Made by PA0ABM
A man should keep his friendship in constant repair (Samuel Johnson 1755)
Problemen met buurbewoners waren onprettige bijverschijnselen van de hobby. De oplossingen van die problemen waren soms niet eenvoudig. Verhuizen door zendbeperking Er was door de RCD een ontsnappingsclausule aangegeven. voor de zendbeperking. Als de storing werd opgelost zou de zendbeperking niet hoeven. Maar de buurman wou niet meewerken. Daarbij kwam ook nog dat door mijn radiohooby onze kinderen in de buurt werden lastig gevallen. Het gevolg was verhuizen. Dat ging ook vrij snel, er stonden nog een paar rijtjeswoningen te koop in het Johannes Postkwartier in Middelburg. Nummer 38 werd ons eerste koophuis. Afbreken van de zendmast leverde geen problemen op. De zelfbouwmast werd verkocht aan PA0RRS, Richard, een luchtmacht-man. Hij werkte in Duitsland en had daar de call DA1IE.. De voet van de mast werd weggeslepen en het beton werd tot 15 centimeter onder het maaiveld weggehaald. De rest bleeft achter in de tuin, en zal daar waarschijnlijk nog steeds zitten. Heel wat jaartjes later zou Richard een van mijn beste vrienden worden. En dat is hij nu nog steeds. De Galaxy-V-Mark II tranceiver had een nadeel. Het omschakelen naar een andere golflengte veroorzaakte (constructiefout) steeds een niet te repareren open verbinding. Een nieuwe schakelaar bracht geen oplossing. Daarom werd de haperende verbinding steeds gemaakt met de soldeerbout. Uiteindelijk werd gekozen voor omruilen van apparatuur. De Galaxy werd ingeruild voor een HW-101 van Heathkit. Veel QSO’s zijn niet gemaakt met de HW-101. Ook in noord Middelburg veroorzaakte mijn radio- uitzendingen de nodige storing. Niet bij de naaste buren, waarmee we uitstekend door een deur konden. PA0ABM ging QRT, de HW-101 werd nog maar sporadisch gebruikt. Voor het 5-band-DXCC had is nu genoeg QSL kaarten voor de banden 40 t/m 10 meter. Alleen op 80 meter ontbraken nog heel wat kaarten. Maar ja, voor 80 meter heb je lange antennes nodig. En die ruimte had ik niet in de tuin. O.ja, bij deelname aan contesten hing ik altijd een LW op die werd vastgeknoopt aan een boom midden op de parkeerplaats achter ons huis. Zo kon ik toch wat QSO’s met Europese landen maken op de lagere banden (80 en 40 meter) waardoor het totaal aantal behaalde punten in de contest flink werd opgeschroefd. DE A.R.R.L. besloot eind 1974 om een nieuw DXCC certificaat te introduceren, het DXCC-CW certificaat. Vanaf 1-1-1975 kon je nu ook het DXCC certificaat aanvragen enkel voor CW-QSO’s. Er zat wel een addertje onder het gras. Enkel verbindingen vanaf 1 januari 1975 waren geldig voor het certificaat. Dat betekende dat QSL’s van CW verbindingen voor deze datum enkel geldig waren voor het “normale” DXCC certificaat. CW was intussen meer en meer mijn manier van QSO’s maken geworden. Dus begon ik met frisse moed opnieuw voor het DXCC-CW, waardoor SSB QSO’s steeds minder werden. Proberen het 5-Band DXCC te behalen werd het nieuwe doel van mij. Toch bleef ik nog SSB QSO’s maken, want bij de DIG- Club zaten heel wat bekende zendamateurs. In 1975 namen Annie en ik deel aan een DIG-Treffen in Gmünd in de Eifel/Duitsland. De kinderen hadden we achter gelaten bij mijn ouders in Palemig. Het was een groot feest in Gmünd, dat tot in de kleine uurtjes duurden. Annie en ik konden slapen bij DK9KA, Walter en Elfriede. Zij woonden in de buurt van Gmünd. Onze auto, een Fiat-650 werd door hun “keuteltje” genoemd. Tijdens dat DIG treffen kreeg ik mijn DIG-plaquette CW en SSB uitgereikt. Tijdens de zaterdag