Alles kan, maar niets moet
Made by Wino

Timmelsjoch Pass

Dinsdag 30 augustus 2011

Deze dag was een rustdag. Vandaag stond een reisje met de auto naar Italië op het programma. Onderweg werd nog een stop ingelast in Hochgurgl waar we ons lieten vervoeren met de Hochgurgl gondelbaan en een stoeltjeslift. We kwamen daardoor op een hoogte van 3048 meter, het hoogste punt dat we in onze week Tirol zouden bereiken. We waren weer rond 8 uur in de Frühstückraum. Zoals gewoonlijk waren we weer een van de eersten aan tafel. Na het eten was er tijd om een korte wandeling in het dorp zelf te maken. Sjef ontdekte een uitkijktoren en waagde een korte klim. Het zicht beloofde niet veel goeds, wolken hingen vrij diep, en soms zelfs tot onze hoogte. Rond 9 uur vertrokken we uit Köfels, richting Sölden, dus zuidwaarts. Via Sölden kwamen we weer aan de splitsing bij Zwieselstein, waar we deze keer voor rechtdoor kozen. Richting Untergurgl, en Obergurgl. De weg bracht ons via een aantal haarspeldbochten omhoog van 1470 naar 1640 meter. Een duitse auto zat voor ons, en die wou maar niet opschieten. Gelukkg ging die in Untergurgl parkeren. Ik denk dat die Duitser daar de gondel lift naar Hochgurgl heeft genomen. De weg bleef maar stijgen, en vlak voor Obergurgl konden we linksaf de B186 vervolgen naar Hochgurgl. We bereikten, na wat geslalom, even voor 10 uur hoteldorp Hochgurgl(2154 meter). We sloegen de enige straat in van Höchgurgl en parkeerden de auto iets buiten het kleine dorp. De vergezichten vanaf de parkeerplaats waren fantastisch. Het was aardig fris, ik had al vlug mijn vest aan. Hier in Hochgurgl hadden we een afspraak met Anne. Zij werkte daar in een hotel en had als belangrijkste taak het verwerken van reserveringen. We waren uitgenodigd (tijdens onze ontmoeting bij de BreitlehnAlm, om, als we richting Italië gingen, even langs te wippen. Het hotel was toch gesloten in de zomer. Maar niet voor ons, wij waren welkom, ook al werd er flink in en aan het hotel gewerkt. De Hochalpenstrasse route over de Timmelsjoch.(Stukje Italië) Maar er was een probleempje op te lossen. In welk hotel werkte Anne? Het was het deftigste hotel in Hochgurgl had ze gezegd. Op goed geluk kozen we het Riml Sporthotel. dat in de steigers stond. We werden hartelijk ontvangen in het hotel maar... Anne was onbekend. Het verkeerde hotel dus. Het tweede hotel was Hotel Hochgurgl, een toepasselijke naam voor een hotel. En niet alleen dat, het was meteen bingo. Daar was Anne. Na wat gekletst te hebben wees ze ons de weg naar de gondellift, 30 meter verderop. Die zou ons omhoog brengen naar de Top Mountain Star, een Panoramabar op 3062 meter hoogte. Hier had je een 360 graden uitzicht over de Dolomieten, de Stubaier Alpen, en de Ötztaler Alpen. We kregen ook nog twee vrijkaartjes van Anne. Daarmee konden we op en neer naar Italië zonder tolgeld voor de Timmelsjoch bergpas hoeven te betalen. Dank je wel Anne !! De Hochgurgl Gondelbahn (normale vertrekplaats is Untergurgl) naar de Top Mountain Bar had een stop in Hochgurgl. Daar moesten we dus instappen. Een retourtje was gepeperd, 14 Euro, dus totaal 28 voor Sjef en mij. Nadat ik het geld had overhandigd aan de Gondelbediende liep hij zijn besturingscabine in om de kaartjes te pakken. Toen hij terugkwam vroeg hij waarom we niet in Untergurgl waren ingestapt, maar juist hier in Hochgurgl. Toen hij hoorde dat we in hotel Hochgurgl waren geweest, vroeg hij of we Anne hadden bezocht. Toen ik ja zei, kreeg ik prompt de 28 Euro terug. Stap maar in zei hij, de rit voor jullie is gratis. Waren we nu VIPS geworden? Hoogteprofiel van de Italië reis En hup, daar gingen we omhoog, zonder kaartje. We genoten van het uitzicht dat aan ons voorbij trok gedurende de reis omhoog van 2130 m naar 2720 meter.Op die hoogte moesten we overstappen op een stoeltjeslift die ons naar 3000 meter zou brengen. We moesten wel daarvoor eerst 