Made by Wino
Stof, swarte ierde, sinne, rein en wyn.

Wad 07 - Rondje Bakel-De Rips

k ben nog nooit in de Peel geweest. Ik had natuurlijk wel een idee hoe het gebied er moest uitzien: een kaal gebied waar veen wordt gestoken. Ergens in het oosten van Brabant. Dat was in 1954 op de lagere school in dat kleine koppie van mij gestampt. Door meester Holleman, de meester van de vierde klas van de Christus Koning school. De beste meester van de hele wereld. Ik was een van zijn 42 leerlingen, allemaal jongens. Tijdens de pauze mocht ik altijd naast hem lopen op het schoolplein. Net als hij, met de handen op de rug. Door de Peel lopen geen pelgrimspaden, maar ze behoort wel tot de mooiste natuurgebieden in de regio Zuidoost-Brabant. Vandaar dat de regio Zuidoost-Brabant besloten heeft een wandeltocht door dit gebied in het programma van maart op te nemen. Het is een rondwandeling van ongeveer 20 km. Dat was te lezen op de website van het genootschap. May had ook zin in deze wandeling, dus inschrijven en vandaag op weg naar Bakel. Via de toeristische route vanaf Eindhoven. Door Lieshout en Aarle Rixel naar Bakel. Langs de weg staan ook woonboerderijen maar ze zien er toch net iets anders uit als die van Schaft. Het is goed koud, wéér onder nul en wind van de Russen. Geef’t niks, ik ben er op gekleed, en heb handschoenen meegenomen. In het lokaal van samenkomst -Jut en Jul- vertelt de gids van vandaag dat we door de bossen naar De Rips lopen, daar pauzeren, en weer terug wandelen naar Bakel. De Rips. Nooit van gehoord. Het moet wel het bekendste dorp van Oost Brabant zijn, want de gids geeft een uitvoerige beschrijving van het dorp. Onze gids, Johannes, is de voorzitter van de regio waar we vandaag wandelen. En de bourdon is er deze keer ook weer bij. Even vlug een paar foto’s gemaakt voor café Jut en Jul en we zijn op weg naar De Rips. Johannes weet duidelijk de weg. Geregeld bevinden we ons op bospaadjes waar je enkel achter elkaar kunt lopen. Logisch dat we hier geen verdwaalde wandelaars tegenkomen. En mountainbikers, met hun blik op oneindig, al helemaal niet. De bourdon wisselt voortdurend van ‘eigenaar’. Zowel mannen als vrouwen sjouwen de bourdon een stuk door de bossen. Johannes wijst ons op een gedenkteken dat een aantal meter van het pad verwijderd in een boom hangt. Een Mariabeeldje. Onder de boom is een klein opstapje gemaakt. Johannes kent dit bos op zijn duimpje, dat is zeker. Als we het bos uitkomen wacht ons een verrassing. We staan voor het bosmuseum van De Rips. In een aantal panelen is de geschiedenis van het dorp te zien. Uiteraard ontbreken de notabelen niet op deze panelen. Tegenover het bosmuseum zien we onze pleisterplaats van vandaag. Pleisters zijn niet nodig maar de inwendige mens versterken, en een beetje op temperatuur komen is toch wel lekker. We worden verwacht en worden voorzien van een heerlijke grote bak koffie. Velen van onze groep maken gebruik van de menukaart in café De Viersprong in het Peeldorp. Ik kan de tomatensoep aanbevelen. Meester Holleman is van zijn voetstuk gevallen. Het kwartje is gevallen. Meester Holleman is een leugenaar! Ik heb tot nu toe geen enkel open stuk heide of veen gezien. Enkel bossen met dennen, veel dennen. En grote stukken