kon je een “Eyeball-QSO” maken met andere deelnemers. Als beloning werd de naam en de handtekening van die deelnemer op mijn deelnameformulier geschreven. Op “de Hoechst”, het bedrijf waar ik nog steeds werkte, deed de microprocessor zijn intrede in 1976. Dat was een één-bit microprocessor. Met dit ding werd de hoeveelheid zuur gecontroleerd gedoseerd om een chemisch proces PH neutraal te maken. De besturing was ontworpen door de universiteit van Lübeck in Duitsland. En ik mocht bepalen of hun ontwerp voldeed aan de specificaties. Zendapparatuur bouwde ik al lang niet meer. Maar wat ik wel deed was ontwerpen en bouwen van een electronic-keyer. De manipulator had ik zelf gebouwd . De keyer, gebouwd begin 1971, bestond toen nog uit een paar triodes en een paar relais. Het hart van die manipulator was een omgebouwde seinsleutel waarbij het bewegende deel een afgebroken zaagblad was. Een deel van mijn vrije tijd werd nu opgevuld met taxi rijden. En met volksdansen. Annie en ik werden lid van de Walcherse folkloregroep Walacra. Die Zeeuwse folkoretijd was ook terug te vinden in een ontwerp van een van mijn QSL-kaarten. Ook onze twee kinderen werden in een Zeeuws kostuum gestoken en mochten optreden als dat overdag stond te gebeuren. Dat gebeurde ook toen koningin Beatrix Middelburg bezocht toen ze koningin van Nederland was geworden in 1980. Een dag na het bezoek van de koningin stond een grote foto van onze dochter in de PZC, de Provinciale Zeeuwse Courant. Ik ging nu steeds minder QSO’s maken, de animo voor DX werken was er een beetje uit. Het laatste QSO met de HW-101was op 20 januari 1978. Niet veel later, op 2 februari 1978 stond er nieuwe apparatuur in de shack, de Yeasu FT-301, compleet met voeding en FC-301 antenne-tuner. In de set zat geen enkele radio-buis meer, enkel transistoren. En de 160 meter band was ook aanwezig op de FT-301. Maar ja, ik had nog steeds geen enkele mogelijkheid om op die band antennes op te hangen. Maar dat was ook zo voor 80 en 40 meter, want alleen in een weekend waarin ik meedeed aan een contest, werd een LW opgehangen. De nieuwe transistor tranceiver (zonder extra VFO) zorgde voor een nieuwe explosie aan QSO’s. De storing in de buuurt kon me gestolen worden. De apparatuur voldeed aan alle voorwaarden van de RCD. PA0ABM was weer volop QRV. De banden 20-15-10 meter werden nu intensief gebruikt. Ik was niet echt bezig met het DXCC certificaat, de CW QSO’s waren het hoofddoel. Maar als er een DX station te horen was, dan probeerde ik er wel mee in contact te komen. Dat lukte vaak, de nieuwe DXCC score voor enkel CW ging steeds verder omhoog. Leuk was mijn eerste QSO met Luis Varney, CX5RV uit Uruguay. Maar Luis had ook nog zijn Engelse call en dat was G5RV. Louis was dus de ontwerper van die antenne welke ik op de LETS had gebruikt. Ik had nu meer interesse gekregen voor de Verenigde Staten. Het WAS (Worked All States) hing al heel lang aan de muur. Ik ontdekte dat er ook een United States County Award (US-CHA) werd uitgegeven. Voor dat certificaat moest je 300 QSL’s hebben van Amerikanen uit verschillende Counties, zeg maar deelgebieden van een staat. Maar op de QSL kaarten die ik uit de VS kreeg stonden die counties niet vaak vermeld (tegenwoordig altijd). Ik had ontdekt dat op een Highway-Road-Map, uitgegeven door de overheid, die counties waren aangegeven. Briefkaarten, verzonden naar de hoofdstad van elke staat werden vesrtuurd, losten dat probleem grotendeels op. Ik kreeg antwoord uit de meeste staten en kon zo het county-probleem grotendeels