20 meter vrij steil omlaag lopen. Bij de stoeltjeslift bleek het gondelen zonder kaartje niet normaal te zijn. De gondelman in Hochgurgl had ons vrij laten instappen zeiden we. "Nou, dan stap maar in, want ik ga jullie dan ook niet laten betalen" werd als antwoord gegeven. En het bezoekje aan Anne moest verder bij elke instap verteld worden om de vrije doortocht te laten plaatsvinden. Leuk he! De tocht omhoog met de stoeltjeslift was een teleurstelling. Toen we eenmaal zaten, en de voetsteunen hadden geactiveerd, kwam ook de beschermkap naar beneden. En die was ondoorzichtig vanwege erosie en vuilgheid op het plexiglas. We zagen gewoon niks meer, en we kregen de kap ook niet meer omhoog. Jammer, maar we mochten niet klagen, de rit was toch gratis! het enige wat we nog konden zien was onze voeten, en de bergwand daaronder. Regelmatig kregen we nog met een andere spelbreker te maken. Wolken. Die verschenen de ene keer boven ons, dan onder ons, en weer even later zaten we er middenin. Het was intussen elf uur geworden. Bij het eindpunt van de lift was de Top Mountain Bar, te vinden. Daar kreeg Sjef eindelijk zijn doping, een kop koffie. Ik ook natuurlijk, en ik bestelde ook een paar Apfelstrudels voor ons. Uiteraard was het, daarboven in zo'n top lokatie, een flinke kaalslag in de beurs. De Top Mountain Star panoramabar Na een kopje koffie wou ik naar buiten. Ik moest een paar foto's maken, ook al was het zicht richting Italië nihil. Sjef bleef in de bar achter voor een tweede kopje koffie. Soms viel er een gat in het wolkendek, en kon ik een foto maken. Koud was het daarboven ook, ik had enkel een vest aan om me te beschermen tegen de koude. Ik klom ook nog 5 minuten omhoog richting Wurmkogel kruis, 3084 meter hoog. De klim naar het kruis zou 15 minuten bedragen. Het pad was erg rotsachtig en smal, en was beveiligd met een staalkabel. Na die 5 minuten klimmen besloot ik de poging te staken. Ik vond het pad te nat. Er lag nog steeds sneeuw, waardoor de klim niet zonder risico was. Veilig en wel kwam ik weer beneden bij de stoeltjes lift en de Top Mountain Bar. Sjef was klaar met zijn tweede kopje koffie en had juist ook nog een foto gemaakt. Net voor half twaalf zaten we alweer in de stoeltjeslift naar beneden. Het vrij-kaartjes-verhaal had weer succes. We mochten voor niks naar beneden. De rit omlaag verliep zonder problemen. We bleven deze keer echter net zo lang wachten tot er een stoeltje met een schone, doorzichtige beschermkap voorbij kwam. En wat ons nu ook lukte was dat de beschermkap omhoog bleef staan. De tocht omlaag ging dus met open vizier. Wel koud, maar veel mooier. En voldoende zicht voor het snel schieten van een paar plaatjes. Halverwege moesten we weer overstappen in de gondellift. Maar voordat we de reis naar beneden vervolgden werd bij dit tussenstation nog wat rondgekeken. Vooral de battary sneeuw-kanonnen werden intensief bekeken. Instappen in de gondel verliep zonder betaalproblemen, we werden door de bediende herkend. Tijdens de reis omlaag hadden we een mooi uitzicht op het tophotel Hochgurgl waar Anne werkte. Nog snel een foto van het hotel. daarna de auto en weer op weg over de Hochalpenstrasse naar Italië. Direct na Hochgurgl bevond zich de Mautstelle, de plaats waar je tol moest betalen. Het vrijkaartje van Anne werd geaccepteerd, en we kregen er een brochure van de PassoRombo, de Timmelsjoch voor terug. Allerhande wetenswaardigheden over het gebied stonden er in vermeld. Halverwege de Timmelsjoch Pass kwamen we in een haarspeldbocht een bus tegen die problemen met de draai had. Dat zorgde voor een klein oponthoud. Direct na het passeren van de Pas (2474 meter) waren we op Italiaans grondgebied. Alto Adige, oftewel Zuid Tirol. Sjef wou persé op de foto bij een bord waarop duidelijk te lezen was dat je in Italië zat. Nu begon een afdaling. De weg had nu een andere naam S44bis, waarschijnlijk