Verteld door Gus Browning, in 73 Magazine van 1965-05
vrij vertaald door PA0ABM
Gus Browning story, Deel 01
Hoe alles begon
Bij de start van dit verhaal zit ik achter mijn type-machine op mijn slaapkamer
in het huis van N. Chhawna, AC5PN, in Denchencholing, Bhutan, hoog in het
Himalaya gebergte. Alle amateurbanden zijn dicht, er is niets te horen. Maar
om dit verhaal goed te vertellen moet ik beginnen bij de start van mijn leven,
mijn geboorte. Enkel zo is te begrijpen hoe en waarom ik de wereld afreis om
zendamateurs, waar dan ook ter wereld, de kans te geven om een radio
contact te maken met een "Nieuw Land" (met een DXCC Entitiet).
Ik ben geboren op 25 november 1908 (op een dinsdag volgens een
electronische calculator in Bad-Kreuznach, Duitsland), in een kleine stad in
South Carolina (VS). Toen ik een paar maanden oud was verhuisden we naar
Ellore, South Carolina. Daar begon mijn leven pas goed, en echt, dat was
een start van jewelste!
Reeds als kleine jongen, daar op die arme katoen boerderij, wou ik wereld zien en verkennen. Maar
eerlijk, ik had nooit gehoopt dat die wens ooit zou uitkomen, en dat ik meer zou zien van de wereld dan
Orangeburg, een plaatsje 21 mijl (33 km) verderop. Maar soms gebeuren er dingen waardoor alles
anders wordt.
Onze oude kokkin, die terugkwam van een bezoek aan orangeburg vertelde dat ze daar een vliegtuig
gezien had. Op de vleugels van het overvliegende toestel zaten mensen in schommelstoelen. En die
stoelen schommelden ook nog. Bij de gedachte aan dat vliegtuig zag ik me al een een van die
schommelstoelen zitten. En na een week vliegen zou ik zeker ergens in Arabié zijn. Op een plek waar
een karavaan kamelen, met daarop gesluierde vrouwen vanuit de woestijn naar toe zouden komen.Of ik
zou in het midden van Tanganyika zijn, midden tussen de Masai krijgers met hun grote speren en hun
lange oorversierselen. Of nog beter ik zou op een strand liggen van een van die mooie palmboom
eilanden in de Indiische Oceaan, en kijken naar dansende meisjes in
het maanlicht.
Nou vele jaren later zou ik al die plekken inderdaad bezoeken. En nog
veel meer van die plekken. Maar dat was natuurlijk fantasie. We
waren al on de indruk van een avontuurlijke reis naar de jaarlijkse
kermis in Orangeburg. Daar werd dagen over gekletst, zowel voor als
na het bezoek aan de kermis. En een bezoek aan andere staten zoals
North Carolina of Georgia was al helemaal ondenkbaar.
het leven op de boerderij verslechterde nadat de katoenkever onze
katoenvelden had ontdekt. Maar ik mag mijnheer Boll Weavil
(Katoenkever) wel bedanken, omdat hij mijn vader deed besluiten
katoen in te ruilen voor "easy money" in Florida. Want daar hadden ze genoeg geld en sinasappelen.
Genoeg sinasappelen was erg interessant voor ons kinderen. Als we geluk hadden kregen we één
sinasappel per week in South Carolina. En natuurlijk kregen we er twee met kerstmis.
Toen het besluit viel om te emigreren naar Florida waren we opgetogen. En we mochten zelfs tot 9 uur
opblijven. Om de reis te kunnen maken kocht mijn vader een derde hands model "T". Wat een avontuur
was dat. We wilden allemaal leren hoe je dat ding moest besturen. Het was een arm-brekend model,
wat tot twee maal toe ervoor zorgde dat zowel mijn vader
als mijn oudere broer Bruce hun arm brak.
Mijn zus, Lorena, kon goed rijden, maar een keer vergat ze
te remmen. De T-Ford ramde de achterkan van de schuur
en kwam in het omgeploegde veld daarachter tot stilstand.
