Made by Wino
Alles wat je thuis laat is mooi meegenomen

Dag 09 - Paredes (Arcade) naar Portela (22 km)

Het is nog donker als we om tien voor acht vertrekken uit het hotel. Het ontbijt was een debacle. Alle schalen waren leeg, er waren enkel een paar stukken zoete koek over. Pas nadat ik op jacht ging naar een serveerster werd de jus de orange aangevuld. Maar daar bleef het bij. Waarschijnlijk was ons ontbijt opgegeten door de vele arbeiders die in het hotel verbleven. We zitten iets buiten de route. Dat betekent dat we op zoek moeten naar de goede weg. De zwarte stier steekt helder af tegen het licht van de opkomende zon. Het verkeer dendert langs ons heen. De eerste weg rechts voert ons omhoog, boven het hotel, en na een poosje klimmen vinden we een weg door het bos. Die weg moet ons op de goede route brengen. Twintig minuten na ons vertrek vinden we de Caminho Portuguez Interior route weer terug. We zijn weer op weg naar Santiago de Compostela. Een paaltje geft aan dat we nog 76 kilometer voor de boeg hebben. De grote stenen op de weg makenheel duidelijk dat we ons weer op de Romeinse weg XIX bevinden. .De wijnstokken beginnen al uit te lopen. Er verschijnt steeds meer groen op de takken. Een pelgrim staat bij een kilometerpaaltje het bos in te kijken. Als we dichterbij komen zien we dat we voor de gek zijn gehouden. Het is een stuk metaal dat de vorm heeft van een pelgrim. Ik maak ook wat video’s op deze vroege morgen. Deze keer om te laten zien hoe je bergaf loopt. Eerst film ik May als ze voor me loopt. Ik loop haar voorbij. Een paar minuten later film ik haar terwijl ze op met toe komt lopen. Op het moment dat ze me passeert geeft ze een gil. Losse stenen langs de kant zijn de oorzaak ervan dat haar gebroken teen een flinke optater krijgt. Vanaf dat moment heeft May pijn aan haar voet. Pijn die niet mee over gaat. Een steengroeve langs de weg maakt duidelijk war de Romeinen de stenen vandaan hebben gehaald. We dalen nu weer voortdurend. De tand des tijds heeft hier toegeslagen, ik voel gewoon de Romeinen die met me meelopen. Er beginnen een paar honden te blaffen als we voorbij lopen. Een trapje in een muur nodigt me uit omhoog te lopen. Maar ik kom niet ver. Het trapje eindigt boven op de muur. Het verschil tussen rijk en arm is in Spanje goed zichtbaar. De ene keer lopen we langs een mooie villa met een smeedijzeren hek voorzien van allerlei ornamenten. De andere keer is er enkel een ruïne te zien en zijn de bewoners blij dat ze een dak boven hun hoofd hebben. Maar waar is dat Camino gevoel? We lopen nu al dagen te wandelen en ik heb het reuze naar mjn zin. Er is tijd te over om na te denken als de omgeving je aandacht niet opvraagt. Maar waar blijtf dat Camino gevoel? Waar blijft die ervaring waar al die Camino kuieraars het over hebben? Heb ik soms de verkeerde “mindset” meegenomen? Weer zien we wijnranken die bezig zijn om dit jaar druiven te produceren. Even later zijn het geen wijnstokken die langs de weg staan maar de lange Eucalyptusbomen. Om half tien passeren we een oud kapelletje, Capela da Santa Marta staat op een bordje te lezen. Ano 1617. We zijn in Vilaboa, en even later lopen we Pontevedra binnen. Het is intussen half tien geworden. We hebben honger. Hé daar staan twee paaltjes met afstanden. Raar. We volgen de extra omleiding, die schijnt mooier te zijn. Waarom zouden ze anders dat tweede paaltje geplaatst hebben? In ieder gevel komen