oplossen. Al die Roadmaps werden ook tijdens een QSO geraadpleegd, waardoor vaak leuke gesprekken plaatsvonden. Vooral als de QSO partners kwamen uit een W7 of een K7 staat. Een van die QSL kaarten die ik kreeg kwam van een amateur uit Springfield in de staat Utah. Zijn QSL was een postkaart van een wijds uitzicht, genomen in het Zion National Park en de man woonde praktisch bij de voordeur van dat park. Nu wist ik het zeker, na het bereiken van de pensioenleeftijd moest ik die mooie nationale parken, Zion in Utah en Yellowstone in Wyoming bezoeken. In 1979, tijdens een bezoek van Colin, G3VTT aan mijn vriend Piet Neve, PA0PN, kwam een CW-club ter sprake. DE F.O.C. ofwel First Operators Club. Dat was een club van CW enthousiasten, een club met maar maximaal 500 leden. Om lid te kunnen worden van die club moest je worden “voorgedragen” door minstens 5 leden. Sjef was ook al lid van die club, hij was een echte fanatieke DX’er geworden. Piet, (PA0PN) was in een ver verleden lid geweest van de FOC. Ik dacht steeds dat het een club van radio-snobs was, maar veranderde van mening toen ik merkte dat veel van die “snobs” genoteerd stonden in mijn logboeken. Zoals OA4KF (Evert), 5Z4LW (Bob), VS5MC (Maurice) enz. En zelfs CX5RV (Louis) was lid van die club. Hij had lidnummer 7, en was een van de oprichters van de FOC. DX is.., Wino PA0ABM.

Op weg naar het DXCC

Hoe beperk je beschikbare tijd Onze gastheer Walter, DK9KA Shack PA0ABM, haast puur CW en fanatiek roker DJ0VZ, PA0ABM,XX, Annie, DL9XW, DJ8OT De HW-101 van Heatkit Persoonlijke ontmoetingen in Gmünd Scoreboek voor aanvraag US-CHA award gewerkte (en QSL) Californian counties Zoveel kleur, dat bestaat toch niet? Toch wel. Bob, 5Z4LW, FOC-102 Louis, CX5RV, FOC-007 VS5MC, Maurice, FOC-123 Zeeuwse folklore bij PA0ABM Monsterantenne TH6DXX
Made by PA0ABM
A man should keep his friendship in constant repair
Problemen met buurbewoners waren onprettige bijverschijnselen van de hobby. De oplossingen van die problemen waren soms niet eenvoudig. Verhuizen door zendbeperking Er was door de RCD een ontsnappingsclausule aangegeven. voor de zendbeperking. Als de storing werd opgelost zou de zendbeperking niet hoeven. Maar de buurman wou niet meewerken. Daarbij kwam ook nog dat door mijn radiohooby onze kinderen in de buurt werden lastig gevallen. Het gevolg was verhuizen. Dat ging ook vrij snel, er stonden nog een paar rijtjeswoningen te koop in het Johannes Postkwartier in Middelburg. Nummer 38 werd ons eerste koophuis. Afbreken van de zendmast leverde geen problemen op. De zelfbouwmast werd verkocht aan PA0RRS, Richard, een luchtmacht- man. Hij werkte in Duitsland en had daar de call DA1IE.. De voet van de mast werd weggeslepen en het beton werd tot 15 centimeter onder het maaiveld weggehaald. De rest bleeft achter in de tuin, en zal daar waarschijnlijk nog steeds zitten. Heel wat jaartjes later zou Richard een van mijn beste vrienden worden. En dat is hij nu nog steeds. De Galaxy-V-Mark II tranceiver had een nadeel. Het omschakelen naar een andere golflengte veroorzaakte (constructiefout) steeds een niet te repareren open verbinding. Een nieuwe schakelaar bracht geen oplossing. Daarom werd de haperende verbinding steeds gemaakt met de soldeerbout. Uiteindelijk werd gekozen voor omruilen van apparatuur. De Galaxy werd ingeruild voor een HW-101 van Heathkit. Veel QSO’s zijn niet gemaakt met de HW-101. Ook in noord Middelburg veroorzaakte mijn radio-uitzendingen de nodige storing. Niet bij de naaste buren, waarmee we uitstekend door een deur konden. PA0ABM