A man should keep his friendship in constant repair (Samuel Johnson 1755)
Voordat ik slaagde voor het staats-examen zendamateur, dat door de
Nederlandse PTT werd afgenomen, was ik al stiekem bezig met uitzenden.
Ik was een piratenzender, maar wel eentje met een afwijkend gedrag. Ik
draade geen plaatjes van lokale artiesten, of hits van Elvis Presley, Bill
Healy of de Everly Brothers. Nee ik gebruikte een seinsleutel, zelf gemaakt
op de UTS in Heerlen, om daamee morse signalen ide “ether“ in te sturen.
Op de daarvoor aangewezen zendamateur golflengtes waren die illegale
morsesignalen te horen. En als er dan een antwoord kwam op mijn
uitzendingen van ECHTE zendamateurs dan liep ik rood aan en glom ik
van trots en vreugde.
In november 1964 slaagde ik voor mijn zendmachtiging. Het technische
deel was geen enkel probleem voor mij. Ik was in die tijd “leraar” op de
LETS, de luchtmachtschool in Arnhem. Ook de wetskennis, en
gedragsregels leverden geen problemen op. Seinen van morse tekens,
met een snelheid van 12 woorden per minuut ging ook prima, maar
opnemen van seintekens met diezelfde snelheid was andere koek. Elke vrijdagavond luisteren naar
morselessen door de vereinigingszender PA0AA en luisteren naar QSO’s (gesprekken) tussen
zendamateurs onderling was net voldoende om ook voor het opnemen van morse van het examen te
slagen. Wel met het maximaal aantal toegestane fouten. Pffftt..
Met mijn gekozen radionaam PA0ABM begon ik contacten te leggen met zendamateurs en amatrices
over de hele wereld. Eerst erg dichtbij, enkel met morse tekens, en later ook in spraak. Ik stotterde erg
maar was toch in staat me “verstaanbaar” te maken. Die gesprekken vonden dan plaats in het
Nederlands, Duits en zo nu en dan ook in het Engels. Engeland werd een buurland. Elk contact was een
kennismaking met een “vreemde”, een onbekende man of vrouw. Soms kreeg je een QSO (gesprek)
met iemand waar je al eerder mee had “gesproken” in CW (telegrafie) of Fone (telefonie). Dan verdiepte
zich het gesprek en werd de persoon aan de andere kant van de virtuele lijn, langzaam een goede
vriend of vriendin.
Eerst waren contacten met de naburige Europese landen, België, Duisland en Engeland aan de beurt.
Heel langzaam werd het meer en meer. Mijn logboek, waarin alle verbindingen genoteerd moesten
worden, vulde zich langzaam met contacten uit heel Europa zoals Frankrijk, Spanje, Denemarken,
Noorwegen en Zwitserland. Het IJzeren Gordijn bleek niet te bestaan voor zendamateurs. Ook
contacten met Oost Europa , zoals Yugoslavië, Polen, Hongarije en zelfs Estland, Ukraïne , Moldavië en
Rusland werden in het logboek genoteerd.
Meer dan eens moest de grote Bosatlas geraadpleegd worden om te ontdekken waar de amateur
woonde met wie ik juist een QSO had gehad. Ik vond aardrijkskunde een mooi vak op de lagere school,
en kende alle hoofdsteden van onze provincies uit mijn hoofd. Maar te ontdekken waar de Faroer
Eilanden, het eiland Man, de Balearen, de Dodecanesen of Svalbard te vinden waren was toch wel
andere koek. Daar had de meester nooit iets over verteld.
Mijn hoofd gloeide van trots toen ik de eerste Aziaat en daarna de eerste Amerikaan in mijn logboek
noteerde. De Aziaat was Yuri (UL7GW) uit Alma Ata in Kazakhstan. En de Amerikaan was Brian uit
Maryland. Dat waren echter geen gesprekken die je met mijn beperkte radioinstallatie overdag kon
maken. Nee die waren bestemd voor de donkere uurtjes. De grote Bosatlas begon langzaam uit elkaar
te vallen.
Maar er waren meer “Stannen”, landen met namen eindigend op stan zoals Pakistan, Afghanistan, en
Uzbekistan. Was het mogelijk om met iemand uit die landen een QSO te maken? En was STAN
hetzelfde als LAND in Nederland, Ierland, Duitsland of Maryland?. De Bosatlas was niet meer
voldoende, daarom volgde een abonnement op de Bibliotheek. Vroeger waren het de boeken van
Arendsoog en Witte Veder of de verhalen van Old Shatterhand en Winnetoe die ik verslond, maar die
waren nu niet meer voldoende.
Er kwam betere radioapparatuur in mijn Shack (radiokamer) te staan. En buiten werd het zichtbaar dat
ik zendamateur was, je hebt nu eenmaal een zendantenne nodig die jouw signalen de “Ether” instuurt.
En omdat de gebruikte golflengtes op de “kortegolf” tien (10) meter of een veelvoud daarvan zijn, zijn de
gebruikte zendantennes ook erg lang. En, als je voor een beter richteffect, een paar antennes achter
elkaar moet zetten, dan heb je veel ruimte nodig.
