Waar doe je het allemaal voor, zo’n verouderde techniek als morse aanleren? Nou, je zult versteld staan als je je verdiept in de morsesignalen op de amateurbanden. Je vindt daar veel meer en heel andere stations dan in SSB, waaronder veel bijzondere DX, goede QSL-beantwoording, betere contest resultaten en veel luisterplezier. Dat belooft nogal wat. Om te beginnen zijn zwakke morsesignalen veel makkelijker te loggen dan een zwak SSB-station. Het verschil voor een verstaanbaar signaal is pakweg 2 à 3 S-punten. Dankzij filters zijn CW signaaltjes ver onder S1 goed te nemen. Je hebt veel minder vaak last van splatter en andere storingen. Als regel zijn CW-stations al snel een half uur eerder te horen dan stations in spraak, wanneer een frequentieband bruikbaar wordt. Zeker in deze periode met minimale condities is CW ideaal om toch wat te horen. Het aantal actieve stations op een band is in CW meestal groter dan in spraak. De verbindingen verlopen ook sneller en gedisciplineerder dan bij SSB verbindingen, wat het loggen gemakkelijker maakt. Wil je een DX-peditie loggen dan heb je in CW een veel grotere kans omdat die eerder te horen zijn, meer verbindingen maken in CW en op een beter gedisciplineerde wijze werken. Die discipline maakt het bij gewilde DX-stations ook makkelijker voor luisteramateurs. Er wordt bij drukte al snel op ’split frequency’ overgeschakeld. Het DXstation is dan ongestoord te horen, maar de tegenstations zijn iets hoger in frequentie te horen. Als je eenmaal door hebt hoe dergelijke verbindingen verlopen heb je al snel het DX-station met enkele tegenstations in je log staan. Een CW-filter op je ontvanger is wel aan te bevelen, liefst een van 500 Hz of smaller. Je wilt immers slechts één station horen en ze kunnen dicht op elkaar zitten. Meestal zijn er meer CW- dan SSB-stations actief terwijl ze minder dan de helft van de band beschikbaar hebben. Gelukkig hoeven we maar één toontje te horen. Alle bijgeluiden mag je wegfilteren, en er passen in de ruimte van een SSB-station zo’n 8 CW-stations. Meestal beluister je een toon tussen 600 en 800 Hz, afhankelijk van welke toonhoogte je het beste ligt. Dat verklaart ook waarom je met een gehoor-handicap aan CW juist veel plezier kunt beleven. Voor een zendamateur heeft het gebruik van CW ook nog het voordeel datje de omgeving amper stoort met onbegrijpelijke gesprekken en dat je met weinig vermogen aI snel goed neembaar bent en ver kunt komen. Als je nog geen morse kunt nemen en al wel stations wilt Ioggen, dan is dat vrij goed mogelijk met een decoder of programma. Zelf heb ik veel plezier van de WB7FHC gebaseerd op een Arduino. Verder zijn er diverse decoderprogramma’s voor op de pc. Met FLDIGI heb ik goede ervaringen. Je kunt met een decoder en beperkte morse-ervaring toch heel goed loggen. Zo heb ik eens in een contest meer dan 800 QSO's gelogd met behulp van FLDIGI. Dat CW met beperkte middelen goed te nemen is komt ook door de voorspelbaarheid van wat er geseind wordt. Zo is de tekst van het eerste antwoord meestal zoiets als: ’tnx fr call dr om : ur rst 5nn 5nn hw cpy bk' Hierna volgen meer gegevens, zoals naam, woonplaats en apparatuur. In een DX-pile-up en bij een contest zijn de berichten korter en ook erg voorspelbaar. Een enkele keer hoor je een morsesignaal dat niet elektronisch te decoderen is door onregelmatig seinen, dat herken je zelfs als je nog geen geoefende CW'er bent. Ook al kunnen we elektronisch decoderen, toch is CW nemen op het gehoor het leukste en geeft dit de beste resultaten. Op het gehoor is de filtering en afstemming minder kritisch. Je gehoor vormt óók een filter, dat wonderlijk veel storing kan wegfilteren. Net zoals de letters een melodie vormen, zo worden de vele gebruikelijke afkortingen ook melodietjes. Anticiperen op het verloop van het QSO en de gebruikte afkortingen lukt wel op het gehoor en niet met een decoder. Er is nog een ander een groot nadeel aan het gebruik van decoders: je gaat daardoor te weinig tijd besteden aan oefenen. Luisteren op de amateurbanden is wel een fijne afwisseling, en motiveert om weer te gaan oefenen. Dat het gebruik van morse niet uitsterft blijkt telkens weer uit het grote aantal contest deelnemers in CW en de activiteit op de banden. Er is ook een aantal groepen die zich bezighouden met stimuleren van CW-gebruik. Zo is er de AGCW die veel activiteiten organiseert, waaronder activiteiten met langzame CW en gewone seinsleutels. Voor gevorderden is er de HSC, de club voor snelle CW'ers. De CW-ops organiseren ook erg veel, inclusief trainingsprogramma's en contesten met een beperkte snelheid. Ook al is het leren van morse in veel landen niet meer verplicht voor een licentie, toch beoefenen heel veel amateurs het nog steeds. CW biedt de nodige voordelen en straalt ook een zekere magie uit. Dat merken we ook elk jaar weer tijdens de JOTA, waar de kinderen gretig en behendig snel hun eigen naam leren seinen. Met de techniek van ’herken de melodie’ konden ze ook hun naam opnemen met een snelheid van 18 woorden. Kijk eens op een DX-cluster wat er allemaal in CW te horen is, dat motiveert om zelf ook aan de slag te gaan. Als je de smaak te pakken hebt is het een zaak van oefenen, oefenen en nog eens oefenen om er optimaal profijt van te hebben. Veel succes, en denk eraan: vol houden ! Thieu Mandos NL199 Opm: Een site die ook geheel aan CW is gewijd is die van de F.O.C. ofwel First Operators Club. Op deze site zijn nog veel meer CW gerelateerde links te vinden. En voor de supersnelle mensen is er nog de VHSC, the Very High Speed Club. (PA0ABM) A man should keep his friendship in constand repair (Samuel Johnson (1755).

Het genot van Morse

door Thieu Mandos, NL199 (Electron, augustus 2020)
Morse Code Sinds 2015 staat morsecode op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed in Nederland. De uitvinder van morsecode en de telegraaf, Samuel Morse, stierf op 2 april 1872. Samuel Morse
PA0M ofwel NL 199, Thieu Mandos De luisteramateur van 1925 De moderne wereldontvanger