ging QRT, de HW-101 werd nog maar sporadisch gebruikt. Voor het 5-band-DXCC had is nu genoeg QSL kaarten voor de banden 40 t/m 10 meter. Alleen op 80 meter ontbraken nog heel wat kaarten. Maar ja, voor 80 meter heb je lange antennes nodig. En die ruimte had ik niet in de tuin. O.ja, bij deelname aan contesten hing ik altijd een LW op die werd vastgeknoopt aan een boom midden op de parkeerplaats achter ons huis. Zo kon ik toch wat QSO’s met Europese landen maken op de lagere banden (80 en 40 meter) waardoor het totaal aantal behaalde punten in de contest flink werd opgeschroefd. DE A.R.R.L. besloot eind 1974 om een nieuw DXCC certificaat te introduceren, het DXCC-CW certificaat. Vanaf 1-1-1975 kon je nu ook het DXCC certificaat aanvragen enkel voor CW-QSO’s. Er zat wel een addertje onder het gras. Enkel verbindingen vanaf 1 januari 1975 waren geldig voor het certificaat. Dat betekende dat QSL’s van CW verbindingen voor deze datum enkel geldig waren voor het “normale” DXCC certificaat. CW was intussen meer en meer mijn manier van QSO’s maken geworden. Dus begon ik met frisse moed opnieuw voor het DXCC- CW, waardoor SSB QSO’s steeds minder werden. Proberen het 5-Band DXCC te behalen werd het nieuwe doel van mij. Toch bleef ik nog SSB QSO’s maken, want bij de DIG-Club zaten heel wat bekende zendamateurs. In 1975 namen Annie en ik deel aan een DIG-Treffen in Gmünd in de Eifel/Duitsland. De kinderen hadden we achter gelaten bij mijn ouders in Palemig. Het was een groot feest in Gmünd, dat tot in de kleine uurtjes duurden. Annie en ik konden slapen bij DK9KA, Walter en Elfriede. Zij woonden in de buurt van Gmünd. Onze auto, een Fiat- 650 werd door hun “keuteltje” genoemd. Tijdens dat DIG treffen kreeg ik mijn DIG-plaquette CW en SSB uitgereikt. Tijdens de zaterdag kon je een “Eyeball-QSO” maken met andere deelnemers. Als beloning werd de naam en de handtekening van die deelnemer op mijn deelnameformulier geschreven. Op “de Hoechst”, het bedrijf waar ik nog steeds werkte, deed de microprocessor zijn intrede in 1976. Dat was een één-bit microprocessor. Met dit ding werd de hoeveelheid zuur gecontroleerd gedoseerd om een chemisch proces PH neutraal te maken. De besturing was ontworpen door de universiteit van Lübeck in Duitsland. En ik mocht bepalen of hun ontwerp voldeed aan de specificaties. Zendapparatuur bouwde ik al lang niet meer. Maar wat ik wel deed was ontwerpen en bouwen van een electronic-keyer. De manipulator had ik zelf gebouwd . De keyer, gebouwd begin 1971, bestond toen nog uit een paar triodes en een paar relais. Het hart van die manipulator was een omgebouwde seinsleutel waarbij het bewegende deel een afgebroken zaagblad was. Een deel van mijn vrije tijd werd nu opgevuld met taxi rijden. En met volksdansen. Annie en ik werden lid van de Walcherse folkloregroep Walacra. Die Zeeuwse folkoretijd was ook terug te vinden in een ontwerp van een van mijn QSL-kaarten. Ook onze twee kinderen werden in een Zeeuws kostuum gestoken en mochten optreden als dat overdag stond te gebeuren. Dat gebeurde ook toen koningin Beatrix Middelburg bezocht toen ze koningin van Nederland was geworden in 1980. Een dag na het bezoek van de koningin stond een grote foto van onze dochter in de PZC, de Provinciale Zeeuwse Courant. Ik ging nu steeds minder QSO’s maken, de animo voor DX werken was er een beetje uit. Het laatste QSO met de HW-101was op 20 januari 1978. Niet veel later, op 2 februari 1978 stond er nieuwe apparatuur in de shack, de Yeasu FT-301, compleet met voeding en FC-301 antenne-tuner. In