betekende bis bizonder steil. We zaten een flink stuk boven de boomgrens. Al rap reden we door 2 kleine tunneltjes. Elke tunnel had een nummer, en de hoogte van dit nummer beloofde niet veel goeds. Nu moesten we (volgens Anne) een langere tunnel tegenkomen, en direct na deze tunnel moesten we een kiosk tegenkomen. Dat bleek ook zo te zijn, de kiosk bevond zich 5 meter van de tunnel vandaan. In de blokhut-kiosk waren Oostenrijkse specialiteiten te koop, en na wat geproefd te hebben kocht ik een grote, gepeperde worst voor Annie. Sjef bleef wat dralen, waarbij hij geregeld een andere worst proefde. Vanaf de plek waar de kiosk stond kon je een aantal haarspeldbochten van de weg naar beneden zien. Er stond ons nog wat te wachten! We bevonden ons nu in het Naturpark Texelgruppe, of, in het italiaans, Parco Naturale Gruppo di Tessa. Na drie haarspeldbochten gehad te hebben kon Sjef, die achter het stuur zat, even ademhalen. Er volgde een tamelijk recht stuk. Ik had tijd om wat indrukken van deze autostrada over de Alpen, vast te leggen. Het ene prachtige uitzicht werd vervangen door het andere, terwijl de auto weer voorbij een volgende haarspeldbocht werd geloodst. En daarna volgde, na weer een tamelijk recht stukje nog 5 haarspeldbochten. Een fietser, die on tegemoet kwam, had het niet van ellende. Remmen Sjef. Een driewielertje (net zo eentje als die in de Sissi reclame op TV) zat voor ons. Hij tufte, beladen met een grote rol hooi, met zijn tweetaktmotortje lekker langzaam naar beneden. Het ding was niet te passeren, want we vonden ook nog drie genummerde tunneltje op onze weg. Gelukkig kon het vehikel, midden in een bocht, linksaf afslaan (wandelweg naar de italiaanse Timmelsjoch Alm). De bocht, ook een haarspeldbocht ging over een middeleeuwse brug, die ons over het riviertje de Passer (Passirio) voerde. Die brug lag op een hoogte van 1766 meter, we waren dus al haast 700 meter gedaald. Spectaculair! En spectaculair bleef deze afdaling. Het eerste grote dorp dat we tegenkwamen was Moos in Passeier. Ondertussen hadden we weer heel wat tunneltjes en haarspeldbochten gehad. De hoogte waarop we nu zaten was iets meer dan 1200 meter. Alweer 500 meter daling dus. En toen we het bord Santa Leonardo in Passiria tegenkwamen, vonden we het welletjes. Dit dorp werd onze bestemming en niet Merano, dat nog 30 km verderop lag. Onze hoogtemeter wees nu 681 meter aan. We hadden 2 kilometer daling achter de rug. Het aantal afgelegde kilometers was ongeveer 75 km. Kwart voor twee was het intussen, dus tijd om wat te eten. We konden in het centrum van St Leonard de auto parkeren. We moesten dan wel bij de eigenaar van de parkeerplaats gaan eten. Maar dat deden we niet. Op het dorpsplein stond een kiosk waar fruit werd verkocht. Maar die kiosk maakte ook warme snacks. Voor de kiosk stonden een aantal banken en tafels, dus de keuze was vlug gemaakt. Twee broodjes worst, en voor mij een grote cola. De kiosk was zelfs beschilderd met een kerkelijk tafereel. Onder onze tafel liep de Passer, hetzelfde riviertje dat we vanaf de ontmoeting met de driewieler stroomafwaarts hadden gevolgd. Sjef kon wat ansichtkaarten met postzegels in de kiosk kopen. Tijdens ons dinner werden deze kaarten beschreven en op de bus gedaan. Na ons dinner maakte we een kleine wadeling door het dorp. Doelwit was de kerk. Onderweg kwamen we een beeld van Sankt Leonard tegen, de beschermheilige van het dorp. De kerk was prachtig, en ik kon het niet laten om daar ook een waxine kaarsje te kopen en aan te steken. De kerk had een neogotisch altaar. Ook de doopfont van marmer was prachtig. Andreas Höfer, de oostenrijkse vrijheids-strijder was hierin gedoopt. Toen ik buiten de kerk nog wat foto's maakte verloor ik Sjef uit het oog. Maar via verschillende paadjes vonden we elkaar weer voor de VVV winkel. Daar had hij nog wat informatie over het dorp meegekregen. Het was