Ook mijn vader kon er wat van. Toen hij het ding had
aangezwengeld reed hij de de tuin van de de kerk in, en
vergat hoe hij moest stoppen. gelukkig waren de
kerkdeuren stevig genoeg.
En hup daar gingen we, pop, mom en 6-kids (en wet ik wat
nog meer), in de T-Ford, naar Florida. Naar het land van het
vele geld en de vele sinasappels. Het een echte
Amerikaanse Robinson Crusoe reis. Veel modder onderweg
waardoor we vast kwamen te zitten, weinig bruggen en veel
rivieren die we moesten oversteken. En nu en dan een
veerboot, voortgetrokken door een paard. Ik denk dat deze
verhuizing het reis-vuur in mij heeft ontstoken. Mijn eerste
DX-peditie. Overal waar ik keek zag ik vlak land, en ik twijfelde of de onderwijzer het bij het rechte eind
had toe hij vertelde dat de aarde rond was.
Onderweg werd ook vaak gestopt om een jute zak vol met Sinasappels te "lenen", en op te smullen.
Zelfs de dag van vandaag vind ik het heerlijk om een zak vol sinasappels te verorberen.
We kwamen uiteindelijk aan 5 km ten noord-oosten Orlando, Florida, waar we neerstreken. Het was
voor ons niet van belang van wie de grond was waar we "kampeerden". Met de paar honderd Dollar
kocht mijn vader een stuk grond aan de oever van Lake Farview. Omdat de centen op waren gingen hij
werken bij iemand die huizen aan het slopen was. Elke avond bracht Pop sloophout mee naar huis. En
roestige spijkers die wij dan mochten recht buigen. Na een paar maanden hadden we genoeg
verzameld. Pop nam een maand verlof, en met z'n allen bouwden we een huis van al dat sloophout.
Schooltijd brak aan en elke dag was het 3 kilometer lopen naar de schoolbus die ons naar de Winter
Park school bracht. Daar hoorde ik van een man de radio amateur was. Het bleek W.J. Lee te zijn (call
4XE), en het was een reuze fijne vent. Hij probeerde mij uit te leggen dat hij een van de weinige
amateurs was die een kristal gebruikte om zijn zendfrequentie onder controle te houden. Ik wist bij god
niet waar de man het over had, ik had voordien nog nooit een radio gezien (of gehoord).
Ik kreeg een radio blaadje te pakken waar een "one tube" radio beschreven werd door een zekere L.M.
Cockiday. Dat ding wou ik bouwen, maar hoe moest ik aan het geld komen om aan die onderdelen en
die (gouden) $8,50 dure radiolamp te kunnen kopen? Ik begon met de straatverkoop van kranten, en
maaide gras, maanden achter elkaar, tot ik de onderdelen kon bestellen.
Ik monteerde de radio op een van Mom's broodplanken, en controleerde keer op keer of ik alles goed
had aangesloten. Na maanden had ik die centen van de radiolamp, een WD11, bij elkaar. In mijn
jeugdig enthousiasme sloot ik 45 volt aan op de gloeidraad, en huplakee de radiolamp was wijlen. Zie je
nou wel, geef je geld niet uit aan dat radiospul zei mijn vader. Die rommel functioneert toch niet.
Gelukkig kreeg ik het geld van mijn tante Polly, een onderwijzeres, die toevallig bij ons was. Nu zorgde
ik er voor dat de voedingsspanning juist wrd aangesloten. En natuurlijk werkte de radio niet. Het duurde
nog ruim 6 maanden voordat ik de broodplank radio aan het werken kreeg. Slechts 1 zender was er
mee te horen, KDKA uit Pittsburg, Pennsylvania. Wat een opwinding bracht dat geluid te weeg. Zie je
nou wel, zei mijn vader. "Ik wist wel dat Gus het voor elkaar zou krijgen.
Toen werd ik natuurlijk een radio expert, dat spreekt vanzelf. Ik werkte in de namiddag in een radio
winkel in Orlando. Daar stofte ik radiobuizen af, en leerde hoe je buizen moest testen. Ik verdiende 25
dollarcent per dag, en 50 cent op zaterdag.
