© Made by Wino 2024 (all rights reserved)
Made with MAGIX

Dag drie, Regen en Pratsj

19 november 2024 Het slechte weer veranderde vandaag. Niet beter, maar het werd nog slechter. Met zelfs een echte storm. De bladeren die nog op de bomen zaten werden vakkundig verwijderd. De derde dag waren de weersvoorspellingen nog slechter. Storm op komst met nog meer regen. We hadden al besloten Valkenburg als doel te kiezen, en er was een bezoek aan het mijnmuseum gepland. De auto werd op een grote parkeerplaats tegenover de mijningang neergezet. De slagbomen stonden omhoog, en het houten keetje bij de slagboom was gesloten. De Bilt had blijkbaar niet gelogen, het regende niet, het goot. Het was veel ter vroeg voor het bezoek aan de mijn, dus wandelstokken gepakt en er werd begonnen met het volgen van een wandelpad. De wandelstokken waren nodig om ons overeind te houden op het soms wel erg glibberige pad. De ‘berg’die we beklommen bleek de Cauberg te zijn. Boven op de berg hadden we weer twee mogelijkheden, afdalen van de Cauberg of oversteken en verder te wandelen via het park. Er was genoeg tijd over dus werd het afdalen via de paden aan de andere kant van de Cauberg. Bekendgebied voor mij, want in het verleden had ik haast elk jaar meegewandeld in Limburgse Driedaagse Wandeling (30-40-30 kilometer). De derde dag van deze wandeling ging altijd van Heerlen naar Valkenburg en weer terug. Zelfs de terrassen in de binnenstad nodigden niet uit tot het drinken van een kopje koffie. Het water liep in stromen van de zonweringen. Dus maar vanuit het centrum van de stad de berg op, richting Wilhelminatoren en maar weer afdalen naar de Cauberg en verder lopen naar de Daalhemerweg naar het mijnmuseum. Er was nog tijd genoeg om nog een flinke klim te doen boven het gebied waar het mijnverleden wordt tentoongesteld. De wandeling eindigde twintig meter van de parkeerplaats waar nu wel de slagboom gesloten was. Tien euro moesten we betalen als we de parkeerplaats zouden verlaten. Maar dat gebeurde pas nadat we onze lunch hadden verorberd en na het bezoek aan het Mijnmuseum Valkenburg (entree 15 Euro). Het museum was een herhaling van de dingen die ik allemaal wist. Het was niet de eerste keer dat ik dit stukje historie bezocht. “Wits te noch koempel”, “voele piemele”, “boeteren en poekelen” waren bekende kreten voor mij. Het bezoek bracht mijn periode als volontair op de staatsmijn Wilhelmina, in 1962, in herinnering. Toen had ik bij de bovengrondse meetafdeling kennis mogen maken met de communicatie apparatuur die ondergronds gebruikt werd. En met meetapparatuur welke bovengronds gebruikt werd voor de verdere verwerking van de ruwe kool. Zoals een apparaat dat de hoogte regelde van het transportband waarmee kool in wagons werd verladen. Of dat apparaat waarmee met Röntgenstraling de kwaliteit van eierkool werd gemeten. Bij dat volontairwerk hoorde ook een dagje ondergronds, met een berzoek aan een wandelende peiler op een diepte van duizend meter. Die dag zal ik nooit vergeten. Ik hoor nog de knallen van dhet gewelf als de mijnwerkenr (houwer) een ijzeren steun (schtiel), gebruikt om te voorkomen dat het gewelf zou instorten, losmaakte om deze dichter bij de kolenschaaf te plaatsen. Waarna soms het gewelf achter ons ook daadwerkeijk instorte. Ik was de enige van de ongeveer 15 bezoekers die vragen stelde aan de gids (ex mijnwerrker) Na het bezoek aan de mijn was de wandeldag ten einde. Er was nu tijd voor een bezoekje aan mijn oudste broer en zijn vrouw in Heerlen. Maar voordat we daar een paar uurtjes doorbrachten (schoenen uit bij de deur natuurlijk) werd nog een bezoekje gebracht aan de beste bakker in Klimmen. Daar kochten we een heerlijke Limburgse vlaai die, samen met broer een schoonzus, werd opgepeuzeld. s’Avonds, na het avondeten bleef ik achter in de eetzaal waar een artiest dansmuziek ten gehore bracht. Joshua was al verdwenen naar kamer negen. De borrelnoten en het bier smaakte prima. Tot ik genoeg bier ophad en ook de slaapkamer opzocht. Alweer een dag voorbij, en wat voor een dag. Zoveel regen, maar toch hadden we twee ‘bergen’ beklommen. De Cauberg en de Daalhemerberg. Maar die stonden niet vernoemd in de de wandelgids ”Dutch Mountain Trail”. Dus geen afturven van de Seven Summits lijst.
Wandelen
Extra Foto’s Extra Foto’s
Steenkoolmijnen In de negentiende eeuw waren er twee steenkolenmijnen: de Domaniale- de erfopvolger van de mijnbouwactiviteiten van de Abdij Rolduc - en de Neuprick. Op 24 mei 1889 verkreeg Sarolea, een spoorwegingenieur, die in Heerlen woonde, vergunning voor de aanleg van een spoorweg van Sittard via Heerlen naar Herzogenrath. De spoorlijn werd de basis voor de ontwikkeling van het mijngebied rond Heerlen. Sarolea had een aantal vervallen concessies voor de winning van steenkool, aangevuld met enige nieuwe velden, als één grote concessie aangevraagd. De totale concessie was ruim drieduizend hectaren groot en werd bij Koninklijk Besluit van 2 mei 1893 verleend onder de naam Oranje Nassau'.
Het steenkool-mijn-museum Toch nog soms beetje regen regenkleding is noodzaak
© Made by Wino 2019 All rights reserved)
Made with MAGIX

