DX hunting begon opnieuw in 1945

The making of Postwar DXCC Natuurlijk was er heel veel commentaar op het voorstel van de ARRL om met een NIEUW DXCC te starten. Onderstaande opmerkingen werden gemaakt door Byron Goodman, W1JPE. Hij was de auteur van de rubriek “How’s DX?” in QST: De beslissing van het Communications Department (CD afgekort) om helemaal opnieuw te begiinen met het werken van DXCC landen klinkt als een grote grap. (sounds like a lulu) . Dat betekent dat Jan NieuwKomer en Wim OuweRot beiden beginnen vanaf NUL. De prestatie op DX gebied van Wim OuweRot liggen dan in de vuilnisbak. Natuurlijk kan Wim OuweRot op zijn QSL kaart zijn vooroorlogs DXCC resultaat tonen, maar voor Jan NieuwKomer is het verkrijgen van een hogere DXCC score alsof hij beter presteert dan Jan OuweRot. Beginnen vanaf NUL geeft CD wel de mogelijkheid om de regels voor het nieuwe DXCC beter aan te passen, en dat is beter voor iedereen. Het kost wat tijd voordat de nieuwe regels op papier zijn gezet, en het kost tijd om een nieuwe Countries List te produceren. Intussen kunnen we rustig de banden afzoeken en die stations werken waar we graag een QSO mee willen maken. En geloof het of niet, ook de bezitters van het vooroorlogse DXCC ondersteunen het idee om vanaf NUL te beginnen. In het maart nummer van QST,1946, W1JPE, By Goodman, schreef het volgende: Er zijn toch sommigen onder ons die het maar niets vinden dat ze opnieuw een QSO met een land moeten maken, waarvan ze al een vooroorlogse QSL hebben. Ik zie niet in waarom dit anders is dan bij deelname aan contesten, waarbij je toch ook QSOs maakt met landen waarvan je de QSL kaart al binnen hebt. En je maakt toch zeker ook weer een QSO met die oude vriend in dat rare DXCC land, om even met hem te babbelen en de laatste nieuwtjes te horen. Ook kreeg ik het argument te horen, dat, als je begint vanaf nul, je weer QSLs moet schrijven naar dat station dat als enige een vergunning heet in dat DXCC land. Dat zou te belastend zijn voor dat station maar ook voor het QSL bureau. We quite agree with this, but the intention is to get lists of contacts from these stations, as was done in the past, so if one has had a QSO he can certainly get DXCC credit for the contact. If one hasn't got a card from that country already, he is naturally going to use his full persuasive powers anyway, so what's the difference? De laatste zin van Mr. Goodman, W1JPE (later W1DX) heb ik niet vertaald. Het lijkt wel de voorspelling van het huidige (2018) LOTW systeem van de ARRL. Het simpel insturen van je lijstje gewerkte landen zou voldoende moeten zijn voor alweer wat extra DXCC puntjes. Maar er zou nog veel gebeuren met ons DXCC voordat het zover was. DXCC CERTIFICATE AWARDS (June 1946, QST, page 76) In Juni 1946 verscheen eindelijk het lang verwachte DXCC reglement voor het Postwar DXCC. De letterlijke tekst van de aankondiging van de regels kan je vinden op het Engelse deel van de website www.dxcc.info/eng/. Een vrije vertaling van dit stuk in QST vind je hieronder; Het DXCC certificaat dat de ARRL uitgaf voor de tweede wereldoorlog kon aangevraagd worden door iedere amateur die kon bewijzen dat hij of zij verbinding had gehad met amateurs uit minstens 100 landen. Want het aantal gewerkte landen was een graadmeter voor de prestaties van die betreffende amateur op DX gebied. En dat is verbindingen maken met amateurs waar dan ook ter wereld. Het WAS, ‘Worked All States’ was ook zo’n certificaat dat men kon aanvragen als je met alle Amerikaanse Staten een verbinding had gemaakt. Je moest wel QSL-kaarten overleggen aan de ARRL van die ‘gewerkte Staten’. Het DXCC certificaat alleen was niet genoeg, het liet niet zien hoeveel landen je werkelijk in je logboek had staan. Er werden daarom lijsten in QST gepubliceerd waarin je het werkelijk aantal landen waarvan je een QSL kaart had te zien was. Die lijst werd elke maand weer aangepast, waardoor aspiranten werden aangemoedigd om op zijn minst ook 100 landen bevestigd te krijgen. Die lijst in QST werd enorm populair. Zoals verwacht waren de eerste calls die in die lijst voorkwamen de roepletters van de top DXers, die al jarenlang bezig waren om QSOs te maken met alle bestaande landen van de wereld. Plannen voor het nieuwe naoorlogse DXCC certificaat werden gepubliceerd in QST van December 1947, en uitvoerig toegelicht. Discussies over dit nieuwe DXCC werden opgenomen in “How’s DX”, de rubriek van By, W1JPE. Elke amateur, waar dan ook woonachtig, nieuw aan het DX front of een ervaren Old Timer moest volgende dezelfde richtlijnen zijn DXCC kunnen bemachtigen. Iedere amateur zou daarom starten met een blanco lijst. Het aantal ontvangen QSLs voor het nieuwe DXCC stond voor iedereen op NUL. Natuurlijk zijn er amateurs onder ons die zich niet interesseren voor het competitieve deel van DXCC, zoveel mogelijk landen werken. Zij vinden het genoeg als ze die 100 landen bij elkaar sprokkelen, genoeg voor het behalen van het DXCC certificaat. Daarom zal het nieuwe DXCC aangevraagd kunnen worden door elke amateur, waar en wanneer dan ooit, nu en in de toekomst, die kan aantonen dat er met tenminste 100 landen een QSO is gemaakt. Voor het oude DXCC (Prewar DXCC) geldt dat er geen lijsten hierover zullen verschijnen in QST. Het oude DXCC certificaat kan wel nog steeds aangevraagd worden als de aanvrager het bewijs levert dat 100 landen zijn gewerkt en bevestigd. De bevestigde QSOs moeten wel conform het laatste Prewar reglement zijn gemaakt. Hieronder volgt de onvertaalde tekst over het Prewar en Postwar certificaat. The ARRL DX Century Club Award for confirmed contacts with 100 different countries is thus available as follows: 1. To any radio amateur who worked 100 countries before the war, and who submits satisfactory confirmations to ARRL in accordance with prewar DXCC rules. 