In die tijd leerde ik NU4ACZ kennen, die goeie ouwe Tony. Hij leerde me alles over radio, waardoor het
ham-vuur in me verder aanwakkerde. Maar eerst moet je de code leren, en dan pas kan je verder zij
Tony. Thuis vertelde ik dat, en zus Lorena wou meedoen met het leren. Zij had een baantje bij Western
Union op het oog. Met een zaagblad en een deurbel werd een seinsleutel gebouwd, en leerden we de
code. Het duurde wel 6 maanden.
Maar Tony had vergeten te vertellen dat er twee codes waren. Ondertussen had ik een kortegolf
ontvanger gebouwd. Elk vrij uurtje zat ik te luisteren en
schreef elke letter op die ik kon ontcijferen. Na een jaar had ik
de code echt onder de knie. Daarna, na een paar maanden
studeren dacht ik klaar te zijn voor het zendexamen. Bij de
derde keer had ik succes, ik slaagde voor het examen van
zendamateur.
Eindelijk, nu was ik "een van de jongens". Ik kreeg een harley
oscillator aan het werken op 40 meter, welke werkte op een 6
Volt en een 180 Volt batterij. Het ding leverde een vermogen
van 6 Watt. Verschillende antennesa werden geprobeerd. Een
halve golf met tegencapaciteit werkte het beste. De pret kon
nu echt beginnen.
Ik had ouwe Tony met DX stations in Duistsland, België, Engeland enz. horen werken. Dat moest ik dus
ook kunnen, maar na 6 maanden was ik nog nioet verder gekomen dan Noord Amerika. Maar toen ik de
tegencapaciteit plaatste tussen antenne en aarde, toen wqas het bingo. Ik werkte stations in Europa,
Zuid Amerika en zelfs Australië. De prefix van Austarlië was toen OA, de O stoind voor Oceanië en de A
voor Australië. Simpel toch.
Mijn Pop was een eenvoudige man. Een kerosine lamp was genoeg licht, en hij weigerde om electriciteit
in huis aan te leggen. Dus was ik aangewezen op batterijen. De oplossing was Bud, mijn broer. Die was
verhuisd naar Philadephia, Pennsylvania, en wist dat ik daar werk kon vinden als radioman. Ik was niet
geinteresseerd in het baantje. Maar wat me interesseerde was dat ik daar gebruik kon maken van het
lichtnet.
Dus ging ik op pad van Orlando naar Philadelphia met slechts 2 dollar en 50 cent op zak. De reis moest
dus liftend afgelegd worden, en daardoor belande ik helaas regelmatig in de cel. In Noord Carolina
gebeurde het dat ik s'morgens niet werd vrijgelaten omdat de wetsdienaar die nacht op vakantie was
gegaan. Jesus, ik zat diep in de puree, en dat zou niet de eerste keer zijn dat dat gebeurde.
Ik vertel volgende maand meer over die gevangenis daar in Noord Carolina.
. . . Gus
Lees verder Deel 02
Gus Browning, W4BPD
T-Ford 1917
De 1917 Ford Model T
Touring Car kon je kopen
voor $360.00. Een kleine
wijziging onder de motorkap
was de bevestiging van een
electrische toeter
rechtsachter de cylinders
tussen de cilkenders en de
stuurkolom.
De toeter was van het
vibrator type en de stroom
werd opgewekt dooreen
vliegwiel - magneet. De
drukknop was gemonteerd
op de stuurkolom juist onder
het stuur.
Opmerking
Gus had een grappige
manier van schrijven. Het
was niet altijd mogelijk de
tekst letterlijk te vertalen.
Gus begint zijn verhaal te
vertellen toen hij in Maart
1965 in Bhutan bivakkeerde.
De illustraties bij de tekst
door mij toegevoed.
Veel leesplezier,
PA0ABM
Hams - W4BPD - Gus Browning 01