Dag drie, Regen en Pratsj

19 november 2024 Het slechte weer veranderde vandaag. Niet beter, maar het werd nog slechter. Met zelfs een echte storm. De bladeren die nog op de bomen zaten werden vakkundig verwijderd. De derde dag waren de weersvoorspellingen nog slechter. Storm op komst met nog meer regen. We hadden al besloten Valkenburg als doel te kiezen, en er was een bezoek aan het mijnmuseum gepland. De auto werd op een grote parkeerplaats tegenover de mijningang neergezet. De slagbomen stonden omhoog, en het houten keetje bij de slagboom was gesloten. De Bilt had blijkbaar niet gelogen, het regende niet, het goot. Het was veel ter vroeg voor het bezoek aan de mijn, dus wandelstokken gepakt en er werd begonnen met het volgen van een wandelpad. De wandelstokken waren nodig om ons overeind te houden op het soms wel erg glibberige pad. De ‘berg’die we beklommen bleek de Cauberg te zijn. Boven op de berg hadden we weer twee mogelijkheden, afdalen van de Cauberg of oversteken en verder te wandelen via het park. Er was genoeg tijd over dus werd het afdalen via de paden aan de andere kant van de Cauberg. Bekendgebied voor mij, want in het verleden had ik haast elk jaar meegewandeld in Limburgse Driedaagse Wandeling (30-40-30 kilometer). De derde dag van deze wandeling ging altijd van Heerlen naar Valkenburg en weer terug. Zelfs de terrassen in de binnenstad nodigden niet uit tot het drinken van een kopje koffie. Het water liep in stromen van de zonweringen. Dus maar vanuit het centrum van de stad de berg op, richting Wilhelminatoren en maar weer afdalen naar de Cauberg en verder lopen naar de Daalhemerweg naar het mijnmuseum. Er was nog tijd genoeg om nog een flinke klim te doen boven het gebied waar het mijnverleden wordt tentoongesteld. De wandeling eindigde twintig meter van de parkeerplaats waar nu wel de slagboom gesloten was. Tien euro moesten we betalen als we de parkeerplaats zouden verlaten. Maar dat gebeurde pas nadat we onze lunch hadden verorberd en na het bezoek aan het Mijnmuseum Valkenburg (entree 15 Euro). Het museum was een herhaling van de dingen die ik allemaal wist. Het was niet de eerste keer dat ik dit stukje historie bezocht. “Wits te noch koempel”, “voele piemele”, “boeteren en poekelen” waren bekende kreten voor mij. Het bezoek bracht mijn periode als volontair op de staatsmijn Wilhelmina, in 1962, in herinnering. Toen had ik bij de bovengrondse meetafdeling kennis mogen maken met de communicatie apparatuur die ondergronds gebruikt werd. En met meetapparatuur welke bovengronds gebruikt werd voor de verdere verwerking van de ruwe kool. Zoals een apparaat dat de hoogte regelde van het transportband waarmee kool in wagons werd verladen. Of dat apparaat waarmee met Röntgenstraling de kwaliteit van eierkool werd gemeten. Bij dat volontairwerk hoorde ook een dagje ondergronds, met een berzoek aan een wandelende peiler op een diepte van duizend meter. Die dag zal ik nooit vergeten. Ik hoor nog de knallen van dhet gewelf als de mijnwerkenr (houwer) een ijzeren steun (schtiel), gebruikt om te voorkomen dat het gewelf zou instorten, losmaakte om deze dichter bij de kolenschaaf te plaatsen. Waarna soms het gewelf achter ons ook daadwerkeijk instorte. Ik was de enige van de ongeveer 15 bezoekers die vragen stelde aan de gids (ex mijnwerrker) Na het bezoek aan de mijn was de wandeldag ten einde. Er was nu tijd voor een bezoekje aan mijn oudste broer en zijn vrouw in Heerlen. Maar voordat we daar een paar uurtjes doorbrachten (schoenen uit bij de deur natuurlijk) werd nog een bezoekje gebracht aan de beste bakker in Klimmen. Daar kochten we een heerlijke Limburgse vlaai die, samen met broer een schoonzus, werd opgepeuzeld. s’Avonds, na het avondeten bleef ik achter in de eetzaal waar een artiest dansmuziek ten gehore bracht. Joshua was al verdwenen naar kamer negen. De borrelnoten en het bier smaakte prima. Tot ik genoeg bier ophad en ook de slaapkamer opzocht. Alweer een dag voorbij, en wat voor een dag. Zoveel regen, maar toch hadden we twee ‘bergen’ beklommen. De Cauberg en de Daalhemerberg. Maar die stonden niet vernoemd in de de wandelgids ”Dutch Mountain Trail”. Dus geen afturven van de Seven Summits lijst.
Wandelen
Toch nog soms beetje regen Het steenkool-mijn-museum regenkleding is noodzaak