we een half uur later een paar oude zuilen tegen. Op een heuvel staat een niet afgebouwde villa. Eerst moet nog wat gespaard worden. Een korenschuur, midden in een wei trekt mijn aandacht. Het schijnt een kinderspeelhuisje te zijn, dat dat denk ik tenminste. Casa Pepe nodigt ons uit om halt te houden en onze magen wat te vullen Verderop in de stad staat een houten standbeeld van een pelgrim. We lopen langs het station van Pontevedra en duiken een straat in die gerenoveerd wordt. Pontevedra denkt vooruit. Pontevedra weet ook dat er veel pelgrims voorbij komen. De kerk is open, en dat nodigt uit tot een bezichtiging. Een kaarsje aansteken doe ik niet. Het is weer zo’n electrisch ding. Het Mariabeeld in de kerk is erg mooi. Natuurlijk moet ik een foto maken van de gebrandschilderde ramen. We vervolgen onze weg dwars door Pontevedra, en zetten wat markante gebouwen op de foto. Ook May doet dat. Op een schoolplein zijn kinderen aan het spelen. Ze hebben allemaal dezelfde kleding aan. Wit is de kleur van hun schooluniform. Met blauwe hesjes, dat wordt duidelijk als ik inzoem met de camera. We vervolgen onze Camino door Pontevedra. Een fontein staat water te spuwen. Een Galiciaanse wegwijzer geeft nog 65 kilometer aan. Pfft. Even later moeten we de rivier oversteken over de oude brug. Die is versierd met Jacobsschelpen. Het is tien over elf. We gaan lekker. Voordat we Pontevedra verlaten zoeken we nog een supermarkt op. Eerst ga ik boodschappen doen, daarna May. Winkelen met een boodschappenwagentje is hier heel gewoon. De wagentjes staan netjes geparkeerd, ze mogen blijkbaar niet mee in de supermarkt. Na het winkelen zien we dat we alweer de Romeinse weg XIX volgen. Deze keer is de weg echter van asfalt voorzien. Geen echte oude weg meer. Tegen de gevel van een huisje zie ik een tegel met een beeltenis van van een pelgrim bevestigd. Galicia laat duidelijk zien dat we op weg zijn naar Santiago. Graffity beschilderingen zijn ook in Spanje aanwezig. Alweer zet ik een korenschuur op de foto. In de verte zie ik een kerktoren, afgeschermd door een wille muur met allemaal kleine daken. Het blijkt een kerkhof bij de kerk te zijn. De kleine daken die ik zie horen bij graven. Het zijn allemaal huisjes met een glazen deur. Achter het glas bevinden zich steeds een aantal graven. Op een kruising van een aantal wegen staat een gedenkteken. Behalve Jesus Christus, genageld aan het kruis, zie ik ook de beeltenis van een pelgrim. Welke betekenis moet ik aan die paal geven? Ik weet het niet. Iets verder ga ik eens kijken wat zich achter een oude muur bevind. Niks, een bouwvallige ruimte die behoort tot een oude vervallen boerderij. Vlug loop ik maar weer door, zodat ik niet te ver achterop raak. Want May blijft stug doorlopen als ik stop om een foto te nemen. Om kwart voor een zijn we in San Vincente. Alweer zien we een oude kapel langs de weg. Maar het aantal vervallen bouwwerken valt meer op. Het volgende dorp of gehucht is San Caetano gevolgd door O Castrado. Een oude vervalen graanschuur staat achter een aantal wijnranken. Even later zie ik alweer een graanschuur, deze keer eentje in betere conditie. We gaan weer eens de berg op, en passeren een Eucalyptus bos .Nu is weer goed te zien dat we nog steeds op Weg XIX van de Romeinen lopen. Mijn verbeelding slaat op hol. Ik zie nu een aantal Romeinen voor me lopen. Een honderdman maant de groep tot spoed. Is dit het Camino gevoel? Het