de set zat geen enkele radio-buis meer, enkel transistoren. En de 160 meter band was ook aanwezig op de FT- 301. Maar ja, ik had nog steeds geen enkele mogelijkheid om op die band antennes op te hangen. Maar dat was ook zo voor 80 en 40 meter, want alleen in een weekend waarin ik meedeed aan een contest, werd een LW opgehangen. De nieuwe transistor tranceiver (zonder extra VFO) zorgde voor een nieuwe explosie aan QSO’s. De storing in de buuurt kon me gestolen worden. De apparatuur voldeed aan alle voorwaarden van de RCD. PA0ABM was weer volop QRV. De banden 20-15-10 meter werden nu intensief gebruikt. Ik was niet echt bezig met het DXCC certificaat, de CW QSO’s waren het hoofddoel. Maar als er een DX station te horen was, dan probeerde ik er wel mee in contact te komen. Dat lukte vaak, de nieuwe DXCC score voor enkel CW ging steeds verder omhoog. Leuk was mijn eerste QSO met Luis Varney, CX5RV uit Uruguay. Maar Luis had ook nog zijn Engelse call en dat was G5RV. Louis was dus de ontwerper van die antenne welke ik op de LETS had gebruikt. Ik had nu meer interesse gekregen voor de Verenigde Staten. Het WAS (Worked All States) hing al heel lang aan de muur. Ik ontdekte dat er ook een United States County Award (US-CHA) werd uitgegeven. Voor dat certificaat moest je 300 QSL’s hebben van Amerikanen uit verschillende Counties, zeg maar deelgebieden van een staat. Maar op de QSL kaarten die ik uit de VS kreeg stonden die counties niet vaak vermeld (tegenwoordig altijd). Ik had ontdekt dat op een Highway-Road-Map, uitgegeven door de overheid, die counties waren aangegeven. Briefkaarten, verzonden naar de hoofdstad van elke staat werden vesrtuurd, losten dat probleem grotendeels op. Ik kreeg antwoord uit de meeste staten en kon zo het county-probleem grotendeels oplossen. Al die Roadmaps werden ook tijdens een QSO geraadpleegd, waardoor vaak leuke gesprekken plaatsvonden. Vooral als de QSO partners kwamen uit een W7 of een K7 staat. Een van die QSL kaarten die ik kreeg kwam van een amateur uit Springfield in de staat Utah. Zijn QSL was een postkaart van een wijds uitzicht, genomen in het Zion National Park en de man woonde praktisch bij de voordeur van dat park. Nu wist ik het zeker, na het bereiken van de pensioenleeftijd moest ik die mooie nationale parken, Zion in Utah en Yellowstone in Wyoming bezoeken. In 1979, tijdens een bezoek van Colin, G3VTT aan mijn vriend Piet Neve, PA0PN, kwam een CW-club ter sprake. DE F.O.C. ofwel First Operators Club. Dat was een club van CW enthousiasten, een club met maar maximaal 500 leden. Om lid te kunnen worden van die club moest je worden “voorgedragen” door minstens 5 leden. Sjef was ook al lid van die club, hij was een echte fanatieke DX’er geworden. Piet, (PA0PN) was in een ver verleden lid geweest van de FOC. Ik dacht steeds dat het een club van radio-snobs was, maar veranderde van mening toen ik merkte dat veel van die “snobs” genoteerd stonden in mijn logboeken. Zoals OA4KF (Evert), 5Z4LW (Bob), VS5MC (Maurice) enz. En zelfs CX5RV (Louis) was lid van die club. Hij had lidnummer 7, en was een van de oprichters van de FOC. DX is.., Wino PA0ABM.

Op weg naar het DXCC

De HW-101 van Heatkit DJ0VZ, PA0ABM,XX, Annie, DL9XW, DJ8OT Persoonlijke ontmoetingen in Gmünd Shack PA0ABM, haast puur CW en fanatiek roker Scoreboek voor aanvraag US-CHA award gewerkte (en QSL) Californian counties Zoveel kleur, dat bestaat toch niet? Toch wel. Bob, 5Z4LW, FOC-102 Louis, CX5RV, FOC-007 Zoveel kleur, dat bestaat toch niet? Toch wel. Onze gastheer Walter, DK9KA