© Made by Wino 2018 (all rights reserved)
Terug naar huis
Lac de Sainte Croix, 5 juni 2005
Nagenieten aan Lac de Sainte Croix, en de lange weg terug naar huis. Het einde van een korte
vakantie
De wandeling naar de zuidoever van de Verdon zat erop. Ondanks de vele rustpauses onderweg
hadden we de wandeling toch tamelijk snel gedaan. Op de terugweg naar Lac de St. Croix was er
tijd om bij de uitkijkpunten te stoppen. De stops op de D71 lagen hoger dan die op de D952, aan
de overkant van de Canyon. De slingerende D952 kon je goed zien evenals de rivier in de diepte.
En bij de stop vlak voor het plaatsje Aiguines was het stuwmeer al zichtbaar, over de heuvels
heen.
In Aiguines parkeerden we de bus, en kochten nog wat cadeaus
voor het thuisfront. Ik vond een astbesthoudend mineraal, dat onze
Vidal-klim goed weergaf, en kocht dat voor Annie. Ik werd beloond
met een borreltje in de souvernir-winkel. Het was behoorlijk straf
spul. Ik kocht ook 2 t-shirts en een boek (in het Nederlands), De
bergkloven van de Verdon. Drie kwartier later zaten we aan Lac
de Sainte Croix, een van de stuwmeren van de Verdon.
We hadden nog een stokbrood, en dat werd vakkundig
klaargemaakt. Onze lunch aan het meer smaakte voortreffelijk. Het
was er druk, maar door het grote meer viel de drukte nauwelijks op. Een paar eenden, waarvan
een witte met een gekke lange staart, kwamen eens kijken wat we aan het doen waren.
Na onze lunch vertrokken we, en stopte bij de Pont de Galetas, de brug aan het begin van het
stuwmeer. Watertoeristen gaan hier een stukje de kloof in, en vandaag was dat ook weer het
geval. Durfals klauterden op de rotsen om even later een duik te
maken in het meer. Het was verboden, maar daar werd geen
aandacht aan geschonken. Een kano, waarin een drietal jongens
zaten, sloeg om. Het was vermakelijk te zien hoe de jongens
probeerden de kano weer gangbaar te maken.
Verdon, tot ziens.
Na onze pauze aan het stuwmeer begonnen wa aan de 1150 km
lange terugreis naar Woensdrecht. We besloten dezelfde weg te
nemen als de heenweg, dus via de kronkelige Route de
Napoleon. Gedurende de reis was het nagenieten van de uitzichten, nu echter vanuit een andere
hoek als vrijdagmorgen, zo'n twee en een halve dag geleden.
Puimoisson lag te sluimeren in de namiddagzon, en via de D953 gin het al slingeren naar beneden
naar La Begude Blance. De D17, direct na Mezel werd weer snel gevonden. In Mallemoisson
zagen we dat de gendarmerie bezig was met een snelheidscontrole.
De reis tot Gap verliep voorspoedig. Onderweg naar Gap werd nog langs de weg gestopt. Ruud
had hoge nood, en we vonden een stukje groen langs de N85.
Na Gap kwamen de Alpen weer imponerend in beeld. We genoten weer van de slalom achtige rit
langs dit mooie stukje van de Route Napoleon. Het duurde niet lang voordat we aan beide zijden
van de weg door Alpentoppen waren ingesloten. Ruud reed door
tot vlakbij Laffrey, de plaats waar het Napoleon standbeeld staat.
Vlak daarvoor kwamen we in een file, we verloren dus geen tijd
door bij Napoleon te stoppen.
De auto werd strategisch neergezet, twee stoelen werden uit de
bus gehaald, het kookgerei werd gepakt, en ons diner werd
opgewarmd. Heerlijke nasi-schotel, die in twee sessies nagenoeg
geheel werd verorberd. Ruud en ik zorgden afwisselend ervoor dat
we geen aangebrand eten kregen. Vanaf de N85 zagen we
regelmatig mensen, die in de file voortsukkelden, gretig en
glimlachend onze kookkunsten bewonderden.
Na ons diner kwamen we toch nog in het laatste deel van de file terecht. Een boze Fransman
versperde ons regelmatig de weg, blijkbaar ritste Ruud verkeerd. Voor Grenoble kwamen we weer
op de snelle A51/E712 naar Lyon terecht, en ging de reis noordwaarts een stuk sneller.
Voor Metz konden we de weg niet meer vervolgen, en er bleef niets anders over dan de omleiding
te volgen. Eigenlijk hadden we al bij Lyon een andere weg moeten nemen.. De omleiding bracht
ons uiteindelijk toch op de goede weg terug, en via Namen
kwamen we weer in Brussel terecht. Het verkeer die ochtend
was nog rustig, dat lag waarschijnlijk aan het feit dat we daar
rond vijf uur passeerden. Ook Antwerpen, met zijn
wegwerkzaamheden leverden geen enkel probleem op.
In Woensdrecht hielden we onze laatste stop, we waren nog te
vroeg, en de familie lag nog te slapen. Een laatste foto van
Ruud, wachten, maakte duidelijk dat de camera niet gezond was,
de flitser gaf vreselijke klappen, maar functioneerde wel.
Ruud telefoneerde naar huis, en zei dat we nu vertrokken.
Hahaha. Een minuut later belde hij weer naar Natascha, en vroeg of de koffie al klaar was. En
weer een minuut later was de reis voorbij, we waren 81 uur van huis af geweest. Annie was niet
wakker te krijgen, er bleef niets anders over dan dat ik me liet thuisbrengen.
Thuis aangekomen was Annie net wakker. Ze wist dat ik eraan kwam, want ik had het
antwoordapparaat ingesproken.