pad voert ons over een spoor heen. Onbewaakt natuurlijk, maar een bord geeft aan dat we een stoomlocomotief tegen kunnen komen. Bij het zien van twee verkeersborden schiet ik in de lach Verboden in te halen voor voertuigen. Pausade de Perigrino lees ik op een bord. Mijn Spaans is al een stuk beter geworden. Pauze dus, en genieten van een biertje. En wat voor een. Een lekkere Peregrino. Nu weet ik wat het Camino gevoel is. Gewoon genieten van alles wat je ziet, van alles wat je tegen komt. Genieten van alles wat je krijgt. Deze keer is het een bakje pinda’s. Genieten van de ontluikende wijnranken. Tegenover de bar staat een klein kerkje. Een bordje geeft aan dat dit de kerk is van San Amaro, die behoort tot de parochie van Portela. Om half drie gaan we weer verder. Een zuil met een pelgrimfiguur en een wasgelegenheid trekt de aandacht. Wanneer zouden zich daar voor het laatst dorpelingen gewassen hebben? Of pelgrims? Met grote letters is de weg naar de Albergue aangegeven. We moeten nog even kuieren maar het uitzicht op de omgeving maakt dat kuieren gemakkelijk.We naderen Portela en passeren een oude kerk. En klimmen maar weer eens omhoog. Albergue Portela, onze slaapplek voor vandaag, lopen we straal voorbij. De pijlen welke naar de herberg verwijzen zien we niet. Pas als we een heel eind steil omlaag hebben gelopen maakt een man ons duidelijk dat we terug moeten. De berg weer op, want boven op de berg is de prive herberg van Jorge. Aubergue Portela. We horen tot een van de eerste gasten die in de herberg neerstrijken. Een Duitser, Werner uit Aken, is al aanwezig. We krijgen door een Portugese hospitalero bedden in de hoek van een grote slaapzaal aangewezen. En daarna worden we ingeschreven in het grote boek, en betalen we de slaapplaats met een vast bedrag. Geen donativo dus. De rest van het verblijf kan, mag en moet wel worden betaald met een donatievo. En die rest is heel wat. In de keuken is drank te vinden. Wijn, bier en frisdrank. Er wordt gezamenlijk gegeten. De maaltijd wordt klaargemaakt door Jorge, de gastheer en eigenaar van de Aubergue. Als we buiten aan een lange tafel plaatsnemen om de soep en de tortilla op te eten zijn we niet de enigen. De herberg is vol. Er zijn zelfs pelgrims die bij eigenaar Jorge in huis onderdak krijgen. Wij moeten het doen met een overvolle slaapzaal. En met een douche die zo klein is dat ik me maar in de slaapzaal haast geheel heb uitgekleed voordat ik de doucheruimte opzocht. Het schone goed moest wel buiten blijven, er was geen plek om je in de douche weer aan te kleden. Maar och, er was niemand anders in de doucheruimte aanwezig. Tijdens het eten ontdekken we een aantal bekende gezichten. Zoals de drie meiden die in Moskou blijken te wonen. Ze werken daar in een kinder hospice. De Japanner met het monddoekje voor is er ook. Hij blijkt de partner van een Zweedse te zijn. De Duitse dame, Irene, van het Duits//Zwitsers span is er ook. De Zwitserse dame had blijkbaar een te hoog tempo en is alleen verder gegaan. Irene (uit Oberbayern) is een gezellige tante die wel een biertje lust. Dat krijgt ze natuurlijk ook van mij. Er is ook een Spaans gezin met twee kinderen in de herberg neergestreken. Een van de kinderen, die al kan lopen, krijgt nog de borst van moeder. Dat gebeurt in bijzijn van alle andere pelgrims. De vrouw krijgt na het eten een massage van een echte masseur. Tegen vergoeding masseert hij pelgrims, maar vanavond