Stof, swarte ierde, sinne, rein en wyn.
Vlucht geannuleerd
Mooi op tijd werd ik wakker. Tijd om te vertrekken.
Veel had ik niet om mee te nemen. Mijn bagage
bleef achter in de herberg, dat spul zou per auto
naar nederland vervoerd worden door Richard. Het was tamelijk
mistig, soms was het zicht niet meer
dan vijftig meter. Maar gelukkig
kwamen we veilig aan op het vliegveld
van Porto. Daar was het flink druk
zodat niet veel tijd overbleef om
afscheid te nemen van Mia en
Richard.
De boardingkaart had ik gedownload
op mijn mobiel. Inchecken was dus
niet nodig. In de vertrekhal zocht ik
naar de aanwijzingen die me naar de
Transavia vlucht zouden voeren. Maar
die vond ik niet, dus effe naar de
Transavia balie. Daar zag ik metee
dat er iets mis was, er was geen
wachtrij, er stonden geen mensen te
wachten. De vlucht was geannuleerd. De baliemedewerkster had
slechts een boodschap. Bel Transavia maar.
Dat deed ik even niet, ik belde Richard. Gisteravond had ik niet meer
geinformeerd bij Transavia, ik had de boardingcard toch al. Een
kwartier later zat ik weer in de auto, terug naar de herberg. Transavia
werd gebeld en hoode dat ik op zijn vroegst zondagavond een vlucht
had naar Amsterdam. Maar dan zou ik midden in nacht aankomen op
Schiphol, en zat ik nog uren te wachten op de eerste trein naar
Roosendaal. De eerste dagvlucht was dinsdagmorgen, en die vlucht
werd geboekt. Dat betekende wel vier dagen extra bivakkeren in de
herberg. “No problem”.
Om kwart over acht was ik
weer bezig met Richard om
de slaapkamers, douches en
WC’s weer te cleanen.
Antonio, de voorzitter had de
nacht ook in de herberg
doorgebracht. samen met
Richerd werd de donativo-
doos leeg gemaakt. Om de
herberg open te houden
moest de bezetting
gemiddeld dertig personen
zijn, die een gemiddelde
donativo van 8 Euro per dag in de pot stopten. Het aantal pelgrims
liep echter terug omdat het bureau van toerisme in Porto de meeste
pelgrims via de kustroute naar Santiago de Compostela stuurden.
Antonio was daarom deze week gaan klagen in Porto. Hopenlijk met
succes en kan de herberg open blijven voor vermoeide pelgrims.
De vrijdag werd een sleurdag, zoals gewoonlijk. Dat betekende
lunchen (deze keer de restjes van het restaaurant aals nasi opeten)
en pelgrims ontvangen. veel
werk was dat niet want de
weekend hospitalero arriveerde
al vroeg in de namiddag. De
zaterdag en zondag waren vrije
dagen en die zouden we vullen
met een dagtripje naar Braga,
en zondag een bezoekje aan
Fernanda en Jocinto.
Gelukkig had ik een paar dagen geleden een boek gevonden,
geschreven in het Afrikaans.”Strooidak en Toring” geschreven door
dominee Izak de Villiers. Dat hielp de tijd te doden, de glaasjes wijn
natuurlijk ook. Het boek “De camino” van Anya Nierrewa liet ik liggen.
Dat boek zou ik thuis wel gaan lezen.
Mijn Camino