© Geniet van het leven. Geniet van elkaar. Carpe Diem
De berg van Mozes (Nibo).
Mount Nebo / Dode Zee
Vroeg op vandaag. Achmed wou vroeg bij Mount Nebo zijn om de toeristenstroom daar voor te
zijn. Als je daar vroeg was, dan kon je overal vrij rondkijken zonder gestoord te worden door
busladingen mensen die elke dag een bezoek brengen aan de plaats waar Mozes het beloofde
land kon zien. Koffers hoefde niet ingepakt te worden, want ook vanavond zouden we in
hetzelfde hotel slapen.
Mount Nebo
We waren de eerste buslading van 20 personen die
bij Mount Nebo gedropt werd. En alweer kregen we
een verhaaltje te horen van onze gids. Paus
Johannes Paulus had de plek in 2000 bezocht.
Voordat dit bezoek plaatstvond werd alles zo goed
mogelijk gerestaureerd. In de Mozeskerk die op de
fundamenten van een oude kerk was gebouwd was
een mooi stukje mozaïek te zien. En tegen de
muren van de kerk waren veel panelen met mozaïek restauratie te zien. Maar ook buiten de kerk
was een grote vloer gerestaureerd. Een zwerfhond
trok zich niets aan van de afzetting en kuierde rustig
over de mooie vloer.
Buiten de kerk trok het slangenmonument de meeste
aandacht. En een grote ronde steen. Waarom die
steen op de berg stond heb ik niet meegekregen.
Uiteraard werd vanaf de heuveltop gezocht naar het
beloofde land. Op een bord kon je zien in welke
richting Jerusalem, Jericho en Bethlehem te vinden
waren.
De Dode Zee
Lang bleven we niet op de berg. De Dode Zee wachtte op ons. Dus maar wee de bus in en op
weg naar de Dode Zee. De rit naar het resort vanwaar we de Dode zee in konden plonzen was
een indikatie van de ritten die de dagen daarna zouden volgen. Ik genoot van het dorre stenige
en stoffige landschap met daarin een slingweg aangelegd. Het eerste stuk van de Kings
Highway.
Er moest weer entree betaald worden voor het
verblijf binnen het resort. Maar daarvoor kreeg je
ook een badhanddoek om je af te drogen na een
“duik” in het zoute water en/of een bezoek aan het
bijbehorende zwembad. Ik had genoeg aan twee
maal het water in te gaan. De bril hield ik op, want
duiken was onmogelijk. Je moest er alleen voor
zorgen dat je geen zeewater (30 procent zout)
binnenkreeg. En vooraf scheren was afgeraden, en
met open wondjes kon je maar beter uit het water
blijven.
Een rare ervaring dat Dode Zee bad. Het water was warmer dan 30 graden. Als je eenmaal op
de rug in het water lag kon je je enkel verplaatsen door met je handen te peddelen. Proberen
om daarna in het water te staan lukte me niet. Dus maar weer terug peddelen naar het strand.
Daar begin ik me in te smeren met Dod Zee modder. Want dat spul was goed voor je huid. En
gratis was de modder ook og. Helaas lukte insmeren van de rug niet, maar een van de dames
van het gezelschap (ik weet niet meer wie) bood uitkomst. En samen met Herman, de enige 65-
plusser buiten mij, werd aan de groep uitgelegd wat “Poekelen” betekende.
Na het poekelen was het tijd voor een modderopname van de groep. Die taak was natuurlijk
voor “Achie”, de enige die niet het water in ging. Vijftien minuten moest die modder blijven zitten
om werkzaam te zijn. En daarna onder de warme
douche om de vette modder weg te spoelen.
Tot de lunch was iedereen vrij rond te struinen in
het resort, of een duik te nemen in het zwembad. Ik
bleef aan wal en genoot op het zwembad-terras
van een koel alcoholvrij drankje en de euwwig
durende wind. Daarna was het tijd voor de lunch
die ons in het resort in een enorme eetzaal werd
gepresenteerd. De drankjes waren weer voor eigen
rekening. De keuze van etenswaren was enorm, te
veel om op te noemen. De zoete gerechtjes heb ik
maar niet aangeraakt.
Na de lunch ging het terug naar Madaba. De bus moest eerste een suk rechtsaf rijden voordat in
de middenberm een ruimte was waardoor de bus de andere kant van de weg kon bereiken en
terug rijden naar Madaba. Het eentonige beeld van de omgeving werd enkel onderbroken door
een resort, of een ressort in aanleg.
Madaba
De laatste bezienswaardigheid van vandaag was de oude mozaïek landkaart (zesde eeuw) van
het Heilige Land, in de kerk van St. George. Voordat we de kerk binnen gingen werd eerst door
onze gids, het verhaal van deze kaart verteld in het bezoekerscentrum van de belangrijkste
attractie van Madaba.. Het is de oudst bekende kaart van Palestina, maar is verre van kompleet.
De oorspronkelijke kaart zou hebben bestaan uit zo’n twee miljoen mozaïek steentjes.
In de kerk waren, net als Mount Nebo, mozaïek werken zichtbaar. Madaba is niet voor niets de
Mozaïek stad van Jordanië. Na de bezichtiging was iedereen vrij een kijkje te nemen in het
gebied rond de kerk. Als je maar op tijd terug was voor de terugtocht naar het hotel.
Joop, Jeroen en ik besloten een kijkje te nemen in de
kerk van de Apostelen. Daar moest een Dinar entree
betaald worden. Ik vond kerk prachtig. De mozaïek
vloer was een juweeltje, de wanddecoratie van de
kerk was wellicht nog mooier. Ook de gewelven
onder de kerk werden met een bezoekje vereerd, en
werd door Jeroen water getapt uit de (stinkende) bron
onder de kerk. ook werd de kerktoren beklommen, de
klim werd beloond met een mooi uitzicht over
Madaba.
s’Avonds werd gezamelijk het diner genuttigd, met zoals gebruikelijk de bijbehorende drankjes
voor eigen rekening. Maar na het eten kregen we nog een bonus. Wateroijp roken. “Achie”
zorgde voor de ontbranding en deed oor hoe je de pijp moest roken. Ik was de eerste die wel
aan die pijp wou zuigen. Dat ging echter niet zo goed als Rowan, Dick, Jonna, Marijn en Sandra
die heel wat stoom de lucht in bliezen.
Tijd om te slapen. Deze keer bleef ik van de gerepareerde airco af en “genoot” van het
dreunende ding. Maar slapen deed ik in elk geval goed.