omgeploegde paden, volgens Johannes het werk van wilde zwijnen. Meester Holleman is mijn lievelings-meester niet meer. De gebieden waar we doorheen lopen hebben vreemde namen zoals Stippelberg en Beestenveld. Ik kan goed begrijpen dat de Maatschappij tot Exploitatie van Mijnen Laura en Vereeniging, een poos eigenaar is geweest van een deel van dit gebied. Er staan dennen genoeg, uitstekend geschikt voor het bouwen van pijlers in hun Limburgse mijnen Laura en Julia. De terugweg naar Bakel verloopt niet geheel volgens plan. De storm van februari heeft hier ook goed huis gehouden. Het pad is over tientallen meters versperd door dennen die kris kras over elkaar heen liggen. Er blijft ons niets anders over dan te ‘klunen’ door een maagdelijk stukje bos. Ook hier liggen omgewaaide dennen. Ik blijf wat achter om een aantal dames te helpen met hun boom- overstapjes. Twee wandelaars, onder wie alweer Johannes, vertellen over hun contacten met de jeugd in de Peel. Ze bezoeken scholen en nemen de jeugd mee voor een Camino wandeling. Jeugd die op het punt staat aan de Camino van hun leven te beginnen. De wandelingen van de verschillende groepen eindigen allemaal in het klooster van het Heilig Hart in Asten. Een verrassend initiatief. Ik vraag Johannes waar de open gebieden in de Peel te vinden zijn. Het blijkt dat, zoals op zoveel plaatsen, de Peel steeds verder dichtgroeit. Het open gebied van zestig jaar geleden, zoals onze gids het nog heeft gekend, is langzaamaan dichtgegroeid. Johannes kan het weten, hij is een geboren ‘Ripsenaar’. We naderen het eindpunt van de wandeling. Eindelijk is daar een waterig zonnetje. De weerman van buienradar had veel meer zon beloofd. Ik draag de bourdon weer, net als vanmorgen. Nu zijn we wel in open gebied. We lopen langs plassen, ontstaan door zandwinning. Dat proces vindt nog steeds plaats. De wind heeft hier vrij spel, ik moet de bourdon stevig vasthouden. Aan de bourdon hangt een groot stuk stevig plastic met daarop de tekst ‘Regio Zuidoost Brabant’. Geregeld moet ik de bourdon anders dragen om te voorkomen dat mijn medepelgrims gewond raken door het heen en weer zwiepende aanhangsel. Gelukkig arriveren we zonder problemen in Bakel, en genieten in Jut en Jul nog van een stukje Brabantse gezelligheid. Bedankt, Regio Zuidoost Brabant, voor de mooie Peelwandeling. En meester Holleman? Zonder enige twijfel de beste meester die ik ooit heb gekend.
Extra Foto’s Extra Foto’s
De Rips Tot het eind van de 19e eeuw was de Peel tussen Bakel en Oploo één groot heideveld, eigendom van de gemeente Bakel en Milheeze. Het gebied werd gebruikt voor het weiden van schapen en het steken van turf en plaggen. Tussen 1880 en 1920 werd een groot deel van de heide door de gemeente verkocht aan kapitaalbezitters uit andere delen van het land. Er werd toen, vaak door de Heidemaatschappij, veel bos aangeplant. De gebieden de Stippelberg en Beestenveld komen hieruit voort. Na 1920 werden op nieuwe ontginningen familiebedrijven door Brabantse boeren gesticht. Voor deze boeren en de arbeiders werd volgens een plan van de Heidemij het dorp De Rips gesticht met een Rooms-Katholieke kerk en school en een aantal arbeiderswoningen.
Made by Wino
Stof, swarte ierde, sinne, rein en wyn.