Zo’n constructie moet ook nog een minimale hoogte hebben. Dan heb je, om die te mogen plaatsen,
extra vergunningen nodig, de welstandscommissie legt je beperkingen op, het vliegverkeer mag geen
hinder hebben van de uitzendingen, en de molenwind mag niet beinvloed worden. Voor het storingsvrij
beoefenen van deze hobby zijn soms extra maatregelen nodig. Soms moet je ongewenste ontvangst
van jouw uitzendingen bij de buren oplossen. En soms (lees vaak),
is ongewenste instraling van buurtsignalen in jouw gevoelige
apparatuur de oorzaak dat een QSO onmogelijk is.
Door die betere installatie kreeg is steeds meer contact met
amateurs uit andere werelddelen. De Bosatlas was niet meer
voldoende om alles plekjes te tonen waarmee ik “gesproken” had.
De boekenplank groeide behoorlijk, ik moest toch weten waar de
Galapagos Islands, de Gilbert and Fanning Eilanden, Baker and
Howland, of Heard Island te vinden was.
De techniek verbonden met het zendamateurisme werd niet meer zo belangrijk voor mij. In plaats van
zelf aparatuur te bouwen kocht ik zenders en ontvangers, allemaal goedgekeurd door de PTT. Praten
met al die mensen, ergens anders op deze wereld werd het doel van de verbindingen. Ik beperkte mijn
uitzendingen steeds meer tot telegrafie, kletsen met morsetekens dus. Dat
kan, als je een koptelefoon gebruikt, geluidloos, dus zonder dat je je
kinderen wakker houd.
Ik wou een verbinding maken met elk land in elk werelddeel. Dat was mijn
doel. Dat ging niet zo maar, want er waren plekken op aarde waar wel
mensen, maar geen zendamateurs woonde. En soms waren dat zelfs
plekken waar niemand woonde. Gelukkig waren er zendamateurs op deze
aarde die genoeg geld of durf hadden deze plekken te bezoeken. In hun
bagage sleepten ze hun radioapparatuur mee waardoor ze in staat waren
vanaf zo’n plek (bewoond of onbewoond)
radiocontact te maken met andere Hams (zendamateurs) zoals ik. Ik
wist hoe ik aan informatie moest komen wanneer er weer zo’n
onbewoond eiland actie plaats zou vinden.
De wereld ging voor me open. En vandaag, in augustus 2025 staat die
wereld nog steed open voor me. Ik heb juist voor de eeste keer contact
gehad (in morse natuurlijk) met David uit Yackandandah. Dat is net zo’n
dorpje als Huijbergen, alleen ligt het in de deelstaat Victorria in
Australië. David werd zendamateur in 1963 en is nu 88 jaar oud. Helaas werd ons gesprek vroegtijdig
onmogelijk gemaakt door de morsesignalen van heel veel Europese amateurs. Die amateurs
probeerden in contact te komen met een groep zendamateurs uit Chili die op de Rotspunten IIotes
Pajaros waren neergestreken. Hun enige doel van dat bezoek was radiocontact te maken met die horde
Europeanen (en andere werelddelen).
Ook ik behoorde tot die horde Europeanen die graag met die eilandengroep IIotas Pajaros in contact wil
komen, ook al al gaat het dan niet om een goed gesprek, maar enkel om te kunnen zeggen, “Ik heb een
QSO (contact) gemaakt met IIotes Pajaros. In Google maps hebben de rotspunten geen naam. Wil je
toch weten waar ze te vinden zijn, zoek dan in Google-maps (satelliet-view) op “Chile, Caleta Lobos” en
zoom behoorlijk uit.
Het voorbeeld hierboven van David uit Australië en die “gekke” Chileesnse zendamateurs die hun leven
wagen om te kunnen zenden vanaf een plekje dat net boven water uitsteekt is waarom ik al zestig jaar
zendamateur ben. Ik kan nooit zeker ervan zijn dat zo’n gewenst contact ook werkelijk plaats vindt.
Misschien stormt het nu op IIotes Pajaros en kunnen de mannen niet eens aan land komen. Of liggen te
slapen als ik achter de apparatuur zit. Of zijn er te weinig (of teveel) zonnenvlekken op de zon en
gedraagt de Ionosfeer zich niet in mijn voordeel waardoor de verbinding onmogelijk is. Of misschien zijn
die knotsgekke mannen wel gearresteerd door de Chileense Coastguard onder verdenking van
Het zendamateurisme heeft mij veel meer gebracht dan dat prille begin waarbij het in elkaar knutselen
van radio-onderdelen tot een werkende radio het beoogde doel was. Daarvoor is mijn nieuwsgierigheid
veel te groot. Wie waren die mensen die aan de basis stonden van de hobby die ik beoefen? Wie was
Samuel Morse? Of is Guglielmo Marconi de uitvinder van het morse alfabet? Waarom heeft de zon een
zonnevlekken cyclus van elf jaar, waarbij het aantal vlekken zeven jaar lang steeds toeneemt om dat
vier jaar lang weer steeds af te nemen? Waarom is deze cyclus zo van invloed op mijn radiocontacten?