2. To any radio amateur who worked fewer than 100 countries before the war, and who works sufficient additional countries after the war to bring his total to 100, and submits satisfactory confirmations to ARRL, provided that all postwar contacts must be based on the prewar DXCC rules, countries-list, and the same geographical locations as before the war. 3. Under the postwar DXCC rules (yet to be announced), to any radio amateur who works 100 countries after the war, and who submits satisfactory confirmations to ARRL. Under (1) and (2) above, confirmations should not be submitted until the applicant can provide proof of contact with a total of 100 countries. Applications accompanied by fewer than the necessary 100 confirmations will not be processed or recorded, except in cases where the applicant already is credited on our prewar records with a total less than 100 and sends the remaining necessary confirmations. Please separate prewar cards, and indicate by a written list of countries during what period contacts were made, so your postwar work may be recorded in the event you wish to compete in the new listings at some later date. Bovenstaande regels tonen duidelijk aan dat je na WW-II nog het Prewar DXCC kon aanvragen. Of dat vaak gebeurd is, is niet bekend. Navraag bij ARRL heeft bevestigd dat alle Prewar DXCC gegevens verloren zijn geraakt. DX is . !! Naoorlogse Countries List (February 1947. QST, pages 49) Veel DXers konden begin 1947 niet precies aantonen met hoeveel DXCC landen ze al een naoorlogs QSO hadden gemaakt. Logisch want de laatste gepubliceerde Countries List was die van 1939. De oorlog was de oorzaak dat de status van een aantal landen welke voorkwamen op die oude lijst, niet meer dezelfde was. Er waren landen bijgekomen welke in 1939 nog niet bestonden. En er waren landen verdwenen. Er werd door de ARRL daarom een comité gevormd bestaande uit 5 mensen van het ARRL hoofdbureau, aangevuld met G2MI (namens de R.S.G.B.) en een aantal prominente W6-stations, onder aanvoering van W6QD. Hun taak bestond uit het screenen van de 1939 Countries List, en de bewerkte lijst aan te vullen met nieuwe landen, waardoor een nieuwe DXCC Countries list ontstond. Wijzigingen aan de oude lijst werden veelal unaniem aangebracht. Het comité was er daarom vrij zeker van dat de nieuwe lijst zonder problemen kon worden gebruikt. In de nieuwe lijst waren ook een aantal landen te vinden die samengevoegd waren tot een land. En uiteraard waren ook een aantal landen verdwenen uit de lijst. Natuurlijk kwam er commentaar op de nieuwe landenlijst. Maar de standaard was gezet, en de Postwar Countries List werd de leidraad voor het DXCC en voor een aantal contesten. With the listing of the Official List for ARRL DX Contest and the Postwar DXCC every ham could see what countries did count for the membership. Nu was het nog wachten op de publicatie van de nieuwe Postwar DXCC Rules in ‘Staatscourant‘ QST. Maar dat zou niet lang meer duren.
DXCC na 1945 - 01
Arthur, G2MI, was a very experienced DX man, writing RSGB bulletin every month.
‘By’, W1JPE, W1DX Byron Goodman (By) was de eerste auteur van de rubriek Hows DX” van 1936 tot 1947. Hij verzorgde ook een rubriek over IARU News. Goodman schreef verschillende 1 April grappen in QST onder het pseudoniem Larson E. Rapp WIOU.
Gyron Goodman was voor de tweede wereldoorlog ook QRV met de call W6CAL QSL verzameling van Naoorlogse leden van de F.O.C. club.
Bandrapporten Natuurlijk bleef de activiteit op de banden niet beperkt tot de Amerikanen. Ook in Nederland waren amateurs al fanatiek met het verzamelen van landen bezig. Electron was het amateurblad waarin je kon lezen wat je op de banden had gemist. Zo kon je lin bandrapporten lezen: EK1QA komt goed door. Ook FF8 en FF9. En CN8 en CN9. De Russen schijnen zich zich nu heel officieel te zijn gaan organiseren in districten. UA is Moskou, UQ is Sowjet Armenie, er schijnt dus een hele lijst te zijn.Allen vragen QSL via box 88 Moskou. Een aantal kan goed Engels seinen. De vroegere ractoontjes zijn merendeels verdwenen. Bandmanagers in 1946 waren: PA0WL, 56 en 28 Mc PA0BL, 14 Mc PA0MM, 7 Mc PA0SS, 3.5 Mc
Voor WW-II was deze call aan een andere amateur toegewezen. Behalve PA0NR was PA0UB ook een QSL leverancier PA0SS, uit Zeeuws Vlaanderen Nederland voor 1950. Een QSO op 58 Mc !! Sjoerd Quast, EK1AQ (later CN2AQ) de Hollander uit Tanger