is zijn behandeling kosteloos. Een van de Russinnen, die problemen heeft met lopen, wordt door hem helemaal opgelapt. Ook dat gebeurt in het bijzijn van iedereen. Een paar Italianen zitten tegenover me. En links van me ploft een Duitser uit Kevelaar neer. Helmut is zijn naam. Een kanovaarder in hart en nieren die de Camino al een paar keer heeft bewandeld. Ook hij heeft een dochter verloren. Aan de taaislijmziekte. Na het eten blijven we nog een flinke poos aan tafel zitten om te kletsen. Samen met Irene, en met het drinken van de nodige biertjes. Vanmorgen heeft May haar rechtervoet weer flink pijn gedaan. Dat is de hele dag gebleven. Onderweg heeft May een paar keer pijnstillers moeten nemen. En vanavond in de slaapzaal is de pijn er nog steeds. Wordt dit de laatste etappe van ons? Ik weet het niet. Langzaam wordt het wat rustiger op de slaapzaal. Een van de Russinnen slaapt boven mij in het stapelbed. Het gesnurk van een aantal pelgrims houd me een poos wakker. En de vele biertjes van vanavond hebben tot gevolg dat ik er regelmatig uit moet om de WC op te zoeken. Na negen dagen staat 187 kilometer verder op onze geheugen-teller. Ben benieuwd of May morgen kan lopen.
Extra Foto’s Extra Foto’s Vroege volgels gaan on stap De ware Madonna Op weg naar? Ja waarheen? Capela di Santa Marta Caminho Portuguez zit vol verrassingen Mariabeeld in kerk Pontevedra Camino richting aanwijzer Tuinschuurtje van een boer Jesus Christus heeft gezelschap Leuk als opknappertje Inhalen verboden, er kan een trein aankomen! Badhuis voor pelgrims? Dit kunstwerk in de Aubegue spreekt voor zich Badhuis voor pelgrims? Jorge onze gastheer van Aubergue Portela De drie Russinnen Gezellig samen tafelen. OOk een Camino gevoel
Made by Wino
Alles wat je thuis laat is mooi meegenomen

Dag 09 - Paredes (Arcade)

naar Portela (22 km)

Het is nog donker als we om tien voor acht vertrekken uit het hotel. Het ontbijt was een debacle. Alle schalen waren leeg, er waren enkel een paar stukken zoete koek over. Pas nadat ik op jacht ging naar een serveerster werd de jus de orange aangevuld. Maar daar bleef het bij. Waarschijnlijk was ons ontbijt opgegeten door de vele arbeiders die in het hotel verbleven. We zitten iets buiten de route. Dat betekent dat we op zoek moeten naar de goede weg. De zwarte stier steekt helder af tegen het licht van de opkomende zon. Het verkeer dendert langs ons heen. De eerste weg rechts voert ons omhoog, boven het hotel, en na een poosje klimmen vinden we een weg door het bos. Die weg moet ons op de goede route brengen. Twintig minuten na ons vertrek vinden we de Caminho Portuguez Interior route weer terug. We zijn weer op weg naar Santiago de Compostela. Een paaltje geft aan dat we nog 76 kilometer voor de boeg hebben. De grote stenen op de weg makenheel duidelijk dat we ons weer op de Romeinse weg XIX bevinden. .De wijnstokken beginnen al uit te lopen. Er verschijnt steeds meer groen op de takken. Een pelgrim staat bij een kilometerpaaltje het bos in te kijken. Als we dichterbij komen zien we dat we voor de gek zijn gehouden. Het is een stuk metaal dat de vorm heeft van een pelgrim. Ik maak ook wat video’s op deze vroege morgen. Deze keer om te laten zien hoe je bergaf loopt. Eerst film ik May als ze voor me loopt. Ik loop haar voorbij. Een paar minuten later film ik haar terwijl ze op met toe komt lopen. Op het moment dat ze me passeert geeft ze een gil. Losse stenen langs