Wad 07 - Rondje Bakel-De Rips

k ben nog nooit in de Peel geweest. Ik had natuurlijk wel een idee hoe het gebied er moest uitzien: een kaal gebied waar veen wordt gestoken. Ergens in het oosten van Brabant. Dat was in 1954 op de lagere school in dat kleine koppie van mij gestampt. Door meester Holleman, de meester van de vierde klas van de Christus Koning school. De beste meester van de hele wereld. Ik was een van zijn 42 leerlingen, allemaal jongens. Tijdens de pauze mocht ik altijd naast hem lopen op het schoolplein. Net als hij, met de handen op de rug. Door de Peel lopen geen pelgrimspaden, maar ze behoort wel tot de mooiste natuurgebieden in de regio Zuidoost-Brabant. Vandaar dat de regio Zuidoost-Brabant besloten heeft een wandeltocht door dit gebied in het programma van maart op te nemen. Het is een rondwandeling van ongeveer 20 km. Dat was te lezen op de website van het genootschap. May had ook zin in deze wandeling, dus inschrijven en vandaag op weg naar Bakel. Via de toeristische route vanaf Eindhoven. Door Lieshout en Aarle Rixel naar Bakel. Langs de weg staan ook woonboerderijen maar ze zien er toch net iets anders uit als die van Schaft. Het is goed koud, wéér onder nul en wind van de Russen. Geef’t niks, ik ben er op gekleed, en heb handschoenen meegenomen. In het lokaal van samenkomst -Jut en Jul- vertelt de gids van vandaag dat we door de bossen naar De Rips lopen, daar pauzeren, en weer terug wandelen naar Bakel. De Rips. Nooit van gehoord. Het moet wel het bekendste dorp van Oost Brabant zijn, want de gids geeft een uitvoerige beschrijving van het dorp. Onze gids, Johannes, is de voorzitter van de regio waar we vandaag wandelen. En de bourdon is er deze keer ook weer bij. Even vlug een paar foto’s gemaakt voor café Jut en Jul en we zijn op weg naar De Rips. Johannes weet duidelijk de weg. Geregeld bevinden we ons op bospaadjes waar je enkel achter elkaar kunt lopen. Logisch dat we hier geen verdwaalde wandelaars tegenkomen. En mountainbikers, met hun blik op oneindig, al helemaal niet. De bourdon wisselt voortdurend van ‘eigenaar’. Zowel mannen als vrouwen sjouwen de bourdon een stuk door de bossen. Johannes wijst ons op een gedenkteken dat een aantal meter van het pad verwijderd in een boom hangt. Een Mariabeeldje. Onder de boom is een klein opstapje gemaakt. Johannes kent dit bos op zijn duimpje, dat is zeker. Als we het bos uitkomen wacht ons een verrassing. We staan voor het bosmuseum van De Rips. In een aantal panelen is de geschiedenis van het dorp te zien. Uiteraard ontbreken de notabelen niet op deze panelen. Tegenover het bosmuseum zien we onze pleisterplaats van vandaag. Pleisters zijn niet nodig maar de inwendige mens versterken, en een beetje op temperatuur komen is toch wel lekker. We worden verwacht en worden voorzien van een heerlijke grote bak koffie. Velen van onze groep maken gebruik van de menukaart in café De Viersprong in het Peeldorp. Ik kan de tomatensoep aanbevelen. Meester Holleman is van zijn voetstuk gevallen. Het kwartje is gevallen. Meester Holleman is een leugenaar! Ik heb tot nu toe geen enkel open stuk heide of veen gezien. Enkel bossen met dennen, veel dennen. En grote stukken omgeploegde paden, volgens Johannes het werk van wilde zwijnen. Meester Holleman is mijn lievelings-meester niet meer. De gebieden waar we doorheen lopen hebben vreemde namen zoals Stippelberg en Beestenveld. Ik kan goed begrijpen dat de Maatschappij tot Exploitatie van Mijnen Laura en Vereeniging, een poos eigenaar is geweest van een deel van dit gebied. Er staan dennen genoeg, uitstekend geschikt voor het bouwen van pijlers in hun Limburgse mijnen Laura en Julia. De terugweg naar Bakel verloopt niet geheel volgens plan. De storm van februari heeft hier ook goed huis gehouden. Het pad is over tientallen meters versperd door dennen die kris kras over elkaar heen liggen. Er blijft ons niets anders over dan te ‘klunen’ door een maagdelijk stukje bos. Ook hier liggen omgewaaide dennen. Ik blijf wat achter om een aantal dames te helpen met hun boom-overstapjes. Twee wandelaars, onder wie alweer Johannes, vertellen over hun contacten met de jeugd in de Peel. Ze bezoeken scholen en nemen de jeugd mee voor een Camino wandeling. Jeugd die op het punt staat aan de Camino van hun leven te beginnen. De wandelingen van de verschillende groepen eindigen allemaal in het klooster van het Heilig Hart in Asten. Een verrassend initiatief. Ik vraag Johannes waar de open gebieden in de Peel te vinden zijn. Het blijkt dat, zoals op zoveel plaatsen, de Peel steeds verder dichtgroeit. Het open gebied van zestig jaar geleden, zoals onze gids het nog heeft gekend, is langzaamaan dichtgegroeid. Johannes kan het weten, hij is een geboren ‘Ripsenaar’. We naderen het eindpunt van de wandeling. Eindelijk is daar een waterig zonnetje. De weerman van buienradar had veel meer zon beloofd. Ik draag de bourdon weer, net als vanmorgen. Nu zijn we wel in open gebied. We lopen langs plassen, ontstaan door zandwinning. Dat proces vindt nog steeds plaats. De wind heeft hier vrij spel, ik moet de bourdon stevig vasthouden. Aan de bourdon hangt een groot stuk stevig plastic met daarop de tekst ‘Regio Zuidoost Brabant’. Geregeld moet ik de bourdon anders dragen om te voorkomen dat mijn medepelgrims gewond raken door het heen en weer zwiepende aanhangsel. Gelukkig arriveren we zonder problemen in Bakel, en genieten in Jut en Jul nog van een stukje Brabantse gezelligheid. Bedankt, Regio Zuidoost Brabant, voor de mooie Peelwandeling. En meester Holleman? Zonder enige twijfel de beste meester die ik ooit heb gekend.

Mijn Camino

Extra Foto’s Extra Foto’s