intussen kwart voor drie geworden. We besloten het dorp vaarwel te zeggen, en de terugreis naar Köfels te starten. Sjef zat weer achter het stuur. Ideaal om nog wat indrukken van de S44bis te maken. Ook bergop was de rit spectaculair te noemen. Na elke bocht in de weg was het steeds weer een verrassing wat je tegenkwam. De ene keer was het een scherpe bocht naar rechts, direct na een tunneluitgang. En de andere keer was het weer een schrikkende motorrijder, die zicht op de verkeerde weghelft bevond. En de vergezichten bleven magnifiek. Nu stopten we wel boven op de Timmelsjoch Pass. Er was plek genoeg om de auto te parkeren. We brachten een bezoekje aan het vreemd gevormde museum dat vrij toegankelijk was voor iedereen. Hier kon je zien hoeveel moeite het had gekost om de tolweg aan te leggen. In het museum werden een paar tegenlicht foto's gemaakt. Sjef probeerde nog om wat te spelen op zijn doedelzak. Uiteraard kwamen daar weer mensen op af, om foto's van die gekke Hollander te maken. Helaas ging de performance de mist in. Het was daarboven veel te koud, waardoor de doedelzak niet de juiste toonsoort wou produceren. Rond 4 uur vertokken we weer, en waren rond kwart voor 5 in Sölden. Sjef wou Eierspäzle kopen. Dat gerecht hadden we gisteravond te eten gekregen. En dat wou Sjef maken als hij weer terug was in Goes. De supermarkt die we vonden was de Spar, en het kostte wat tijd om een gratis parkeerplaats bij de winkel te vinden. In de winkel zag ik plotseling een pakje Kaiserschmarrn staan, en ik kon het niet laten dit te kopen. Ook nam ik twee verpakkingen Mozartkugeln mee. Een pakje voor Annie (als hartje verpakt) en een pakje (als viool verpakt) voor Elise. Sjef kocht uiteraard een paar pakjes Eierspätzle. Terug in Köfels hadden we nog wat tijd over voordat we aan tafel konden. We stopten bij het kapelletje dat aan het einde van de klim naar on gastenverblijf stond. De deur was open, en binnen waren een paar schilderijen tentoongesteld. Men probeerde geld in te zamelen om het kapelletje op te knappen. Dus werd er door ons wat gespendeerd. Een boer was gras aan het maaien. Ik dacht dat het Werner was, maar dat bleek niet het geval. Sjef wou voor het eten nog wat oefenen op zijn doedelzak, en ging op het bankje bij de hoofdkapel van Köfels wat spelen. Hier kreeg hij gezelschap van Hans Peter Kuen, die hij probeerde het spelen bij te brengen. Dat resulteerde in shanteruitleg, en in de belofte dat de jongeman de shanter mocht lenen. Als hij morgen de noten kon spelen, dan zou Sjef hem een shanter uit Nederland opsturen. (dat is bij thuiskomst ook gebeurd). Ik maakte intussen nog wat foto's. Na het avondeten bleven we wat langer in de Speiseraum hangen. Werner wist elke vraag die ik hem stelde te beantwoorden. Sjef maakte nog wat QSO’s en ik ik hield me bezig met het versturen van een eMail naar Annie, en met het veiligstellen van de gemaakte foto's. Morgen was alweer de laatste wandeldag.
Tirol 201
TIMMELSJOCH PASS Een ritje over de Timmelsjoch is voor auto en motor een fascinerende ervaring. In het achterste deel van het Ötztal begint de weg, vlak voor Obergurgl, waar hij links afbuigt. Via de 12 kilometer lange weg klim je van 1900 naar 2509 meter, naar de top van de Timmelsjoch Pass. Daarbij klim je tot ver boven de boomgrens, waarbij 12 haarspeldbochten het berglandschap tekenen. Links en rechts van de weg liggen hoge alpenreuzen zoals de Hohe Mut, de Schermerspitze ,de Kirchenkogel, en de Scheibkopf (Italië). De pass is s'winters gesloten. En in die periode van het jaar dat hij toegankelijk is, is de weg open van 7 uur s'morgens to 8 uur s'avonds. Het Italiaanse deel van de pas is in het donker veel te gevaarlijk. Top Mountain Star In de wintermaanden is deze bar elke dag open. Want de skipiste begint bij het einde van de stoeltjes lift. In de zomermaanden is deze bar enkel open op dinsdag, donderdag en op zondag.