de kant zijn de oorzaak ervan dat haar gebroken teen een flinke optater krijgt. Vanaf dat moment heeft May pijn aan haar voet. Pijn die niet mee over gaat. Een steengroeve langs de weg maakt duidelijk war de Romeinen de stenen vandaan hebben gehaald. We dalen nu weer voortdurend. De tand des tijds heeft hier toegeslagen, ik voel gewoon de Romeinen die met me meelopen. Er beginnen een paar honden te blaffen als we voorbij lopen. Een trapje in een muur nodigt me uit omhoog te lopen. Maar ik kom niet ver. Het trapje eindigt boven op de muur. Het verschil tussen rijk en arm is in Spanje goed zichtbaar. De ene keer lopen we langs een mooie villa met een smeedijzeren hek voorzien van allerlei ornamenten. De andere keer is er enkel een ruïne te zien en zijn de bewoners blij dat ze een dak boven hun hoofd hebben. Maar waar is dat Camino gevoel? We lopen nu al dagen te wandelen en ik heb het reuze naar mjn zin. Er is tijd te over om na te denken als de omgeving je aandacht niet opvraagt. Maar waar blijtf dat Camino gevoel? Waar blijft die ervaring waar al die Camino kuieraars het over hebben? Heb ik soms de verkeerde “mindset” meegenomen? Weer zien we wijnranken die bezig zijn om dit jaar druiven te produceren. Even later zijn het geen wijnstokken die langs de weg staan maar de lange Eucalyptusbomen. Om half tien passeren we een oud kapelletje, Capela da Santa Marta staat op een bordje te lezen. Ano 1617. We zijn in Vilaboa, en even later lopen we Pontevedra binnen. Het is intussen half tien geworden. We hebben honger. Hé daar staan twee paaltjes met afstanden. Raar. We volgen de extra omleiding, die schijnt mooier te zijn. Waarom zouden ze anders dat tweede paaltje geplaatst hebben? In ieder gevel komen we een half uur later een paar oude zuilen tegen. Op een heuvel staat een niet afgebouwde villa. Eerst moet nog wat gespaard worden. Een korenschuur, midden in een wei trekt mijn aandacht. Het schijnt een kinderspeelhuisje te zijn, dat dat denk ik tenminste. Casa Pepe nodigt ons uit om halt te houden en onze magen wat te vullen Verderop in de stad staat een houten standbeeld van een pelgrim. We lopen langs het station van Pontevedra en duiken een straat in die gerenoveerd wordt. Pontevedra denkt vooruit. Pontevedra weet ook dat er veel pelgrims voorbij komen. De kerk is open, en dat nodigt uit tot een bezichtiging. Een kaarsje aansteken doe ik niet. Het is weer zo’n electrisch ding. Het Mariabeeld in de kerk is erg mooi. Natuurlijk moet ik een foto maken van de gebrandschilderde ramen. We vervolgen onze weg dwars door Pontevedra, en zetten wat markante gebouwen op de foto. Ook May doet dat. Op een schoolplein zijn kinderen aan het spelen. Ze hebben allemaal dezelfde kleding aan. Wit is de kleur van hun schooluniform. Met blauwe hesjes, dat wordt duidelijk als ik inzoem met de camera. We vervolgen onze Camino door Pontevedra. Een fontein staat water te spuwen. Een Galiciaanse wegwijzer geeft nog 65 kilometer aan. Pfft. Even later moeten we de rivier oversteken over de oude brug. Die is versierd met Jacobsschelpen. Het is tien over elf. We gaan lekker. Voordat we Pontevedra verlaten zoeken we nog een supermarkt op. Eerst ga ik boodschappen doen, daarna May. Winkelen met een boodschappenwagentje is hier heel gewoon. De wagentjes staan netjes geparkeerd, ze mogen blijkbaar niet mee in de supermarkt. Na het winkelen zien we dat we alweer de Romeinse weg XIX volgen. Deze