Hoe maak ik een Amerikaan duidelijk wat het verschil is tussen Holland en Nederland? Had Charles
Lindberg ook radioapparatuur aan boord toen hij de Atlantische Oceaan overvloog? Waarom mag je
geen honing meenemen als je op bezoek gaat naar de nazaten van de “Muiterij op de Bounty”?
Ik leerde dat de Verenigde Staten van Amerika was onderverdeeld in 50 staten, waarvan Hawaii en
Alaska buitenbeentjes waren. Ik leerde dat elke staat was verdeeld in een aantal counties, zeg maar
gemeenten. Texas had de meeste counties (254), Delaware de minste(3). Vaak hebben de namen van
deze counties te maken met de Amerikaanse geschiedenis zoals Custer of Washington, of met namen
van Indianenvolken. zoals Cheyenne of Nez Perce.
Een aantal QSO’s (gesprekken) welke ik op de kortegolf maakte veranderden in echte vriendschappen.
Soms werden het echte vrienden nadat een EYE-BALL QSO had plaatsgevonden. Een oogcontact
gesprek dus. Zoals Wenzel, DL8PJ, uit Alsdorf, net over de grens bij Kerkrade. Hij zat onaangekondigd
druk met mijn moeder te praten toen ik thuiskwam (Heerlen). “Bist Du der PA0 Alte Butter Milch”? was
zijn verbaasde uitroep toen hij dat kleine kereltje in de deuropening zag verschijnen.
Het was andere koek toen een zendamateur uit Arkansas me iets vroeg over de Mayflower en
Delfshaven. Wist ik veel! Ik moest het antwoord schuldig blijven, maar had een collega die genealogist
was en in Delfshaven was geboren. Een week later ging een brief naar Arkansas met de antwoorden,
en wist ik tenminste iets van de Pilgrim Fathers, van het schip de Mayflower waarmee ze naar Amerika
voeren. En van de Speedwell, de boot die de Pelgrim Fathers vanuit Delfshaven naar Plymout bracht
waar zij inscheepten op de Mayflower. Dat gebeurde in 1608. Zou ik dat vergeten zijn te onthouden
tijdens de geschiedenisles?
Op 22 november 1963, ik was toen nog luisterstation NL458, luisterde ik naar een telefonie gesprek
tussen twee Amerikanen. Een van de twee hoorde ik zeggen, “O my God, they shot the president”. Later
die avond was de dood van John F. Kennedy wereldnieuws.
Als je een CW gesprek met een amateur vooert weet je nooit of het een man of vrouw is. Aan een stem
herken je dat natuurlijk wel. Maar ouderdom, beroep, woonplaats enz. zijn onbekend, en blijven
onbekend als het om een kort gesprek gaat. Die gegevens worden dan pas bekend als je een QSL-
kaart ontvangt. Dat is een postkaart waarop bepaalde gespreksinformatie wordt ingevuld, en waarop de
naam, woonplaats en vaak een persoonlijke notitie te lezen is. Pas dat weet je wat meer van die
persoon.
Anita Ekberg (filmster), Ingemar Johansson (bokser), Edgar Hoover (FBI baas), Wubbo Ockels
(astronaut), Hoessein bin Talal (Koning), Jinny Beyer (quiltster), Fred Laun (geheim agent), Dick van
Dyke (TV presentator), Marshall D Moran (Jesuiet in Kathmandu), Carlos Menem (president), Elvira
Simoncini (vrijwilligerswerk Afrika), allemaal namen, sommige bekend, sommige onbekend. Maar een
ding hebben ze gemeen, het zijn (waren) allemaal zendamateurs. En ja, met al deze mensen heb ik één
of meerdere QSO’s gemaakt.
En met veel, veel meer Hams. Zoals met Larry Smith, een boswachter uit Idaho. Hij had als taak de
zalm-trek in de Salmon River weer op peil te brengen. Of met Al Francisco, leraar economie aan de
universiteit van Pocatello, ook in Idaho. Hij werd een echte vriend, en toonde me bijzondere plekjes in
Yellowstone Nationaal Park waar hij als student “ranger-werk” had gedaan. Of Bob Leo, een
boekhouder, die in 1948 lid was van een expeditie naar de binnenlanden van Afrika, en gedurende acht
maanden voor radiocontact met de buitenwereld moest zorgen. Ook Bob werd een persoonlijke vriend.
Ik kan nog veel meer vertellen over het plezier dat ik met deze hooby beleef. Sommige van die verhalen
vind je elders op deze site. Ook verhalen die ik schrijf en gepubliceerd worden in ELECTRON, het
verenigingsblad van de de Nederlandse Zendvereniging VERON. Misschien zijn deze verhalen te
technisch, maar dat laat ik graag aan de lezer over.
Wino Paas, PA0ABM
PA0ABM, Wino
Plezier
Reeds op jonge leeftijd, voordat ik zendamateur was, wou ik al alles weten
over verre landen, vreemde volkeren en culturen. Pas nadat ik zendamateurs was werd me
duidelijk dat daarbij ook geschiedenis een grote rol speelt..