Tirol 2011
Extra Foto’s Extra Foto’s Vochtige morgen in Köfels Kleine dorpswandeling in Köfels Is dat het hotel van Anne? De Timmelsjoch route Afscheid van Anne Italië Route hoogteprofiel Omhoog met de Hochgurgl Bahn De klim naar de Wurmkogel Mooie reis omlaag met de lift Hallo Italië, hier ben ik Kiosk bij tunnel 16 (555 meter lang) De verrassing op de weg Tijd om wat te eten bij een kiosk Na elke bocht of tunnel weer een nieuwe verrassing Grasmaaier in Köfels Köfels, dorpsgezicht
Alles kan, maar niets moet
Made by Wino

Timmelsjoch Pass

Dinsdag 30 augustus 2011

Deze dag was een rustdag. Vandaag stond een reisje met de auto naar Italië op het programma. Onderweg werd nog een stop ingelast in Hochgurgl waar we ons lieten vervoeren met de Hochgurgl gondelbaan en een stoeltjeslift. We kwamen daardoor op een hoogte van 3048 meter, het hoogste punt dat we in onze week Tirol zouden bereiken. We waren weer rond 8 uur in de Frühstückraum. Zoals gewoonlijk waren we weer een van de eersten aan tafel. Na het eten was er tijd om een korte wandeling in het dorp zelf te maken. Sjef ontdekte een uitkijktoren en waagde een korte klim. Het zicht beloofde niet veel goeds, wolken hingen vrij diep, en soms zelfs tot onze hoogte. Rond 9 uur vertrokken we uit Köfels, richting Sölden, dus zuidwaarts. Via Sölden kwamen we weer aan de splitsing bij Zwieselstein, waar we deze keer voor rechtdoor kozen. Richting Untergurgl, en Obergurgl. De weg bracht ons via een aantal haarspeldbochten omhoog van 1470 naar 1640 meter. Een duitse auto zat voor ons, en die wou maar niet opschieten. Gelukkg ging die in Untergurgl parkeren. Ik denk dat die Duitser daar de gondel lift naar Hochgurgl heeft genomen. De weg bleef maar stijgen, en vlak voor Obergurgl konden we linksaf de B186 vervolgen naar Hochgurgl. We bereikten, na wat geslalom, even voor 10 uur hoteldorp Hochgurgl(2154 meter). We sloegen de enige straat in van Höchgurgl en parkeerden de auto iets buiten het kleine dorp. De vergezichten vanaf de parkeerplaats waren fantastisch. Het was aardig fris, ik had al vlug mijn vest aan. Hier in Hochgurgl hadden we een afspraak met Anne. Zij werkte daar in een hotel en had als belangrijkste taak het verwerken van reserveringen. We waren uitgenodigd (tijdens onze ontmoeting bij de BreitlehnAlm, om, als we richting Italië gingen, even langs te wippen. Het hotel was toch gesloten in de zomer. Maar niet voor ons, wij waren welkom, ook al werd er flink in en aan het hotel gewerkt. De Hochalpenstrasse route over de Timmelsjoch.(Stukje Italië) Maar er was een probleempje op te lossen. In welk hotel werkte Anne? Het was het deftigste hotel in Hochgurgl had ze gezegd. Op goed geluk kozen we het Riml Sporthotel. dat in de steigers stond. We werden hartelijk ontvangen in het hotel maar... Anne was onbekend. Het verkeerde hotel dus. Het tweede hotel was Hotel Hochgurgl, een toepasselijke naam voor een hotel. En niet alleen dat, het was meteen bingo. Daar was Anne. Na wat gekletst te hebben wees ze ons de weg naar de gondellift, 30 meter verderop. Die zou ons omhoog brengen naar de Top Mountain Star, een Panoramabar op 3062 meter hoogte. Hier had je een 360 graden uitzicht over de Dolomieten, de Stubaier Alpen, en de Ötztaler Alpen. We kregen ook nog twee vrijkaartjes van Anne. Daarmee konden we op en neer naar Italië zonder tolgeld voor de Timmelsjoch bergpas hoeven te betalen. Dank je wel Anne !! De Hochgurgl Gondelbahn (normale vertrekplaats is Untergurgl) naar de Top Mountain Bar had een stop in Hochgurgl. Daar moesten we dus instappen. Een retourtje was gepeperd, 14 Euro, dus totaal 28 voor Sjef en mij. Nadat ik het geld had overhandigd aan de Gondelbediende liep hij zijn besturingscabine in om de kaartjes te pakken. Toen hij terugkwam vroeg hij waarom we niet