keer is de weg echter van asfalt voorzien. Geen echte oude weg meer. Tegen de gevel van een huisje zie ik een tegel met een beeltenis van van een pelgrim bevestigd. Galicia laat duidelijk zien dat we op weg zijn naar Santiago. Graffity beschilderingen zijn ook in Spanje aanwezig. Alweer zet ik een korenschuur op de foto. In de verte zie ik een kerktoren, afgeschermd door een wille muur met allemaal kleine daken. Het blijkt een kerkhof bij de kerk te zijn. De kleine daken die ik zie horen bij graven. Het zijn allemaal huisjes met een glazen deur. Achter het glas bevinden zich steeds een aantal graven. Op een kruising van een aantal wegen staat een gedenkteken. Behalve Jesus Christus, genageld aan het kruis, zie ik ook de beeltenis van een pelgrim. Welke betekenis moet ik aan die paal geven? Ik weet het niet. Iets verder ga ik eens kijken wat zich achter een oude muur bevind. Niks, een bouwvallige ruimte die behoort tot een oude vervallen boerderij. Vlug loop ik maar weer door, zodat ik niet te ver achterop raak. Want May blijft stug doorlopen als ik stop om een foto te nemen. Om kwart voor een zijn we in San Vincente. Alweer zien we een oude kapel langs de weg. Maar het aantal vervallen bouwwerken valt meer op. Het volgende dorp of gehucht is San Caetano gevolgd door O Castrado. Een oude vervalen graanschuur staat achter een aantal wijnranken. Even later zie ik alweer een graanschuur, deze keer eentje in betere conditie. We gaan weer eens de berg op, en passeren een Eucalyptus bos .Nu is weer goed te zien dat we nog steeds op Weg XIX van de Romeinen lopen. Mijn verbeelding slaat op hol. Ik zie nu een aantal Romeinen voor me lopen. Een honderdman maant de groep tot spoed. Is dit het Camino gevoel? Het pad voert ons over een spoor heen. Onbewaakt natuurlijk, maar een bord geeft aan dat we een stoomlocomotief tegen kunnen komen. Bij het zien van twee verkeersborden schiet ik in de lach Verboden in te halen voor voertuigen. Pausade de Perigrino lees ik op een bord. Mijn Spaans is al een stuk beter geworden. Pauze dus, en genieten van een biertje. En wat voor een. Een lekkere Peregrino. Nu weet ik wat het Camino gevoel is. Gewoon genieten van alles wat je ziet, van alles wat je tegen komt. Genieten van alles wat je krijgt. Deze keer is het een bakje pinda’s. Genieten van de ontluikende wijnranken. Tegenover de bar staat een klein kerkje. Een bordje geeft aan dat dit de kerk is van San Amaro, die behoort tot de parochie van Portela. Om half drie gaan we weer verder. Een zuil met een pelgrimfiguur en een wasgelegenheid trekt de aandacht. Wanneer zouden zich daar voor het laatst dorpelingen gewassen hebben? Of pelgrims? Met grote letters is de weg naar de Albergue aangegeven. We moeten nog even kuieren maar het uitzicht op de omgeving maakt dat kuieren gemakkelijk.We naderen Portela en passeren een oude kerk. En klimmen maar weer eens omhoog. Albergue Portela, onze slaapplek voor vandaag, lopen we straal voorbij. De pijlen welke naar de herberg verwijzen zien we niet. Pas als we een heel eind steil omlaag hebben gelopen maakt een man ons duidelijk dat we terug moeten. De berg weer op, want boven op de berg is de prive herberg van Jorge. Aubergue Portela. We horen tot een van de eerste gasten die in de herberg neerstrijken. Een Duitser, Werner uit Aken, is al aanwezig. We krijgen door een Portugese hospitalero bedden in de hoek van een grote slaapzaal aangewezen. En daarna