verte zie ik een kerktoren,
afgeschermd door een wille muur met allemaal kleine daken. Het
blijkt een kerkhof bij de kerk te zijn. De kleine daken die ik zie
horen bij graven. Het zijn allemaal huisjes met een glazen deur.
Achter het glas bevinden zich steeds een aantal graven.
Op een kruising van een aantal wegen
staat een gedenkteken. Behalve Jesus
Christus, genageld aan het kruis, zie ik ook de beeltenis van een pelgrim.
Welke betekenis moet ik aan die paal geven? Ik weet het niet. Iets verder ga ik
eens kijken wat zich achter een oude muur bevind. Niks, een bouwvallige ruimte
die behoort tot een oude vervallen boerderij. Vlug loop ik maar weer door, zodat
ik niet te ver achterop raak. Want May blijft stug doorlopen als ik stop om een
foto te nemen.
Om kwart voor een zijn we in San Vincente. Alweer zien we een oude kapel
langs de weg. Maar het aantal vervallen bouwwerken valt meer op. Het
volgende dorp of gehucht is San Caetano
gevolgd door O Castrado. Een oude
vervalen graanschuur staat achter een
aantal wijnranken. Even later zie ik alweer
een graanschuur, deze keer eentje in
betere conditie.
We gaan weer eens de berg op, en
passeren een Eucalyptus bos .Nu is weer
goed te zien dat we nog steeds op Weg
XIX van de Romeinen lopen. Mijn
verbeelding slaat op hol. Ik zie nu een
aantal Romeinen voor me lopen. Een honderdman maant de groep tot spoed.
Is dit het Camino gevoel?
Het pad voert ons over een spoor heen. Onbewaakt natuurlijk, maar een bord
geeft aan dat we een stoomlocomotief tegen kunnen komen. Bij het zien van
twee verkeersborden schiet ik in de lach Verboden in te halen voor voertuigen. Pausade de Perigrino
lees ik op een bord. Mijn Spaans is al een stuk beter geworden. Pauze dus, en genieten van een
biertje. En wat voor een. Een lekkere Peregrino.
Nu weet ik wat het Camino gevoel is. Gewoon genieten van alles wat je ziet, van alles wat je tegen
komt. Genieten van alles wat je krijgt. Deze keer is het een bakje pinda’s. Genieten van de ontluikende
wijnranken. Tegenover de bar staat een klein kerkje. Een bordje geeft aan dat dit de kerk is van San
Amaro, die behoort tot de parochie van Portela.
Om half drie gaan we weer verder. Een zuil met een pelgrimfiguur
en een wasgelegenheid trekt de aandacht. Wanneer zouden zich
daar voor het laatst dorpelingen gewassen hebben? Of pelgrims?
Met grote letters is de weg naar de Albergue aangegeven. We
moeten nog even kuieren maar het uitzicht op de omgeving
maakt dat kuieren gemakkelijk.We naderen Portela en passeren
een oude kerk. En klimmen maar weer eens omhoog.
Albergue Portela, onze slaapplek voor vandaag, lopen we straal
voorbij. De pijlen welke naar de herberg verwijzen zien we niet.
Pas als we een heel eind steil omlaag hebben gelopen maakt een man ons duidelijk dat we terug
moeten. De berg weer op, want boven op de berg is de prive herberg van Jorge. Aubergue Portela.
We horen tot een van de eerste gasten die in de herberg
neerstrijken. Een Duitser, Werner uit Aken, is al aanwezig. We
krijgen door een Portugese hospitalero bedden in de hoek van
een grote slaapzaal aangewezen. En daarna worden we
ingeschreven in het grote boek, en betalen we de slaapplaats met
een vast bedrag. Geen donativo dus. De rest van het verblijf kan,
mag en moet wel worden betaald met een donatievo.
En die rest is heel wat. In de keuken is drank te vinden. Wijn, bier
en frisdrank. Er wordt gezamenlijk gegeten. De maaltijd wordt
klaargemaakt door Jorge, de gastheer en eigenaar van de
Aubergue. Als we buiten aan een lange tafel plaatsnemen om de soep en de tortilla op te eten zijn we
niet de enigen. De herberg is vol. Er zijn zelfs pelgrims die bij
eigenaar Jorge in huis onderdak krijgen. Wij moeten het doen
met een overvolle slaapzaal. En met een douche die zo klein is
dat ik me maar in de slaapzaal haast geheel heb uitgekleed
voordat ik de doucheruimte opzocht. Het schone goed moest
wel buiten blijven, er was geen plek om je in de douche weer
aan te kleden. Maar och, er was niemand anders in de
doucheruimte aanwezig.
Tijdens het eten ontdekken we een aantal bekende gezichten.
Zoals de drie meiden die in Moskou blijken te wonen. Ze
werken daar in een kinder hospice. De Japanner met het
monddoekje voor is er ook. Hij blijkt de partner van een Zweedse te zijn. De Duitse dame, Irene, van
het Duits//Zwitsers span is er ook. De Zwitserse dame had blijkbaar een te hoog tempo en is alleen
verder gegaan. Irene (uit Oberbayern) is een gezellige tante die wel een biertje lust. Dat krijgt ze
natuurlijk ook van mij.
Er is ook een Spaans gezin met twee kinderen in de herberg
neergestreken. Een van de kinderen, die al kan lopen, krijgt nog
de borst van moeder. Dat gebeurt in bijzijn van alle andere
pelgrims. De vrouw krijgt na het eten een massage van een echte
masseur. Tegen vergoeding masseert hij pelgrims, maar
vanavond is zijn behandeling kosteloos. Een van de Russinnen,
die problemen heeft met lopen, wordt door hem helemaal
opgelapt. Ook dat gebeurt in het bijzijn van iedereen.
Een paar Italianen zitten tegenover me. En links van me ploft een
Duitser uit Kevelaar neer. Helmut is zijn
naam. Een kanovaarder in hart en nieren die de Camino al een paar keer heeft
bewandeld. Ook hij heeft een dochter verloren. Aan de taaislijmziekte. Na het
eten blijven we nog een flinke poos aan tafel zitten om te kletsen. Samen met
Irene, en met het drinken van de nodige biertjes.
Vanmorgen heeft May haar rechtervoet weer flink pijn gedaan. Dat is de hele
dag gebleven. Onderweg heeft May een paar keer pijnstillers moeten nemen.
En vanavond in de slaapzaal is de pijn er nog steeds. Wordt dit de laatste
etappe van ons? Ik weet het niet. Langzaam wordt het wat rustiger op de
slaapzaal. Een van de Russinnen slaapt boven mij in het stapelbed.
Het gesnurk van een aantal pelgrims houd me een poos wakker. En de vele
biertjes van vanavond hebben tot gevolg dat ik er regelmatig uit moet om de
WC op te zoeken.
Na negen dagen staat 187 kilometer verder op onze geheugen-teller. Ben benieuwd of May morgen
kan lopen.