in Untergurgl waren ingestapt, maar juist hier in Hochgurgl. Toen hij hoorde dat we in hotel Hochgurgl waren geweest, vroeg hij of we Anne hadden bezocht. Toen ik ja zei, kreeg ik prompt de 28 Euro terug. Stap maar in zei hij, de rit voor jullie is gratis. Waren we nu VIPS geworden? Hoogteprofiel van de Italië reis En hup, daar gingen we omhoog, zonder kaartje. We genoten van het uitzicht dat aan ons voorbij trok gedurende de reis omhoog van 2130 m naar 2720 meter.Op die hoogte moesten we overstappen op een stoeltjeslift die ons naar 3000 meter zou brengen. We moesten wel daarvoor eerst 20 meter vrij steil omlaag lopen. Bij de stoeltjeslift bleek het gondelen zonder kaartje niet normaal te zijn. De gondelman in Hochgurgl had ons vrij laten instappen zeiden we. "Nou, dan stap maar in, want ik ga jullie dan ook niet laten betalen" werd als antwoord gegeven. En het bezoekje aan Anne moest verder bij elke instap verteld worden om de vrije doortocht te laten plaatsvinden. Leuk he! De tocht omhoog met de stoeltjeslift was een teleurstelling. Toen we eenmaal zaten, en de voetsteunen hadden geactiveerd, kwam ook de beschermkap naar beneden. En die was ondoorzichtig vanwege erosie en vuilgheid op het plexiglas. We zagen gewoon niks meer, en we kregen de kap ook niet meer omhoog. Jammer, maar we mochten niet klagen, de rit was toch gratis! het enige wat we nog konden zien was onze voeten, en de bergwand daaronder. Regelmatig kregen we nog met een andere spelbreker te maken. Wolken. Die verschenen de ene keer boven ons, dan onder ons, en weer even later zaten we er middenin. Het was intussen elf uur geworden. Bij het eindpunt van de lift was de Top Mountain Bar, te vinden. Daar kreeg Sjef eindelijk zijn doping, een kop koffie. Ik ook natuurlijk, en ik bestelde ook een paar Apfelstrudels voor ons. Uiteraard was het, daarboven in zo'n top lokatie, een flinke kaalslag in de beurs. De Top Mountain Star panoramabar Na een kopje koffie wou ik naar buiten. Ik moest een paar foto's maken, ook al was het zicht richting Italië nihil. Sjef bleef in de bar achter voor een tweede kopje koffie. Soms viel er een gat in het wolkendek, en kon ik een foto maken. Koud was het daarboven ook, ik had enkel een vest aan om me te beschermen tegen de koude. Ik klom ook nog 5 minuten omhoog richting Wurmkogel kruis, 3084 meter hoog. De klim naar het kruis zou 15 minuten bedragen. Het pad was erg rotsachtig en smal, en was beveiligd met een staalkabel. Na die 5 minuten klimmen besloot ik de poging te staken. Ik vond het pad te nat. Er lag nog steeds sneeuw, waardoor de klim niet zonder risico was. Veilig en wel kwam ik weer beneden bij de stoeltjes lift en de Top Mountain Bar. Sjef was klaar met zijn tweede kopje koffie en had juist ook nog een foto gemaakt. Net voor half twaalf zaten we alweer in de stoeltjeslift naar beneden. Het vrij-kaartjes-verhaal had weer succes. We mochten voor niks naar beneden. De rit omlaag verliep zonder problemen. We bleven deze keer echter net zo lang wachten tot er een stoeltje met een schone, doorzichtige beschermkap voorbij kwam. En wat ons nu ook lukte was dat de beschermkap omhoog bleef staan. De tocht omlaag ging dus met open vizier. Wel koud, maar veel mooier. En voldoende zicht voor het snel schieten van een paar plaatjes. Halverwege moesten we weer overstappen in de gondellift. Maar voordat we de reis naar beneden vervolgden werd bij dit tussenstation nog wat rondgekeken. Vooral de battary sneeuw- kanonnen werden intensief bekeken. Instappen in de gondel verliep zonder betaalproblemen, we werden door de bediende herkend. Tijdens de reis omlaag hadden we een mooi uitzicht op het tophotel Hochgurgl waar Anne werkte. Nog snel een foto van het hotel. daarna de auto en weer op weg over de Hochalpenstrasse naar