worden we ingeschreven in het grote boek, en betalen we de slaapplaats met een vast bedrag. Geen donativo dus. De rest van het verblijf kan, mag en moet wel worden betaald met een donatievo. En die rest is heel wat. In de keuken is drank te vinden. Wijn, bier en frisdrank. Er wordt gezamenlijk gegeten. De maaltijd wordt klaargemaakt door Jorge, de gastheer en eigenaar van de Aubergue. Als we buiten aan een lange tafel plaatsnemen om de soep en de tortilla op te eten zijn we niet de enigen. De herberg is vol. Er zijn zelfs pelgrims die bij eigenaar Jorge in huis onderdak krijgen. Wij moeten het doen met een overvolle slaapzaal. En met een douche die zo klein is dat ik me maar in de slaapzaal haast geheel heb uitgekleed voordat ik de doucheruimte opzocht. Het schone goed moest wel buiten blijven, er was geen plek om je in de douche weer aan te kleden. Maar och, er was niemand anders in de doucheruimte aanwezig. Tijdens het eten ontdekken we een aantal bekende gezichten. Zoals de drie meiden die in Moskou blijken te wonen. Ze werken daar in een kinder hospice. De Japanner met het monddoekje voor is er ook. Hij blijkt de partner van een Zweedse te zijn. De Duitse dame, Irene, van het Duits//Zwitsers span is er ook. De Zwitserse dame had blijkbaar een te hoog tempo en is alleen verder gegaan. Irene (uit Oberbayern) is een gezellige tante die wel een biertje lust. Dat krijgt ze natuurlijk ook van mij. Er is ook een Spaans gezin met twee kinderen in de herberg neergestreken. Een van de kinderen, die al kan lopen, krijgt nog de borst van moeder. Dat gebeurt in bijzijn van alle andere pelgrims. De vrouw krijgt na het eten een massage van een echte masseur. Tegen vergoeding masseert hij pelgrims, maar vanavond is zijn behandeling kosteloos. Een van de Russinnen, die problemen heeft met lopen, wordt door hem helemaal opgelapt. Ook dat gebeurt in het bijzijn van iedereen. Een paar Italianen zitten tegenover me. En links van me ploft een Duitser uit Kevelaar neer. Helmut is zijn naam. Een kanovaarder in hart en nieren die de Camino al een paar keer heeft bewandeld. Ook hij heeft een dochter verloren. Aan de taaislijmziekte. Na het eten blijven we nog een flinke poos aan tafel zitten om te kletsen. Samen met Irene, en met het drinken van de nodige biertjes. Vanmorgen heeft May haar rechtervoet weer flink pijn gedaan. Dat is de hele dag gebleven. Onderweg heeft May een paar keer pijnstillers moeten nemen. En vanavond in de slaapzaal is de pijn er nog steeds. Wordt dit de laatste etappe van ons? Ik weet het niet. Langzaam wordt het wat rustiger op de slaapzaal. Een van de Russinnen slaapt boven mij in het stapelbed. Het gesnurk van een aantal pelgrims houd me een poos wakker. En de vele biertjes van vanavond hebben tot gevolg dat ik er regelmatig uit moet om de WC op te zoeken. Na negen dagen staat 187 kilometer verder op onze geheugen-teller. Ben benieuwd of May morgen kan lopen.
Extra Foto’s Extra Foto’s

Caminho Portuguez

Vroege volgels gaan on stap De ware Madonna Op weg naar? Ja waarheen? Capela di Santa Marta Caminho Portuguez zit vol verrassingen Mariabeeld in kerk Pontevedra Camino richting aanwijzer Jesus Christus heeft gezelschap Leuk als opknappertje Inhalen verboden, er kan een trein aankomen! Badhuis voor pelgrims? Dit kunstwerk in de Aubegue spreekt voor zich Jorge onze gastheer van Aubergue Portela De drie Russinnen Gezellig samen tafelen. OOk een Camino gevoel