Italië. Direct na Hochgurgl bevond zich de Mautstelle, de plaats waar je tol moest betalen. Het vrijkaartje van Anne werd geaccepteerd, en we kregen er een brochure van de PassoRombo, de Timmelsjoch voor terug. Allerhande wetenswaardigheden over het gebied stonden er in vermeld. Halverwege de Timmelsjoch Pass kwamen we in een haarspeldbocht een bus tegen die problemen met de draai had. Dat zorgde voor een klein oponthoud. Direct na het passeren van de Pas (2474 meter) waren we op Italiaans grondgebied. Alto Adige, oftewel Zuid Tirol. Sjef wou persé op de foto bij een bord waarop duidelijk te lezen was dat je in Italië zat. Nu begon een afdaling. De weg had nu een andere naam S44bis, waarschijnlijk betekende bis bizonder steil. We zaten een flink stuk boven de boomgrens. Al rap reden we door 2 kleine tunneltjes. Elke tunnel had een nummer, en de hoogte van dit nummer beloofde niet veel goeds. Nu moesten we (volgens Anne) een langere tunnel tegenkomen, en direct na deze tunnel moesten we een kiosk tegenkomen. Dat bleek ook zo te zijn, de kiosk bevond zich 5 meter van de tunnel vandaan. In de blokhut-kiosk waren Oostenrijkse specialiteiten te koop, en na wat geproefd te hebben kocht ik een grote, gepeperde worst voor Annie. Sjef bleef wat dralen, waarbij hij geregeld een andere worst proefde. Vanaf de plek waar de kiosk stond kon je een aantal haarspeldbochten van de weg naar beneden zien. Er stond ons nog wat te wachten! We bevonden ons nu in het Naturpark Texelgruppe, of, in het italiaans, Parco Naturale Gruppo di Tessa. Na drie haarspeldbochten gehad te hebben kon Sjef, die achter het stuur zat, even ademhalen. Er volgde een tamelijk recht stuk. Ik had tijd om wat indrukken van deze autostrada over de Alpen, vast te leggen. Het ene prachtige uitzicht werd vervangen door het andere, terwijl de auto weer voorbij een volgende haarspeldbocht werd geloodst. En daarna volgde, na weer een tamelijk recht stukje nog 5 haarspeldbochten. Een fietser, die on tegemoet kwam, had het niet van ellende. Remmen Sjef. Een driewielertje (net zo eentje als die in de Sissi reclame op TV) zat voor ons. Hij tufte, beladen met een grote rol hooi, met zijn tweetaktmotortje lekker langzaam naar beneden. Het ding was niet te passeren, want we vonden ook nog drie genummerde tunneltje op onze weg. Gelukkig kon het vehikel, midden in een bocht, linksaf afslaan (wandelweg naar de italiaanse Timmelsjoch Alm). De bocht, ook een haarspeldbocht ging over een middeleeuwse brug, die ons over het riviertje de Passer (Passirio) voerde. Die brug lag op een hoogte van 1766 meter, we waren dus al haast 700 meter gedaald. Spectaculair! En spectaculair bleef deze afdaling. Het eerste grote dorp dat we tegenkwamen was Moos in Passeier. Ondertussen hadden we weer heel wat tunneltjes en haarspeldbochten gehad. De hoogte waarop we nu zaten was iets meer dan 1200 meter. Alweer 500 meter daling dus. En toen we het bord Santa Leonardo in Passiria tegenkwamen, vonden we het welletjes. Dit dorp werd onze bestemming en niet Merano, dat nog 30 km verderop lag. Onze hoogtemeter wees nu 681 meter aan. We hadden 2 kilometer daling achter de rug. Het aantal afgelegde kilometers was ongeveer 75 km. Kwart voor twee was het intussen, dus tijd om wat te eten. We konden in het centrum van St Leonard de auto parkeren. We moesten dan wel bij de eigenaar van de parkeerplaats gaan eten. Maar dat deden we niet. Op het dorpsplein stond een kiosk waar fruit werd verkocht. Maar die kiosk maakte ook warme snacks. Voor de kiosk stonden een aantal banken en tafels, dus de keuze was vlug gemaakt. Twee broodjes worst, en voor mij een grote cola. De kiosk was zelfs beschilderd met een kerkelijk tafereel. Onder onze tafel liep de Passer, hetzelfde riviertje dat we vanaf de ontmoeting met de driewieler stroomafwaarts hadden gevolgd. Sjef kon wat ansichtkaarten met postzegels in de kiosk kopen. Tijdens ons dinner werden deze kaarten beschreven en op de bus gedaan. Na ons dinner maakte we een kleine wadeling door het dorp. Doelwit was de kerk. Onderweg kwamen we een beeld van Sankt Leonard tegen, de beschermheilige van het dorp. De kerk was prachtig, en ik kon het niet laten om daar ook een waxine kaarsje te kopen en aan te steken. De kerk had een neogotisch altaar. Ook de doopfont van marmer was prachtig. Andreas Höfer, de oostenrijkse vrijheids-strijder was hierin gedoopt. Toen ik buiten de kerk nog wat foto's maakte verloor ik Sjef uit het oog. Maar via verschillende paadjes vonden we elkaar weer voor de VVV winkel. Daar had hij nog wat informatie over het dorp meegekregen. Het was intussen kwart voor drie geworden. We besloten het dorp vaarwel te zeggen, en de terugreis naar Köfels te starten. Sjef zat weer achter het stuur. Ideaal om nog wat indrukken van de S44bis te maken. Ook bergop was de rit spectaculair te noemen. Na elke bocht in de weg was het steeds weer een verrassing wat je tegenkwam. De ene keer was het een scherpe bocht naar rechts, direct na een tunneluitgang. En de andere keer was het weer een schrikkende motorrijder, die zicht op de verkeerde weghelft bevond. En de vergezichten bleven magnifiek. Nu stopten we wel boven op de Timmelsjoch Pass. Er was plek genoeg om de auto te parkeren. We brachten een bezoekje aan het vreemd gevormde museum dat vrij toegankelijk was voor iedereen. Hier kon je zien hoeveel moeite het had gekost om de tolweg aan te leggen. In het museum werden een paar tegenlicht foto's gemaakt. Sjef probeerde nog om wat te spelen op zijn doedelzak. Uiteraard kwamen daar weer mensen op af, om foto's van die gekke Hollander te maken. Helaas ging de performance de mist in. Het was daarboven veel te koud, waardoor de doedelzak niet de juiste toonsoort wou produceren. Rond 4 uur vertokken we weer, en waren rond kwart voor 5 in Sölden. Sjef wou Eierspäzle kopen. Dat gerecht hadden we gisteravond te eten gekregen. En dat wou Sjef maken als hij weer terug was in Goes. De supermarkt die we vonden was de Spar, en het kostte wat tijd om een gratis parkeerplaats bij de winkel te vinden. In de winkel zag ik plotseling een pakje Kaiserschmarrn staan, en ik kon het niet laten dit te kopen. Ook nam ik twee verpakkingen Mozartkugeln mee. Een pakje voor Annie (als hartje verpakt) en een pakje (als viool verpakt) voor Elise. Sjef kocht uiteraard een paar pakjes Eierspätzle. Terug in Köfels hadden we nog wat tijd over voordat we aan tafel konden. We stopten bij het kapelletje dat aan het einde van de klim naar on gastenverblijf stond. De deur was open, en binnen waren een paar schilderijen tentoongesteld. Men probeerde geld in te zamelen om het kapelletje op te knappen. Dus werd er door ons wat gespendeerd. Een boer was gras aan het maaien. Ik dacht dat het Werner was, maar dat bleek niet het geval. Sjef wou voor het eten nog wat oefenen op zijn doedelzak, en ging op het bankje bij de hoofdkapel van Köfels wat spelen. Hier kreeg hij gezelschap van Hans Peter Kuen, die hij probeerde het spelen bij te brengen. Dat resulteerde in shanteruitleg, en in de belofte dat de jongeman de shanter mocht lenen. Als hij morgen de noten kon spelen, dan zou Sjef hem een shanter uit Nederland opsturen. (dat is bij thuiskomst ook gebeurd). Ik maakte intussen nog wat foto's. Na het avondeten bleven we wat langer in de Speiseraum hangen. Werner wist elke vraag die ik hem stelde te beantwoorden. Sjef maakte nog wat QSO’s en ik ik hield me bezig met het versturen van een eMail naar Annie, en met het veiligstellen van de gemaakte foto's. Morgen was alweer de laatste wandeldag.
Tirol 2010
Extra Foto’s Extra Foto’s